Twijfels bij overheid over reductie van afval

DEN HAAG, 19 SEPT. Het is zeer de vraag of het streven van de overheid om minder afval te krijgen, succes zal hebben. “Grote onzekerheden” bestaan over de te verwachten groei van het afvalaanbod, over de resultaten van preventie en hergebruik, het opzetten van nieuwe capaciteit voor de verwerking van afval en over de invloed van nieuwe milieumaatregelen.

Dat zei H. Ouwerkerk, voorzitter van het Afvaloverlegorgaan (AOO), vandaag in een toespraak tijdens een symposium in Mierlo van de Nederlandse Vereniging van Reinigingsdirecteuren. Het orgaan is ingesteld door de rijksoverheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg. Taak van het AOO is landelijk sturen van de verwijdering van het afval.

Eind dit jaar zal het orgaan daarover een eerste tienjarenprogramma uitbrengen. Ouwerkerk wees er op dat het huidig afvalaanbod wordt gesteld op 40 miljoen ton per jaar. Recente cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne spreken echter al over 50 miljoen ton per jaar, een kwart meer.

Uitgaande van de cijfers in het Nationaal Milieubeleidsplan Plus (NMP-Plus) dient de komende tien jaar het ontstaan van 25 miljoen ton afval te worden voorkomen. Daarnaast moet 265 miljoen ton hergebruikt worden, 110 miljoen ton gestort en 50 miljoen ton verbrand. Ouwerkerk plaatste hierbij grote vraagtekens.

Bij de doelstellingen in 2000 voor preventie (10 procent) en hergebruik (65 procent) is het volgens hem een "grote vraag' of die doelen op tijd zullen worden gerealiseerd. Het initiatief ligt bij het ministerie van milieubeheer, maar moet verbreed worden naar het bedrijfsleven en naar andere ministeries.

Ouwerkerk hoopt de onzekerheden bij het afvalbeleid deels te ondervangen door in het tienjarenprogramma de term "flexibiliteit' tot sleutelwoord te maken. Hierdoor is het wellicht mogelijk veranderende ontwikkelingen in te passen. Wel zal dan de voortgang bij de uitvoering van de plannen "alert' moeten worden gevolgd.

De voorzitter van het Afvaloverlegorgaan acht het van groot belang dat de maatschappelijke weerstanden tegen bijvoorbeeld de bouw van verbrandingsinstallaties serieus worden genomen. Dat maakt de toekomstige afvalverwerking ook onzeker.