""WIJ WAREN DE ENIGE GEKKEN DIE ALLES BEWAARDEN''

Studie- en documentatiecentrum voor Fotografie van het Prentenkabinet van de Rijksuniversiteit Leiden. Rapenburg 65. 2311 GJ Leiden. Telefoon: 071-272797. Hoofdonderwerp: De geschiedenis van de fotografie. Aantal boeken 5.000 titels. Tijdschriften: 250 titels, waaronder 30 lopende abonnementen. Bijzonderheden: 160.000 moderne en historische foto's, 800 camera's en andere apparatuur en 20 negatief-archieven. Openingstijden: Op afspraak van dinsdag tot en met vrijdag van 14.00-17.00 uur. Geen uitleen van boeken, wel leeszaal en kopieerapparatuur.

Het is verwonderlijk hoe een schijnbaar voor de hand liggend idee toch zo revolutionair kan zijn. Het voor een museum verzamelen van foto's lijkt vanzelfsprekend, maar veertig jaar geleden vroeg dit om een vooruitziende blik. In 1953 besloot Van de Waal, de toenmalige directeur van het Prentenkabinet en hoogleraar kunstgeschiedenis, foto's een plaats te geven in het museum waar hij leiding aan gaf. De gedachte hierachter was dat foto's inmiddels de funktie van prenten grotendeels hadden overgenomen bij het vereeuwigen van personen en gebeurtenissen. Het idee van Van de Waal zorgde voor veel gefronste wenkbrauwen in kunstminnend Nederland, want de fotografen werden toen nog niet gezien als kunstenaars.

Dit maakte het verzamelen voor Van de Waal eenvoudiger. Hij had geen concurrenten die tegen hem opboden en zijn eerste aankoop was meteen een schot in de roos. Het was de verzameling foto's en fotoboeken van Nederlandse fotografen van Auguste Grégoire die met zijn collectie uit zijn huis in Voorburg was gegroeid. Hierin waren verschillende fotografische technieken en genres vastgelegd.

De verzameling "papier' werd later "noodgedwongen' uitgebreid met oude camera's. De bibliothecaris de heer Mühl vertelt dat zij destijds de enigen waren die dit historische materiaal van de schroothoop konden redden. Toen bijvoorbeeld de Vereniging van de Vakfotografie een inruilactie hield waarbij mensen korting kregen op een nieuw toestel als zij een oude inleverden, verdwenen hele bergen ingeruilde toestellen op de vuilnisbelt. Medewerkers van het museum beklommen die berg en keerden vaak met een rijke buit terug.

Bij de historische camera's en de foto's die daarmee gemaakt zijn, kwamen handleidingen en boekjes over de gebruikte procédés. Mühl: ""Op zich zijn dit doodsaaie boekjes, maar het is natuurlijk heel interessant om na te gaan welke mogelijkheden en beperkingen fotografen vroeger hadden. Het oudste receptenboek in de bibliotheek stamt uit 1839 en dat is precies het "geboortejaar' van de fotografie! Hierin staat precies vermeld welke procédés de eerste fotografen ter beschikking stonden.'' Ook dit deel van de collectie kon relatief gemakkelijk bij elkaar gesprokkeld worden. Mühl vertelt dat de bibliotheek regelmatig stapels oud papier van fotohandelaren voor hen "weggooide' en ondertussen daarin rondsnuffelde om de collectie aan te vullen. Mühl: ""Wij waren de enige gekken die alles bewaarden.''

Inmiddels zijn de bakens danig verzet. Het wordt algemeen aanvaard dat het maken van een goede foto de nodige creativiteit vergt en meer is dan het "mechanisch afbeelden van een brok realiteit'. Er wordt nu gevochten om de spullen die twintig jaar geleden achteloos werden weggegooid.

Het blijkt zelfs de moeite te lonen om anastatische herdrukken uit te geven van oude jaargangen van belangrijke fotografische tijdschriften. Hierbij wordt het origineel met huid en haar gereproduceerd. Zelfs de advertenties worden daarbij niet overgeslagen en het gebruikte papier benadert het origineel zo dicht mogelijk.

Voor bibliotheken en musea vormen deze herdrukken een uitkomst, omdat hiermee de late start van de collectievorming goedgemaakt kan worden. Ook in het Prentenkabinet zijn enkele voorbeelden hiervan aanwezig, maar de bibliotheek kan zich tevens verheugen in een uitgebreide verzameling originele oude tijdschriften.

Doordat het Prentenkabinet niet langer de enige verzamelplaats van fotografica is, is de stroom schenkingen de laatste jaren aan het opdrogen. Mühl: ""Dankzij een programma als tussen Kunst en Kitsch denkt iedereen die nog een oud bordje van zijn grootmoeder heeft, een kapitaal in handen te hebben. Erfenissen komen daardoor meestal niet ten goede van de musea, maar worden te gelde gemaakt.''

Het Prentenkabinet heeft bovendien te kampen met een geringe financiële armslag. Al vijftien jaar lang is het budget om boeken te kopen hetzelfde gebleven, terwijl zowel het aanbod als de prijzen sterk zijn gestegen.

In de collectie wordt getracht een representatief beeld te geven van het werk van Nederlandse fotografen en van de belangrijkste buitenlanders. Daarbij lag het accent in eerste instantie op artistieke afbeeldingen. Het publiek bleek echter meer interesse te hebben voor de afgebeelde onderwerpen, dan voor "l'art pour l'art'. Vandaar dat de bibliotheek ook aandacht ging besteden aan de documentaire waarde van foto's. Een voorbeeld hiervan is het Klein Gedenkboek van Liefde en Haat, van Eddy Posthuma de Boer. Hierin zijn foto's opgenomen die ten tijde van de kroning van Beatrix zijn gemaakt. Wie het boek openslaat vindt aan de ene kant afbeeldingen van versierde etalages van oranjegezinde winkeliers, maar de andere kant toont opgekalkte leuzen als "Trix is nix' of "Geen woning = geen kroning'.

De bibliotheek tracht alle facetten van de fotografie aan de orde te laten komen. De reclame-, vakantie-, journalistieke, erotische en oorlogsfotografie zijn allemaal vertegenwoordigd. Zelfs een enkele pornografische foto ontbreekt niet. Mühl: ""Wij hebben natuurlijk geen abonnement op de Candy of iets dergelijks, maar we vermijden dit onderwerp niet. Wie zijn neus ophaalt voor dergelijke thema's komt niet ver in de kunst.'' Ruime aandacht krijgen ook de verschillende visies op fotografen en de relatie tussen fotografie en andere vormen van beeldende kunst.

Een van de mooiste boeken uit de verzameling is het door Felix Czeike samengestelde fotoboek over het "Unbekanntes Wien'. Hierin staan op zeer groot formaat platen van Wenen uit de periode van 1870 tot 1920. De werkelijk prachtige zwartwitfoto's, die een beetje bruin doorschemeren, tonen onder andere een uitrukkende brandweerwagen, een steegje, handenarbeid op school, het reuzenrad en een groep volwassenen die geamuseerd naar een poppenkast kijken. Het straatbeeld waarin de eerste auto's nog als sieraad verschijnen, doet onvermijdelijk gezellig aan.

Toch zijn het niet dit soort boeken die Mühl met de meeste trots vervullen. Dit warme gevoel is gereserveerd voor De Geschiedenis van de Nederlandse Fotografie, een boekwerk dat binnen de eigen stal tot stand komt. De conservatrice van het museum, Ingeborg Leijerzapf stelt op dit moment een losbladig naslagwerk samen, waarin leven en werk van alle Nederlandse fotografen gedocumenteerd wordt. Dit werkstuk is het eerste in zijn soort. Hierin kan bijvoorbeeld opgezocht worden wie onze beroemde fotograaf Kiek was, de man van "het kiekje'.