Turkse luchtjes ontregelen hoofdrolspelers

ISTANBUL, 19 SEPT. Lag het aan de zoete, zilte lucht vanuit de Bosporus? Of aan de kruidengeur van Turkse sigaretten? Of was het de walm van rokend vlees die rond het Inüon-stadion hing?

Alleen een mengsel van die luchtjes kan verklaren hoe in het Europese voetbaltreffen tussen PSV en Besiktas twee hoofdrolspelers een moment hun verstand verloren. Waren zij niet mannen van eer en onbesproken gedrag? Hadden zij hun kwaliteiten niet overtuigend bewezen? Rosario Lo Bello, de Italiaanse scheidsrechter, had tot op dat moment foutloos gefloten: soeverein en beheerst. En Wim Kieft had hard gewerkt, veel ballen opgevangen, veel ballen vastgehouden. Maar hij had ook twee geweldige kansen gemist.

Toch begon de waanzin bij Lo Bello. Of was het een vergissing? Een vergissing die even onvermijdelijk was als de Trojaanse oorlog. Produkt van macht en onmacht, van eer en geldingsdrang. Om dat te achterhalen, is het nodig om het voorverhaal te schetsen. Misschien dat daarin de verklaring voor de twee kortsluitingen ligt.

Die inleiding zou kunnen beginnen op woensdagochtend om tien uur als de straatventers de beste plaatsen rond het stadion al hebben ingenomen. Honderden supporters, met zwart-witte club-attributen, heffen hun eerste spreekkoren aan, die gemakkelijk reiken tot het Zwitserse hotel waar de PSV'ers verblijven. Ze zou ook kunnen beginnen twee uur voor de wedstrijd, als de supporters op volle oorlogssterkte zijn: zo'n 45.000. Slogans kaatsen heen en weer als flipperballen. Het stadion lijkt te golven.

Besiktas had de toon gezet. Had trainer Gordon Milne niet tevoren gezegd: “Wat onze ploeg tekort komt, zullen onze supporters goed moeten maken”. Maar PSV was voorbereid op het Turkse pandemonium. Daarom sleepte trainer Bobby Robson zijn ploeg al vijf kwartier voor de wedstrijd het veld op, waar de spelers breeduit zittend op de grasmat het vocale geweld laconiek over zich heen lieten komen. Dat was al een regelrechte provocatie. En daarna nam PSV in de wedstrijd ook direct het heft in handen. Dat was ongehoord.

PSV speelde met Besiktas als de kat met de muis. Maar PSV vergat het beestje af te maken. Kieft ontmaskerde de Turkse centrumverdediger Ulvi als een houten klaas. Ellerman liet rechtsback Recep steeds zijn hielen zien. En kansen kwamen er met kuddes. Voor Kieft en Ellerman en Heintze en Van Aerle.

Dat PSV na 27 minuten op 1-0 kwam door een goal van Ellerman, was niet meer dan voetballogica. Dat het daar bij bleef was pas merkwaardig. Maar nog controleerde PSV het spel. Spelers en supporters van Besiktas leken zich al bij de suprematie uit Eindhoven te hebben neergelegd, opgelucht dat ze aan een brute afstraffing ontkwamen.

Dit was niet het in bloed gedrenkte decor dat de vermaarde Italiaanse scheidsrechter Rosario Lobello zich had gedacht. Dit was goedmoedig nazomervertier met hem in een bijrol. Vijftien minuten voor tijd bracht hij daar rigoureus verandering in.

Eerst bedeelde hij Besiktas met een vrije trap in het strafschopgebied, omdat PSV-keeper Van Breukelen te veel passen zou hebben gedaan. Dat schot werd gekeerd door de lat en daarna leek de muis uit zijn verlamming gewekt. De supporters reageerden als ontketend. Geen wonder dat ze loeiden om een strafschop toen Metin struikelde over het been waarmee Jerry de Jong de bal zojuist had weggeschopt. Een wonder was alleen dat Lobello de penalty gaf. “Een typical home-European decision in front of a hostile crowd”, verklaarde Robson na afloop. Van Breukelen zei dat het wel leek of Lobello wilde dat Besiktas zou scoren. “Onbegrijpelijk.” Hij had op de strafschop van Metin geen kans.

Misschien dat het Kieft op dat moment te veel werd. Hij had al de pest in omdat hij goeie kansen gemist, vertelde hij later. En dan nog “de irritatie over een penalty die nergens op sloeg”. Toen Lo Bello even later ook nog weigerde te fluiten voor een overtreding, terwijl aan zijn arm werd getrokken, kon hij zijn mond niet langer houden. Hij vertelde Lo Bello in enkele welgekozen Italiaanse woorden, dat zijn manier van fluiten onmiskenbaar dictatoriale trekjes vertoonde. Dat kwam Kieft te staan op een rode kaart.

Zo werd Besiktas-PSV dan toch nog een spektakel. Het dolenthousiaste publiek vierde het 1-1 gelijkspel als een historische zege. In de kleedkamer van de PSV'ers overheerste de kater. Robson was razend. Voorbereiding, instelling, tactiek, alles was perfect geweest. De ploeg had superieur gespeeld, reeksen kansen gecreëerd, met ten minste 4-0 moeten winnen. Maar uit acht grote kansen had de ploeg maar één keer gescoord. “Kieft moet beter kunnen.” Nee, met die 1-1 was Robson helemaal niet blij, ondanks de gunstige uitgangsstelling voor de thuiswedstrijd. “Een slecht resultaat.”

Zondebok Kieft was het met die lezing helemaal eens. Ook hij vond dat PSV Besiktas geen moment in zijn spel heeft laten komen, maar daarna zichzelf in de problemen heeft gebracht. Over zijn eigen vergrijp zei hij deemoedig: “Ik had mijn mond moeten houden. Ik ben heel dom geweest.”

Een van de bestuursleden van Besiktas zei vergoelijkend dat het waarschijnlijk aan de Istanbulse lucht had gelegen, aan geluiden en geuren. Die Turkse melange leidt wel vaker tot bokkesprongen, zelfs bij Turken. PSV had een eigen kok meegenomen naar Turkije. Maar aan die andere zintuigen, de uitwendige mens, wordt nooit gedacht.