Simons en Rinnooy Kan kruisen degens

DEN HAAG, 19 SEPT. Staatssecretaris drs. H. Simons (volksgezondheid) en voorzitter dr. A.H.G. Rinnooy Kan van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) voeren een openbaar debat over de financiële gevolgen van de stelselwijziging van de ziektekostenverzekeringen, waarschijnlijk op donderdag 3 oktober in Den Haag .

Rinnooy Kan heeft zich daartoe bereid verklaard in een brief met uitvoerige toelichting die hij gisteren naar de bewindsman heeft gestuurd. Daaruit blijkt dat nagenoeg iedereen er financieel op achteruit gaat als de kabinetsplannen door gaan.

De door het VNO gekritiseerde kabinetsplannen moeten leiden tot een ziektekostenverzekering voor alle Nederlanders. Op zijn vroegst kan die "basisverzekering' in 1995 een feit zijn. Als onderdeel van de stelselwijziging zullen de verschillen tussen de particuliere verzekering en de ziekenfondsverzekering tot nul worden gereduceerd; een inkomensnivellerende operatie die deze zomer de goedkeuring van de Tweede Kamer kreeg.

Vorige week woensdag presenteerde Rinnooy Kan berekeningen van het VNO waaruit blijkt dat door het invoeren van het nieuwe stelsel veel verzekerden duurder uit zijn dan nu en dat de collectieve lastendruk met 10,45 miljard gulden toeneemt. Simons sprak van een “uitglijder” van Rinnooy Kan en noemde diens berekeningen “niet valide”. Er zou sprake zijn van dubbeltellingen en verkeerde veronderstellingen. “Als feiten onjuist worden gepresenteerd en ook nog eens in een ideologisch daglicht worden geplaatst, dan heb ik daar de schurft aan”, reageerde Simons. Hij verweet Rinnooy Kan bovendien een gebrek aan inzicht, “waardoor burgers, volstrekt ten onrechte, ongerust worden gemaakt”.

Simons liet zijn commentaar vergezeld gaan van berekeningen waaruit blijkt dat ziekenfondsverzekerden (ruim 9 miljoen van de ongeveer 15 miljoen Nederlanders) er in het algemeen niet op achteruit gaan. De koopkracht van bejaarden en zelfstandigen zal door een premieverlaging zelfs flink verbeteren, aldus Simons. Eerder wees hij erop dat inkomenseffecten van jaar op jaar beoordeeld zullen worden.

Rinnooy Kan is “ervan overtuigd dat onze berekeningen een beeld oproepen dat correspondeert met de realiteit. Hoe verrassend dit beeld ook moge wezen, het steekt relatief verrassend gunstig af bij het beeld dat wordt opgeroepen door uw eigen cijfermatige toelichting”. Vervolgens slaat Rinnooy Kan de staatssecretaris met zijn eigen berekeningen om de oren: een tweemaal modale alleenstaande werknemer gaat er in Simons' berekeningen 178,40 gulden per maand op achteruit. Dit is op jaarbasis 2.140,80 gulden, terwijl in de berekeningen van de VNO sprake is van een achteruitgang van 1.200 gulden per jaar. De niet-alleenstaande tweemaal modale werknemer gaat er in de WVC-berekeningen 98,90 gulden per maand op achteruit ofwel 1.186,80 gulden op jaarbasis. Het VNO komt uit op 800 gulden per jaar.

Simons heeft er herhaaldelijk op gewezen dat alleenstaande particulier verzekerden nu relatief weinig voor hun ziektekostenverzekering betalen en dat zij de komende jaren “door de vergroting van de solidariteit” ten opzichte van bejaarden en kleine zelfstandigen meer moeten bijdragen.

De discussie die nu al tussen Simons en Rinnooy Kan op gang is gekomen, heeft intussen een welles-nietes-karakter. Volgens een woordvoerder van het VNO laat de brief aan de staatssecretaris er geen twijfel over bestaan dat de collectieve lastendruk omhoog gaat en dat veel verzekerden straks duurder uit zullen zijn, “aangezien de berekeningen van WVC zelf aantonen dat de inkomensachteruitgang in het nieuwe stelsel voor grote groepen nog groter is dan het VNO naar voren heeft gebracht”. Een woordvoerder van Simons zegt dat de staatssecretaris ondanks de uitgebreide berekeningen van werkgeverskant op zijn standpunt blijft staan.

Om te voorkomen dat het bij een welles-niets-discussie blijft, moeten de veronderstellingen en berekeningen van VNO en WVC volgens Rinnooy Kan door een “objectieve instelling” worden gecontroleerd. “Gelet op het belang dat wij beiden hechten aan goede voorlichting kan dan een discussie over de techniek worden voorkomen en kunnen wij ons op de kernvragen concentreren”, aldus Rinnooy Kan.

Het VNO doet “nogmaals een klemmend beroep” op Simons per 1 januari “geen overhaaste, onomkeerbare stappen te zetten op een weg waarvan nog volstrekt onzeker is of daarlangs het beoogde doel ook zal worden bereikt”.