Column

Enkeltje

Dus Romario de Souza Faria zit heerlijk op een terras, rietje in de cola, schudt de kaarten en ziet op de achterkant van de krant van een andere terrasser dat het met Philips nog steeds niet best gaat. Sober feestje met de Koningin in het gips en een alcoholvrij borreltje met lege ragoûtbakjes. Van die droge. Een fan herkent de doelpuntenkoning, die onlangs in een interview verklaarde dat scoren een grotere kick is dan een orgasme en vraagt aan de onschuldige PSV'er of het waar is dat hij de kaarten met zijn voeten kan schudden. Romario doet het, sterker nog hij speelt een potje patience. Hij raapt ze van de straat, draait ze om en legt uit dat hij nu niet kan goochelen in verband met zijn enkelblessure. Mevrouw Romario laat weten dat zij met haar moeder de stad in is en dat het laat kan worden. Hij antwoordt dat het hem niet laat genoeg kan worden, bestelt nog een rondje, leent de krant met het Philips-nieuws en glimlacht het grassprietje van de ene naar de andere mondhoek. Met de afstandsbediening gooit hij de kap van zijn cabriolet open, zegt dat hij een bal vanaf terras in één keer in de auto kan leggen en het vehikel in zijn vrij kan zetten. Als iemand nog een bal haalt zal hij de auto starten. Uiteraard lukt het. Lacherig applaus.

Ergens in Turkije geeft Breukeltje een tobberig interview over de emoties binnen het veld. Hij heeft het over huilen, lachen, pijn, verdriet en vreugde binnen de lijnen van het voetbalveld en de journalist van het avondblad vult er een stuk pagina mee. Kieft oefent het woord klootzak in het Italiaans. Robson zweet voor een schoolbord met een hoop lijnen en weet dat hij bazelt. Het is warm, drukkend warm en hij weet niets van Besiktas. Dat is geen schande. Niemand weet iets van de Turkse club. Koeman belt met zijn broer, praat over de doorbrekende tandjes van de jongste, hun vrouwen en de Groningse bommen en granaten. Jerry de Jong schreeuwt in zichzelf om een basisplaats in Oranje en ons Stan tureluurt naar de naam Feyyaz. Vreemd die twee yy's. Op dat moment realiseert hij zich dat zijn eigen naam op een c, een k en een x eindigt. Ook een beetje veel van het goede. Popescu heimweet zachtjes naar zijn vaderland, Vaantje probeert zijn blessure niet te voelen en Ellerman spelt voor de Turkse journalist voor de zesde keer zijn naam “no juul”, schreeuwt hij wanhopig alsof de man doof is.

En Romario de Souza Faria roept om een beetje meer ijs in zijn colaatje, fluit tussen zijn tanden naar een jonge bikini en vindt haar zo mooi dat hij meteen wil voetballen. Hij belooft de jongen van de strandstoelen een potje bij zonsondergang, geeuwt een hele dag luieren van zich af en verzamelt zijn spullen om op huis aan te gaan. Er wordt gul gefooid door de vedette, maar dat is hij natuurlijk aan zijn status verplicht. Samen met zijn fysio Petrone Nilton grapt hij over de heilgymnast Monne de Wit. Drie variaties op Belgenmoppen komen langs en de mannen lachen. Ze verstaan het kleine godswonder slecht in de Brabantse provincieplaats. Als hij een enkeltje Rio wil dan beginnen ze al jaren zijn enkel te zwachtelen. Dus als die weg wil hoeft hij maar naar zijn voet te wijzen. Eindhoven is ver, Eindhoven is heel erg ver en Istanbul is nog veel verder. Toch heeft de Souza Faria zorgen. Grote zorgen zelfs. Want als je ziet wat Philips voor een ziekenfondsfeestje geeft bij het honderdjarig bestaan vraag je je af: zijn ze wel goed voor hun geld. Kunnen de salarissen wel betaald aan het eind van de maand. Toch eens even faxen, geeuwt de kleine vedette en fluit zich naar huis. Het enkeltje Eindhoven ligt ver weg. In de verbanddoos.