Vroeggeboorte kondigt zichzelf aan in vaginavocht

Een biochemische test op de aanwezigheid van het foetale eiwit fibronectine in het vocht van de vagina en de baarmoedermond bij zwangere vrouwen kan gebruikt worden om een dreigende vroeggeboorte op te sporen. Onder leiding van Charles Lockwood van de Mount Sinai School of Medicine in New York werden 117 vrouwen met voortijdige weeën getest op de aanwezigheid van een verhoogd gehalte aan dit eiwit. Bij zestig vrouwen trad inderdaad een vroeggeboorte op en bij hen was het fibronectine-gehalte in 83,1% van de gevallen verhoogd. Bij de overige 57 vrouwen werd het kind ondanks de voortijdige weeën op het berekende tijdstip geboren. Deze vrouwen hadden slechts in 19% een verhoogd fibronectine (New England Journal of Medicine, 5 september).

Fibronectine zit in grote hoeveelheid in het vruchtwater en zo komt het na het breken van de vliezen in de vaginale afscheiding terecht. Uit het nu verrichte onderzoek blijkt dat de stof ook al bij het op gang komen van de weeënactiviteit - dus voordat de vliezen gebroken zijn - in duidelijk verhoogde concentratie in het vocht van de baarmoedermond en de vagina aanwezig is. Wat fibronectine precies voor functie heeft weet men niet, al speculeren de onderzoekers dat het een rol speelt bij de binding van de placenta aan de baarmoeder. Dat zou verklaren waarom fibronectine ook bij een dreigende vroeggeboorte vrij komt.

Men definieert een vroeggeboorte of een preterme bevalling als een geboorte voor de 37ste zwangerschapsweek. Dergelijke geboorten vormen een belangrijke oorzaak van sterfte onder pasgeboren kinderen. Daarom is het van groot belang om dit zoveel mogelijk te voorkomen. Soms is er overigens een duidelijke oorzaak voor zo'n preterme bevalling aan te wijzen, bijvoorbeeld een meerlingzwangerschap. In andere gevallen moet men de bevalling voortijdig inleiden vanwege ernstige zwangerschapscomplicaties.

Daarnaast komt echter bij driekwart van de vroeggeboorten de baring spontaan op gang zonder duidelijke aanleiding. Men kan zo'n voortijdige geboorte proberen te stuiten door het toedienen van weeënremmende geneesmiddelen. Een probleem vormt echter dat veel vroegtijdige weeën geen echte betekenis hebben en slechts van voorbijgaande aard zijn. Dan is een behandeling natuurlijk onnodig. Maar weeënremmende middelen werken alleen als ze tijdig worden toegepast. Als men dus wacht tot men zekerheid heeft of de geboorte zal doorzetten, is het eigenlijk al weer te laat. Er bestaat dus een duidelijk risico op overbehandeling bij voortijdige weeën.

De nieuwe test op fibronectine zou gebruikt kunnen worden om niet ter zake doende baarmoedercontracties van echte weeën te onderscheiden. Overigens benadrukken de onderzoekers dat de test ook positief is bij gebroken vliezen. Die moeten wel uitgesloten worden, want daar hebben weeënremmende middelen natuurlijk geen zin meer. Verder onderzoek moet overigens nog aantonen dat de f-test de weeën in een zo vroeg stadium opspoort dat de weeënremmende middelen inderdaad effectief zijn.