Kok geeft ABP meer vrijheid

DEN HAAG, 20 SEPT. Op termijn zal het grootste pensioenfonds van Nederland, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), niet langer worden verplicht tot het aankopen van staatsobligaties. Dit schrijft minister Kok (financiën) in een nota over het financieringsbeleid in de jaren negentig.

Koks partijgenoot, PvdA-fractieleider Wöltgens, drong eerder deze week nog aan op een regeling die Nederlandse pensioenfondsen ertoe aanzet meer staatsobligaties te kopen. Het ABP is hiertoe reeds formeel verplicht via de voorinschrijfrekening. Het ABP beheert nu circa 157 miljard gulden; de staatsschuld bedraagt inmiddels 339 miljard.

In de toekomstige Europese Monetaire Unie (EMU) zal echter waarschijnlijk een verbod gelden op verplicht beleggen in staatsschuld, zodat dan ook het ABP de handen vrij krijgt. Formeel zal dat pas gebeuren als de derde fase van de EMU, met een volledige vrijheid van kapitaalverkeer en één Europese munt, een feit is. De beslissing over het begin van die derde fase zal op zijn vroegst in 1997 vallen. Maar de EMU-normen waaraan de betrokken EG-landen zich tezijnertijd formeel moeten houden, zullen de komende jaren een steeds grotere rol spelen.

In de toekomstige EMU zal ook monetaire financiering door de overheid worden verboden. In Nederland houdt de staat zich al vele jaren aan die regel, met als gevolg dat het aandeel van de vlottende schuld in de totale schuld tussen 1970 en 1991 is gedaald van 28 tot 2 procent.

Kok noemt het in zijn nota “uit macro-economische overwegingen wenselijk” dat het financieringstekort van de staat “in principe” uit binnenlandse besparingen wordt opgebracht. Dit omdat de Nederlandse economie anders te gevoelig wordt voor “externe onevenwichtigheden”.

Deze “randvoorwaarde”, zo stelt Kok echter onmiddellijk daarna, is echter “ondergeschikt aan die van het vrije kapitaalverkeer”. Het aandeel van het buitenland in openbare emissies van staatsschuld is dan ook gestegen van minder dan 15 procent in 1986 tot circa 22 procent in 1990. “De Nederlandse staat geniet de positie van een eerste klas debiteur”, schrijft de minister.