Dales: geen geld voor assistenten bij politie

DEN HAAG, 20 SEPT. De ministers Dales (Binnenlandse Zaken) en Hirsch-Ballin (Justitie) willen geen extra geld beschikbaar stellen voor het aanstellen van politie-assistenten. Wel willen ze op korte termijn de rechtspositie regelen van de assistenten, die een toezichthoudende functie hebben. Dit blijkt uit een notitie die beide bewindslieden gisteren aan de Tweede Kamer hebben gestuurd.

Dales en Hirsch-Ballin zeggen op deze manier een mogelijkheid te willen bieden “om binnen de politie-organisatie meer aandacht te kunnen besteden aan de toenemende behoefte aan toezicht”. De bekostiging van de aan te stellen assistenten zal volgens de ministers echter “plaats moeten vinden binnen de bestaande financiële verhoudingen”.

De politie-assistenten krijgen opsporingsbevoegdheid, maar mogen geen vuurwapen dragen. Binnen de bestaande politiescholen komen er aparte opleidingen voor hen. Voorzitter M. Blijleve van de Algemeen Christelijke Politiebond juicht de komst van de assistenten toe. “Het biedt korpsen de mogelijkheid meer lager opgeleiden en allochtonen in dienst te nemen, die dan in een later stadium door kunnen stromen naar hogere functies of een baan in de beveiligingsindustrie. De assistenten moeten wel een aanvulling zijn en dus alleen het werk doen waar de bestaande politie-functionarissen niet aan toe komen.”

In Helmond en Rotterdam lopen op dit moment al experimenten met politie-assistenten. In Rotterdam-Centrum en Rotterdam-Zuid zijn sinds juli van dit jaar tweeëndertig assistenten actief en zijn de ervaringen volgens een woordvoerder positief. “Het publiek reageert spontaan op de aanwezigheid van meer politie op straat. En daar is het toch allemaal om begonnen.” Het Rotterdamse korps probeert via fondsen voor sociale vernieuwing en werkgelegenheidsregelingen het project gefinancierd te krijgen.