Ronde Tafel van 45 Europese topindustriëlen in rapport "Reshaping Europe': "Breidt EG snel uit naar Oost-Europa'

EINDHOVEN- PARIJS, 19 SEPT. Nog voor het einde van de eeuw moeten de zeven EFTA-landen volwaardig lid worden van de Europese Gemeenschap en moeten Hongarije, Tsjechoslowakije en Polen associaties aangaan met de EG. De Economische Monetaire Unie (EMU) moet al in 1998 volledig operatief zijn - desnoods in een beperkt aantal van de huidige lidstaten.

Met deze aanbevelingen hoopt de European Round Table of Industrialists (ERT) het integratie-proces nieuw leven in te blazen. De 45 industriëlen doen hun aanbevelingen in een vandaag gepubliceerd rapport, getiteld Reshaping Europe.

“Het debat over Oost-Europa vertraagt het eenwordingsproces. Daarom is er behoefte aan een nieuw elan”, aldus omschreef Philips-topman en mede-auteur dr W. Dekker de belangrijkste doelstelling van de studie. Reshaping Europe is een uitvoerige catalogus waarin de grote Europese bedrijven hun wensen op diverse beleidsterreinen uiteenzetten.

De ondernemers gaan daarbij bewust voorbij aan politieke gevoeligheden en barrières. “We wilden afstand nemen van het politiek gesteggel en duidelijk maken wat er ons inziens moet gebeuren. Je moet je niet neerleggen bij de obstakels, maar naar een doel toewerken en de problemen oplossen als je ze tegenkomt”, aldus Dekker.

Zo breekt de industrie een lans voor de onvoorwaardelijke invoering van de EMU, die uiteindelijk moet leiden tot één munteenheid voor de gehele Gemeenschap en een Europese centrale bank. Het rapport bevat een gedetailleerd stappen-plan, dat begint met de ondertekening van een nieuw Europees Verdrag (1991) en eindigt met de invoering van de ecu als enige Europese betaalmiddel in 1998.

De industriëlen willen de ecu gebruiken als een “aanjager” voor de invoering van de EMU. Terwijl in het rapport te lezen valt dat de overheden zich moeten verplichten tot inflatiebestrijding en beperking van het begrotingstekort, maakte Dekker in een toelichting duidelijk dat convergentie van de economische status van de lidstaten voor de industrie geen harde voorwaarde is voor invoering van de EMU.

De ERT heeft er bovendien vrede mee dat eerst een kleine groep lidstaten een monetaire unie vormt, alvorens de gehele Gemeenschap in het nieuwe stelsel wordt opgenomen.

Volgens Dekker moet de Gemeenschap op politiek terrein leren met één stem te spreken. In de jaren '80 fungeerde de economische dreiging van supermacht Japan als stok achter de deur bij de vergaande economische integratie van de EG. Nu bestaat er een vergelijkbare “dreiging” op politiek gebied: “In de jaren '90 moet worden voorkomen dat een gebrek aan politieke slagvaardigheid van de EG een machtige lidstaat in de kaart speelt”, zegt Dekker. “Het is duidelijk dat Duitsland dan vooraan zal staan.”De politieke "verlanglijst' van de rondetafel bestrijkt een groot aantal terreinen. Het rapport bevat suggesties voor een verbeterde infrastructuur, verbetering van het onderwijs, waarschuwingen over aantasting van het milieu evenals een hoofdstuk over sociaal beleid. Daarin verzetten de industriëlen zich tegen de verlaging van sociale uitkeringen. “Wie zijn arbeid heeft geofferd, heeft recht op financiële compensatie bij arbeidsongeschiktheid.”

Een steen des aanstoots voor de industrie blijft het anti-kartelbeleid in Europa. In Reshaping Europe formuleren de auteurs diplomatiek: “Er moet een nieuw evenwicht worden gevonden tussen efficiënte herstructurering en het ontstaan van Europese monopolies die de concurrentie belemmeren.”

In werkelijkheid wil de industrie niets minder dan een volledige herziening van het anti-kartelbeleid. Dekker: “Het is onzinnig dat een deal tussen KLM en Sabena wordt tegengehouden. Het kartelbeleid is erop gericht prijsopdrijving te voorkomen. Dat risico bestaat tegenwoordig niet meer, dat is geen reëel gevaar”. Toegenomen concurrentie en strengere publikatie-eisen voor ondernemingen staan een klassiek prijskartel volgens Dekker in de weg. Er moet een nieuw stelsel komen waarin grotere vrijheid bestaat om samenwerkingsverbanden aan te gaan. De regelgeving zou beperkt moeten worden tot een lijst condities waaraan samenwerkende ondernemingen in de praktijk moeten voldoen. De EG-ambtenaren zouden zich moeten beperken tot toezicht op naleving van die regels.