EG-verklaring is "kunstwerk dat door interpretaties veredeld moet worden'; Duitse en Britse trauma's in Den Haag

DEN HAAG, 20 SEPT. Ineens zaten de Nederlandse minister Van den Broek en de Duitse minister Genscher weer op één lijn. Beiden waren gisteravond op de achtereenvolgende ministersbijeenkomsten van Europese Gemeenschap en Westeuropese Unie voorstander van de krachtige optie om een vredesmacht naar Joegoslavië te sturen. Dat dit niet gebeurde, lag niet aan hen maar aan hun Britse collega Hurd die er niet aan wilde meedoen.

“Toen Genscher maandag het verzoek van Van den Broek kreeg de WEU bijeen te roepen om over een vredesmacht te praten, schrok hij”, aldus een goed geïnformeerde bron uit de Westduitse regeringsstad. Het plan kon immers als een handige manoeuvre worden gezien om Genscher op het verkeerde been te zetten, daar hij zelf geen troepen zou kunnen leveren. De Duitse grondwet verbiedt hem dat buiten het directe NAVO-gebied.

Maar, aldus dezelfde bron, Genscher en Kohl wisten dat ze hier niet onderuit konden komen. “Dus besloten ze door te pakken en mee te doen.” Kohl verklaarde weliswaar onmiddellijk geen gewapende militairen te zullen sturen, maar hij wilde wel transportcapaciteit en verzorging verzorgen. Bij dit kloeke besluit speelde de traumatische ervaring van de Golfoorlog een belangrijke rol, werd in Duitse kring toegegeven.

In die crisis aarzelde de Duitse regering zo lang met steunverlening aan de anti-Iraakse coalitie, dat ze de verdenking op zich laadde anderen de kastanjes uit het vuur te willen laten halen voor de bescherming van ook Duitse vitale belangen. Het verzuim moest naderhand worden goedgemaakt met gigantische financiële bijdragen aan de oorlogsinspanningen van de anti-Iraakse coalitie, in totaal bijna 18 miljard mark, wezenlijk meer dan de strijd Frankrijk en Engeland heeft gekost, mogelijk zelfs meer dan de Amerikanen eraan hebben besteed.

Deze keer trekt Londen aan de rem. En het was iedereen duidelijk, dat aan die grote terughoudendheid de ervaringen in Noord-Ierland ten grondslag liggen. Daar zijn al vele, vele jaren Britse militairen gestationeerd, zonder dat een oplossing een stap dichterbij is gekomen. Honderden soldaten hebben er bovendien het leven gelaten.

Geëmotioneerd waarschuwde minister Douglas Hurd binnenskamers zijn collega's tot drie keer toe de zaak niet te licht op te vatten. Het zenden van een vredesmacht, zo betoogde hij, was kwalitatief wezenlijk iets anders dan bemiddeling verlenen bij vredesonderhandelingen en het sturen van waarnemers om een wapenstilstand te controleren. Men begeeft zich in een wespennest, zo luidde zijn boodschap, en niemand weet meer wanneer er een eind aan komt en welke omvang de operatie kan aannemen.

Volgens diplomatieke en militaire deelnemers aan de conferenties op het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag bleek uit een Britse studie dat er een vredesmacht van circa 30.000 man nodig zou zijn. Die berekening was gebaseerd op de ervaringen in Noord-Ierland en op Cyprus, waar de Britten in de jaren vijftig 6500 man hadden gestationeerd. “Wij denken dat ze zich te veel op dat aantal van 30.000 blindstaren”, aldus een Nederlandse veiligheidsdeskundige die in de conferentiezaal aanwezig was. “Het hoeft niet zo groot, als alle partijen in het gebied de aanwezigheid van de vredesmacht aanvaarden.”

Het verzet van Hurd ging niettemin zo ver dat er niet alleen geen sprake meer is van een vredesmacht (het begrip "peace keeping force' komt in het EG-communiqué niet voor), maar er ook geen principebesluit kon worden genomen over een militair versterkte burger-waarnemersmacht. Zelfs daartoe moet eerst nog een studie door een werkgroep van de WEU worden verricht. Op grond daarvan én van de verdere ontwikkelingen in Joegoslavië nemen de EG-ministers dan volgende week waarschijnlijk een definitief besluit.

Minister Genscher sprak over het kuise communiqué als van een “kunstwerk dat door een reeks van extra interpretaties veredeld moet worden”. Hij gaf daarmee aan waarom de andere elf toch akkoord zijn gegaan met deze afgezwakte vorm van een vredesmacht, namelijk de veronderstelling dat als er eenmaal WEU-troepen in Joegoslavië zijn er een eigen dynamiek in werking treedt, die in de praktijk toegaat naar de gewenste "buffermacht' tussen de strijdende partijen. Dat uiteindelijk Londen zich daar niet tegen zal verzetten, werd ook afgeleid uit het feit dat temidden van zijn defensie-collega's de Britse staatssecretaris van defensie, Hamilton, vrijuit van een "peace keeping force' sprak.

Deskundigen die zitting hebben in de WEU-werkgroep die maandag in Bonn aan een nadere studie begint, zetten in de wandelgangen uiteen hoe de nu gedachte militaire versterkingen kunnen worden ingezet. Dat gebeurt in drie fasen. Eerst gaan EG-onderhandelaars als Van den Broeks bijzondere afgezant Henry Wijnaendts in een klein gebied waar steeds wordt gevochten tussen Serviërs en Kroaten met de betrokken commandanten praten. De tweede fase is dat met hen een lokaal staakt-het-vuren en een troepenscheiding wordt afgesproken, waarbij in de onmiddellijk daarop volgende derde fase burger-waarnemers het gebied binnenrukken, beschermd door gewapende compagnieën van honderd tot honderdtwintig manschappen.

Deze aanpak vraagt naast het zenden van circa vijfduizend militairen voor de door de Nederlandse waarnemers op rond veertig geschatte aantal "hot spots' ook de inzet van veel meer dan de huidige tweehonderd burger-waarnemers. De Italiaans minister De Michelis had het gisteravond, pratend in een hoekje met enkele journalisten, over minstens duizend waarnemers. Van de huidige tweehonderd waarnemers werken er vijftig in Slovenië. Van de resterende honderdvijftig in Kroatië zitten slechts 33 op hun post; de rest is door het wapengeweld van Serviërs en Kroaten niet in staat de hotels te verlaten.

De Europese Gemeenschap heeft gisteren in feite nog een grens overschreden, namelijk die van organisatie die troepen inzet. Formeel is dat weliswaar de Westeuropese Unie, maar het gebeurt - secretaris-generaal Van Eekelen bevestigde dat - in opdracht van de EG. De ministerraadsvergaderingen van EG en WEU liepen ook vrijwel vloeiend in elkaar over, georkestreerd door minister Van den Broek, die ruim een half jaar geleden een dergelijke vermenging van de beide clubs nog radicaal afwees en ook trachtte te blokkeren.

Er zat dan ook een flinke dosis ironie in het feit dat op zijn persconferentie als EG-voorzitter minister van defensie, Relus ter Beek, naast hem ging zitten. Evenals in het feit dat brigade-generaal Kosters, die in opdracht van de EG de waarnemersoperaties in Joegoslavië dirigeert, komende maandag in Bonn als EG-adviseur bij de WEU-werkgroep zal optreden. En in het feit dat er voor het eerst een vertegenwoordiger van het ministerie van defensie was opgenomen in de delegatie van Van den Broek naar de EG-vergadering. De feiten hebben de theorie achterhaald, de EG heeft ook op dit punt een grens overschreden.

De essentiële vraag, die gisteren wat in de lucht bleef hangen, is of Servië toestemming geeft voor de inzet van vreemde militairen in Joegoslavië. Lord Carrington onthulde gisteren dat hij wel een sprankje hoop had en ook de Italiaanse minister De Michelis zei dat de Servische leider Milosevic tegenover de Italiaanse ambassadeur gisteren daar “niet volledig afwijzend” over was geweest. “Eens zal het schieten toch moeten stoppen. Dat weet ook Milosevic”, aldus de Italiaan.