Wiskundeonderwijs

Geboeid heb ik het artikel van Kees Versteegh (W&O 5 sept.) over de export van Nederlandse onderwijsideeen naar Milwaukee gelezen. De opvattingen van Freudenthal, vertaald naar lesmateriaal, moeten het belabberde Amerikaanse wiskunde-onderwijs redden. Dat doet het goed in Nederland. De onderwijsideeen in het geciteerde rapport van de National Council of Teachers of Mathematics (gebaseerd op Amerikaans onderzoek) zijn inderdaad vergelijkbaar met die van Freudenthal en met de strekking van een aantal gezaghebbende Engelse rapporten uit de jaren tachtig.

Wat is dan de oorzaak van de slechte Amerikaanse wiskunderesultaten, gegeven het feit dat de wiskundeboeken voor het voortgezet onderwijs van 12-16 in de Verenigde Staten niet veel afwijken van onze toonaangevende wiskundemethoden? Aansluitend op dat genoemde vergelijkend onderzoek zijn veel dieper gravende studies uitgevoerd op het gebied van wiskunde en science. Met name in Japan, China, Taiwan, Korea en een aantal Europese landen werd van nabij het onderwijs in honderden scholen geobserveerd en geanalyseerd. De voornaamste conclusie tot nu toe is dat de effectieve leertijd voor die vakken bij Amerikaanse leerlingen veel lager is. Het aantal lessen is veel geringer, het effectief aan wiskunde bestede deel van de wiskundelessen is veel lager (veel ongericht werken in groepjes) en de inspanning thuis is minimaal. Voor de hand liggende voorstellen om de lange vakanties in te korten en het aantal lessen per dag op te voeren, omtmoeten veel weerstand. Onderwijs consumeer je, maar het moet geen inspanning worden. Wie goed op de hoogte is van de praktijk en de sfeer in de Nederlandse onderwijsinstellingen zal deze sociaal bepaalde mentaliteit zeker herkennen. Het is voor docenten en schoolleiders niet eenvoudig om tegen die stroom in te roeien. Nationale bewaking van het niveau van de diploma's is daarbij een onmisbaar instrument.