Ingrijpende reorganisatie bij Wereldbank; Nieuwe president zorgt voor grote opschudding

DEN HAAG, 20 SEPT. De nieuwe president van de Wereldbank, de Amerikaanse bankier Lewis Preston, heeft direct na zijn aantreden voor grote opschudding gezorgd. Deze week maakte Preston, die op 1 september in functie is getreden, een ingrijpende verandering in de leiding van de Wereldbank bekend. Bovendien heeft hij een nieuwe afdeling opgezet die wordt belast met steun aan landen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie.

De reorganisatie heeft tot ergenis geleid bij de ontwikkelingslanden en bij een aantal Westeuropese lidstaten van de Wereldbank. Een topfunctionaris van het Nederlandse ministerie van financiën, dat verantwoordelijk is voor het Nederlandse beleid inzake de Wereldbank, zei gisteren ongelukkig met de gang van zaken te zijn, maar voegde er aan toe dat Preston volledig de vrije hand heeft om de leiding van de bank te reorganiseren.

Onder de twee vorige presidenten van de Wereldbank hebben de senior-vice presidenten grote macht naar zich toegetrokken. Ernest Stern, een Amerikaan van Duitse afkomst, en de Pakistaan Moeen Qureshi vormen al jaren de leiding van de organisatie die jaarlijks 20 miljard dollar aan ontwikkelingsprojecten financiert. Stern is de geestelijk vader van het macro-economische aanpassingsbeleid van de Wereldbank; Qureshi is meer voorstander van armoedebestrijding. Zij wisselden in 1987 van positie en sindsdien is de als uiterst bekwaam beschouwde Stern verantwoordelijk voor financiën en Qureshi voor projecten. Sinds enkele jaren is de Duitse zwaargewicht Wilfried Thalwitz als senior vice-president belast met onderzoek en beleid.

Preston heeft de functie van senior vice-president in de organisatie geëlimineerd en direct onder zijn leiding drie uitvoerende directeuren benoemd. Een daarvan is Stern, die hiermee zijn machtige positie in de Wereldbank bestendigt. De andere twee zijn een Zweed, Sandstrom, en een Turk, Karaosmanoglu.

Qureshi is met vervroegd pensioen gestuurd, Thalwitz is benoemd tot hoofd van een nieuwe afdeling belast met Oost-Europa. Zowel het vertrek van Qureshi als de degradatie van Thalwitz zijn bij de vertegenwoordigers van een aantal lidstaten in de raad van bestuur van de Wereldbank slecht gevallen. Volgens Eveline Herfkens, de Nederlandse vertegenwoordiger, toont Preston hiermee minachting voor het bestuur. “De landen van het Westeuropese vasteland hebben grote moeite met deze stap”, aldus Herfkens.

Volgens haar meent Preston dat hij de Wereldbank, een multilaterale instelling met ruim 150 landen als lidstaten, kan leiden als een particuliere bank met aandeelhouders. Bovendien is volgens haar sprake van een ideologische confrontatie, waarbij de Verenigde Staten via Preston en Stern hun invloed op de Wereldbank vergroten. Naar verwachting zal Stern het beleid van de Wereldbank, dat de laatste twee jaar verschoof richting armoedebestrijding, weer terugbrengen naar nadruk op macro-economische aanpassingen. Daarbij speelt ook de vraag of de Wereldbank directe steun moet geven aan de particuliere sector in ontwikkelingslanden en Oost-Europa.

De nieuwe afdeling Oost-Europa van de Wereldbank heeft overigens een zware status gekregen. De oprichting van deze afdeling zou zijn bedoeld om de ambities van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa onder leiding van de Fransman Jacques Attali te dwarsbomen. Attali heeft onlangs gezegd dat zijn bank het belangrijkste kanaal voor steun aan het hervormingsproces in Oost-Europa is en dat de rol van de Wereldbank wat hem betreft beperkt is. De Wereldbank heeft 3 miljard dollar aan projecten in Oost-Europa in uitvoering en verwacht de komende twee jaar nog eens 5 miljard dollar aan Oosteuropese landen te zullen uitlenen.

Lewis Preston is een 64-jarige bankier afkomstig van de beroemde New Yorkse bank J.P. Morgan. Hij werd deze zomer door president Bush naar voren geschoven als kandidaat om Barber Conable, een gepensioneerde Republikeinse politicus, op te volgen als president van de Wereldbank. Het is gebruik dat de Verenigde Staten de president van de Wereldbank leveren en een Europeaan de zusterinstelling IMF leidt.

Toen Conable aan zijn baan bij de Wereldbank begon, wist hij niets van ontwikkelingsvraagstukken af. Kort na zijn aantreden voerde hij een omstreden reorganisatie door, waarvan toenmalige critici achteraf zeggen dat deze het werk van de bank verbeterd heeft. Conable verliet deze zomer de Wereldbank als een gepassioneerd pleiter voor meer hulp, armoedebestrijding, bescherming van het milieu en vermindering van de wapenuitgaven door ontwikkelingslanden.