VOORTREFFELIJK GEACTEERDE VERFILMING VAN DE PROVINCIE VAN JAN BROKKEN; Weemoedige zoektocht naar verloren idealen

De provincie. Regie: Jan Bosdriesz. Met: Thom Hoffman, Pierre Bokma, Gijs Scholten van Aschat, Tamar van den Dop. In 10 theaters.

Jan Brokkens in 1984 gepubliceerde debuutroman De provincie begint met een ongerijmde moord. In voortdurend verspringende flash-backs wordt vervolgens langzaam duidelijk gemaakt hoe het zo ver heeft kunnen komen. Zoiets lijkt een bij uitstek filmische constructie, maar zou waarschijnlijk niet gewerkt hebben in een echte speelfilm. Het scenario van de verfilming, waaraan Brokken en regisseur Jan Bosdriesz samen werkten, maar waarvan Hugo Heinen de definitieve versie schreef, is al brokkelig genoeg.

De ik-figuur uit het boek, de journalist Frank (Thom Hoffman), keert nu terug naar zijn geboortedorp in de Hoeksche Waard, ontmoet daar zijn oude jeugdvrienden Koos (Gijs Scholten van Aschat) en Peter (Pierre Bokma) en hun gemeenschappelijke liefde Lili (Tamar van den Dop), en wordt zo zelf de motor van dramatische gebeurtenissen. Een noodlotstragedie is de filmversie van De provincie echter niet geworden, eerder een in details overtuigende, voortreffelijk geacteerde en mooi-weemoedige zoektocht naar de verloren idealen van een jeugd, die zich toevallig in de jaren zestig afspeelde.

Frank is de enige die zich aan de beperkingen van een provinciaal-calvinistisch milieu heeft weten te onttrekken. De anderen bleven achter: Koos, die altijd al moeite had de ambities en dromen van zijn vrienden bij te benen, werd directeur van de plaatselijke boerenleenbank en ouderling in de kerk van Franks vader, een aan God twijfelende, jenever en boeken verslindende dominee (zeer ontroerend gespeeld door Peter Oosthoek). Lili, de dochter van een hereboer (Gerard Thoolen) en ooit een veelbelovend violiste, trouwde met Peter, die zijn talent evenmin volledig ontplooide en troost zoekt in de eendenjacht op het terrein van zijn familie. Lili had indertijd voor elk van de drie kunnen kiezen, want het was een hecht groepje dat alle kanten op kon. Koos, de schlemiel, heeft het haar nooit kunnen vergeven en maakt gebruik van hypocriete ressentimenten in de dorpsgemeenschap om zich op haar te wreken. Pas bij zijn terugkeer in het dorp merkt ook de wereldwijze verslaggever hoe veel verdriet hij in het (fictieve) dorp Portland slecht begraven heeft.

Brokken verwijst zelf in het korte verhaal Het laatste oordeel, dat Heinen ook in het scenario verwerkte om Franks vader een achtergrond te geven, naar de demonen en dode zielen van Gogol. De achterlijkheid van de Russische provincie blijkt een uiterst vruchtbare referentie, waardoor een Zuidhollands eiland meer universele tristesse krijgt dan in een gewone streekroman. Maar omdat de dorpelingen, op enkele plaatjes van kerkgangers na, slechts als decor dienen in de film en de nadruk volledig ligt op de onvervulde dromen over de buitenwereld van de achtergebleven kinderen der notabelen, moest ik eerder aan Tsjechov denken. Amsterdam is hun Moskou, de thuiskomst van een verloren zoon leidt tot hun ondergang.

Tegelijkertijd is De provincie een van de meest Hollandse speelfilms die ik ken, in de verte verwant aan het eveneens door Frans Rasker geproduceerde Pastorale 1943. De allesbepalende invloed van jeugdvriendschappen en de geïdealiseerde zoete herinneringen doen soms denken aan Bij nader inzien. Helaas is de op 50-jarige leeftijd als regisseur debuterende Jan Bosdriesz, tot nu toe vooral bekend door zijn voortreffelijke montagewerk voor onder meer Paul Verhoeven en Jos Stelling, nog lang geen Wim Verstappen of Frans Weisz. De onzekerheid van de regie geeft De provincie soms een wonderlijk bleek karakter, alsof de op zichzelf af en toe briljante scènes maar geen film willen vormen. Er ontbreekt een stevige hand, die de dramatische lijn oplegt en de pareltjes tot een ketting maakt. Hoffman, Bokma en Scholten van Aschat zijn hogeschoolacteurs (die eerder samenwerkten in De avonden) en hun harmonisch ensemble dwingt respect af. De intellectueel, de romanticus en de conformist zijn tegen elkaar en tegen de onervarenheid van de regisseur opgewassen. In hun gezelschap handhaaft de piepjonge Van den Dop, nog maar een paar jaar geleden het vriendinnetje van Danny de Munk in Op hoop van zegen, zich verdienstelijk, zonder ooit de beoogde "femme fatale' te worden. Haar rol kreeg ook in het scenario weinig reliëf; bij herhaling wordt ze zelfs gereduceerd tot het snoesje zonder bloesje, waar de Nederlandse speelfilm een traditie in heeft hoog te houden. Desondanks is bij voorbeeld de onschuldige verleidingsscène aan de voet van een zomerse dijk of het melige tafereel op haar bruiloft, wanneer het kwartet landerig, stoned en dronken om de tafel hangt, beslist heel goed. Herkenning roept ook de flash-back op van een zondagochtend, als de drie vrienden de kerkgangers provoceren met de door het open raam luid schallende Sad Song van Otis Redding. Het stemloos, treiterend meeneuriën van het fa-fa-fa-fa-refrein is een schitterend leidmotief van de film.

De jaren zestig in de Hollandse provincie: drie langharige jongens, twee met een Puch en een met een fiets, in broeken met wijde pijpen, die denken de wereld te veranderen door boeren in hun zondagse pak wat soul in te blazen. Maar als Hoffman zijn vertoornde vader toevoegt dat hij niet eens in God gelooft, krijgen zijn vrienden de slappe lach en kijken de andere kant op.

Het camerawerk van Jules van den Steenhoven maakt optimaal gebruik van grijze luchten en malse weiden, zonder in verheerlijking van het landschap te vervallen, maar de flash-backs hadden we ook wel als zodanig herkend zonder kunstmatig bleek licht. De provincie kent geen solide eikenhouten constructie, al heeft de zware, onheilspellende muziek van de veel te weinig in film actieve Otto Ketting wel die allure. Grotendeels is de film gefiguurzaagd van triplex; elk land krijgt de Tsjechov die het verdient. Maar als ik ooit nog emigreer, neem ik een videocassette van De provincie met me mee.