"Shamir heeft onvergeeflijke fout gemaakt'; “Willen we een Joegoslavië, Cyprus of Libanon worden?”

TEL AVIV, 19 SEPT. Als Israel de honderden miljoenen guldens verslindende nederzettingenpolitiek voortzet, kan het fluiten naar de gevraagde Amerikaanse bankgarantie ten bedrage van 20 miljard gulden voor de opvang van de joodse massa-immigratie uit de Sovjet-Unie. Premier Yitzhak Shamir heeft vorige week onmiddellijk doorzien dat dit de ware achtergrond was van president George Bush' dringende verzoek aan Jeruzalem om de officiële aanvraag van de bankgarantie 120 dagen uit te stellen. Dat zou volgens de Amerikaanse president goed zijn voor het vredesproces. Zo goed zelfs dat hij aankondigde desnoods van zijn presidentiële veto-recht gebruik te zullen maken om het pro-Israelische Congres aan banden te leggen.

Wat Shamir heeft bezield om toch te proberen over het hoofd van Bush heen het Congres voor Israels standpunt in stelling te brengen is niet te doorgronden. Israelische commentatoren en politici verschillen daarover onderling diepgaand van mening.

Volgens sommigen geloofde Shamir oprecht dat hij via de pro-Israelische lobby Bush op eigen terrein zou kunnen verslaan. Hoe fraai zou Israels onderhandelingspositie er tijdens de voorgestelde vredesconferentie dan niet hebben uitgezien? Anderen daarentegen menen dat Shamir de crisis over de bankgarantie heeft uitgelokt om de pro-Arabische instincten van Bush boven water te brengen en met dit voor de eigen achterban aanvaardbare argument de vredesconferentie alsnog te torpederen.

Wat zijn beweegredenen ook zijn, Shamir heeft zich naar het inzicht van de socialistische oppositieleider Shimon Peres volledig verkeken op Bush in diens rol als onbetwiste wereldleider. Peres vergeleek het met Bush aangegane debat over de bankgarantie met de blunder die de Likud-regering van Begin maakte toen zij kort na het van kracht worden van de vrede met Egypte in de zomer van 1982 het leger Libanon instuurde. Drie jaar later keerden de militairen met hangende pootjes naar huis terug.

Hoewel de socialistische leider, die aan de zijlijn van de Israelische politiek staat, het door Shamir naar voren gebrachte humanitaire element steunt van de aanvraag van de dollar-hulp, deelt hij de opvatting van Bush dat Israel onmiddellijk een einde moet maken aan de nederzettingenpolitiek in bezet gebied. Voor het vredesproces is dat volgens hem een goede zaak en voor het behoud van een democratische joodse staat een absolute vereiste.

Peres houdt zijn hart vast voor de consequenties van de bi-nationale staat die uit de ideologisch bepaalde nederzettingenpolitiek in de bezette gebieden voortvloeit. “Willen we een Joegoslavië, Cyprus of Libanon worden?”

Shamir is doof voor deze argumentatie. Voor hem is het zonneklaar dat heel Erets-Israel, het land van Israel, van het joodse volk is. En mocht hij er in zijn achterhoofd, met het oog op het vredesoverleg, toch andere gedachten op na houden dan heeft Bush hem in een te vroegtijdig stadium van het inleidende vredesoverleg met rug tegen de muur geplaatst. Voor Shamir is het een uitgemaakte zaak dat hij nú niet voor de Amerikaanse eis om de nederzettingenpolitiek te bevriezen door de knieën kan gaan. Nog afgezien van de dodelijke slag voor Israels onderhandelingspositie aan de conferentietafel zou zijn regeringscoalitie met de ultra-rechtse partijen over zo'n kniebuiging vallen.

Misschien zou Shamir wel te bewegen zijn geweest om tijdens het vredesoverleg de bouw van nieuwe nederzettingen in bezet gebied voor enkele maanden te bevriezen. Het dan in de ban van het vredesspektakel zijnde Israelische volk had zo'n besluit wel kunnen slikken en zou Shamirs Likud er in de stembus wellicht niet voor hebben gestraft. President Bush heeft echter in een te vroeg stadium, om Arabische “goede wil en vertrouwen” te winnen, de Achilleshiel van de Likud-ideologie - de nederzettingenpolitiek - getroffen.

Shamir heeft de fout gemaakt Bush de gelegenheid te geven dit te doen. Hij had er verstandig aan gedaan het verzoek van Bush in te willigen om 120 dagen te wachten met het indienen van het verzoek om de bankgarantie.

De Amerikaanse president repte met geen woord over het nederzettingenbeleid toen hij met zijn veto dreigde, hoewel het voor Shamir duidelijk was dat dit wel op zijn lippen lag. Escalatie van de confrontatie tussen Bush en Shamir is onvermijdelijk met de aankondiging van het voornemen van de president, op aanbeveling van minister Baker, zich wellicht vandaag nog vanuit het Witte Huis rechtstreeks tot het Amerikaanse volk te wenden om zijn harde politiek jegens Israel te verdedigen. Met 86 procent van de Amerikanen (volgens een door het tv-station ABC uitgevoerd opinieonderzoek) achter zich moet de president zich wel goed voelen.

Het is volgens veel Israelische Amerika-specialisten een onvergeeflijke fout dat Shamir het zover heeft laten komen. Bush is de eerste Amerikaanse president die probeert de grote invloed van de pro-Israelische lobby op de Amerikaanse buitenlandse politiek te breken. Shamir heeft de lobby in een te vroeg stadium in het gevecht om Erets-Israel in stelling gebracht.

Hij heeft de politieke gevolgen van de grote veranderingen in de wereld voor de Amerikaanse buitenlandse politiek verkeerd ingeschat. Als anti-communistisch bolwerk heeft Israel met het uiteenvallen van het Sovjet-imperium zijn betekenis voor de VS verloren. In een tijdperk waarin het zelfbeschikkingsrecht zo'n belangrijke plaats inneemt komt Israel met zijn ontkenning van de Palestijnse zelfbeschikkingsrecht aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan.

Of Bush nu goede of slechte bedoelingen met Israel heeft, is niet relevant voor het presidentiële argument dat de Amerikaanse belastingbetaler daar zijn portemonnee niet voor hoeft te openen. Als de president het in zijn komende tv-rede zover laat komen is de special relationship tussen de VS en Israel voorbij. In de Israelische pers wordt al geschreven over de “politieke Grote Verzoendag”, een zinspeling op de oorlog die in 1973 op Grote Verzoendag Israel verraste.