Diëtistenvereniging viert vijftig-jarig bestaan met open huis en gratis advies; "Groeiende vraag naar gezond voedsel'

AMSTERDAM, 20 SEPT. In een tent op het Beursplein somt een corpulente man op wat hij dagelijks eet: brood, aardappelen, vlees, groenten en tussendoor een koekje. Een diëtist tikt de gegevens nauwkeurig in een computer. Zonder gêne geeft de man toe dat hij vaak na het avondeten een snackbar opzoekt om enkele broodjes kroket te verorberen. De computeruitdraai geeft aan dat hij te veel en te vet eet. Of hij zijn eetgewoonten gaat veranderen? Nee, hij wil alleen wat "voorzichtige voorlichting'.

Nieuwsgierig naar voedingsadviezen kwamen gisteren honderden mensen naar het Amsterdamse Beursplein, waar diëtisten een informatiemarkt organiseerden. De markt was een van de evenementen waarmee de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) haar vijftigjarig bestaan vierde. Elders hielden diëtisten open huis of gaven gratis advies in supermarkten.

Bij de oprichting, in 1941, telde de NVD veertig leden. Het beroep was nog onbekend en diëtisten zochten vooral steun en gezelligheid in de vereniging. De eerste vergaderingen werden afgesloten met "een gezellig kopje koffie' of met het voordragen van een gedicht.

M.H. Landman-Navis is vanaf de oprichting lid van de vereniging. “Wij waren pioniers. Wij moesten ons waarmaken, maar vooral niet laten blijken dat we meer wisten over voeding dan een arts.” In de oorlog werkte zij in Rotterdam voor het Voorlichtingsbureau van de Voedingsraad. Zij adviseerde hoe, met het weinige voedsel dat er was, zo goed mogelijk te eten. Landman-Navis: “Voor een cent verkochten wij folders met tulpebollen- en suikerbietenrecepten.” Giechelend maar toch trots herinnert zij zich het uniform dat diëtisten in die tijd droegen: een grijze klokrok met blouse, een wit schortje en een muts.

“De dieetvoorschriften die wij gaven waren totaal anders dan nu”, vertelt de diëtist. “Wij rekenden alles op de milligram nauwkeurig voor. Tegenwoordig stelt de patiënt zelf, met hulp van een diëtist, zijn dieet samen.” Ook de adviezen voor energie-inname zijn veranderd. Veertig jaar geleden schreef een diëtist een gemiddeld dagmenu van 3000 kilocalorieën voor, tegenwoordig is dat 2000. “De mensen verrichtten vroeger zwaarder lichamelijk werk en kinderen liepen nog naar school”, legt Landman-Navis uit.

In 1964 werd de eerste man lid van de NVD. Toch bleef het een typisch "vrouwenberoep': momenteel is 98 procent van de 2000 leden vrouw. Sinds 1972 is het beroep beschermd en moeten diëtisten een belofte van geheimhouding afleggen. Als paramedicus kreeg de diëtist meer aanzien, maar een hardnekkige misvatting bleef in stand: de diëtist wordt direct geassocieerd met vermageren. Mevrouw Landman-Navis verzet zich heftig tegen het imago van de strenge diëtist. “Je mag best gebakjes eten, als het maar met mate is.”

"Stel je weleens wat anders samen dan vermageringsdiëten?', is een vraag die C. Jonkers, bestuurslid van de NVD vaak hoort. Zij legt uit dat diëtisten meer doen: zij werken in ziekenhuizen, in de industrie of in onderzoeksinstituten. Zelf adviseert zij aidspatiënten, die weinig eetlust hebben maar bang zijn te vermageren. Ook moeten zij nauwkeurig letten op hygiëne. “Als wij een broodje tartaar eten en er zitten twee salmonellabacteriën in, merken we niets, maar voor aidspatiënten kan het ernstige gevolgen hebben.”

Jonkers constateert dat mensen steeds meer geïnteresseerd zijn in gezonde voeding. Toch eten wij niet gezonder dan vroeger. “Nu eten we halvarine, magere kaas en vlees zonder vetrand, maar ook steeds meer vette snacks.” De kom vette jus mag dan van tafel zijn verdwenen, gemiddeld consumeert de Nederlander 5 kilo chips per jaar.

Hoewel de diëtist afwil van het imago dat ze er alleen is voor mensen die te dik zijn, was de populairste attractie gisteren op het Beursplein de vetmeter: een tang die de huidplooi meet en zo de hoeveelheid onderhuids vet bepaalt. Mensen verdrongen zich om hun "vetgehalte' te bepalen, of, zoals een gezette dame het uitdrukte: “Ik wil mijn rollen laten meten.”