Ook bij ziektewetplannen van Den Uyl beukte vakbeweging hard in op PvdA; Het is beter dat Wim Kok blijft

Het PvdA-congres zou er goed aan doen zich de geschiedenis van Den Uyls ziektewetplannen uit 1982 te herinneren voordat het de staf breekt over PvdA-leider Kok en diens WAO-plannen. Want wat is toen het resultaat geweest voor de vakbeweging? De PvdA verdween uit de regering en kort daarop werden alle uitkeringen en de ambtenarensalarissen gekort met drie procent

Zelden is een partij op zo'n manier in aanraking gekomen met regeringsverantwoordelijkheid als de PvdA de afgelopen maanden. Met anderen zie ik in de huidige ontwikkeling iets gebeuren wat in deze omvang nog nooit zo aan de orde is geweest in de geschiedenis van de sociaal-democratische beweging.

Rond de ziektewetplannen van Den Uyl in 1981-'82 laaide de discussie weliswaar hoog op, maar werden de sporen niet zo diep getrokken. De stemming van nu lijkt misschien nog het meest op de reacties die de beslissing in de periode Drees, om tot politionele acties in het voormalig Nederlands Indië over te gaan, opriepen.

Regeringsverantwoordelijkheid anno 1991 is hard. Dat de economische situatie in ons land niet rooskleurig was, kon ook vóór het uitkomen van de Miljoenennota bekend worden verondersteld. Toch, als je alle feiten op een rijtje ziet, raak je pas goed doordrongen van de ernst ervan. Ik wil in dit verband één gegeven uit de Miljoenennota aanhalen. Op dit moment is één op de drie inkomensontvangers onder de vijfenzestig jaar aangewezen op een uitkering. Als we terug zouden willen naar het niveau van 1970, toen dat cijfer één op zeven was (en dan zitten we nog altijd boven het Duitse niveau van nu) dan zou dat een realisatie van één miljoen banen vergen. Zulke afwijkingen zijn in een toekomstige Europese markt onhoudbaar. Daaraan kunnen worden toegevoegd: dreigende daling van de werkgelegenheid, stijging van de werkloosheid, stijgende inflatie, afnemende particuliere consumptie, achterblijven van binnenlandse investeringen en halvering van de groei van het nationaal inkomen, dan zijn dat feiten die niet genegeerd kunnen worden. Dan moet er wat gebeuren, dan moeten er scherpe keuzen worden gemaakt.

Wim Kok heeft, het slagveld overziende, vastgesteld dat er niet zoveel te kiezen valt binnen een begroting die ingeklemd zit tussen de strakke voorwaarden van een plafond voor de lastendruk en een aanvaardbaar financieringstekort. Pijnlijke keuzen waren onvermijdelijk. Kok heeft zijn verantwoordelijkheid als minister van financiën, maar misschien nog wel belangrijker als partijleider, niet willen ontlopen en die keus gemaakt. Een keus die anderen in zijn plaats niet wezenlijk anders hadden kunnen maken. Als we in Nederland willen komen tot een grotere arbeidsdeelname, dus meer banen en gezonde overheidsfinanciën, dan moeten alle zeilen worden bijgezet. Daar ontkomen ook de stuurlui aan de wal niet aan.

Ik wil hier zeker niet de gevolgen van pijnlijke ingrepen, zoals in de voorgestelde WAO-maatregelen, bagatelliseren, maar de situatie is zeker niet zo eenvoudig dat we die één man in de schoenen kunnen schuiven of dat we daarom zouden mogen afhaken als regeringspartij. Voor de gang van zaken met de sociale zekerheid geldt medeverantwoordelijkheid van velen en er mag ook van anderen gevraagd worden binnen de sombere verwachtingen en uiterst smalle marges keuzen te maken. Vluchten kan niet meer.

Ik acht het dan ook begrijpelijk, dat Wim Kok de vertrouwensvraag voorlegt aan zijn achterban. De PvdA heeft twee jaar geleden welbewust ingezet op regeringsverantwoordelijkheid en Kok met grote instemming als eerste man gekozen. Hij heeft, waar hij er blijk van geeft niet weg te lopen voor de problemen en toekomstgerichte keuzen maakt, er recht op van de achterban een ondubbelzinnig antwoord op zijn vraag te krijgen. Ik hoop dat dat antwoord inderdaad helder en positief zal zijn, zonder mitsen en maren. Anders wordt het functioneren van de eerste man volstrekt onmogelijk gemaakt en zal hij terecht aftreden. En dat zou de situatie pas echt uitzichtloos maken.

Als het Congres besluit door te gaan, zijn de problemen uiteraard de wereld niet uit. De PvdA zal genoodzaakt zijn nieuwe prioriteiten te stellen. Niet alleen voor ons sociale stelsel, maar ook op andere terreinen. Een verkiezingsprogramma uit 1989 voor vier jaar werkt in dit opzicht onvoldoende. De realiteit dwingt tot bijstelling.

Naast de inhoud van het beleid en de prioriteitsstelling moet ook de organisatie van de partij op korte termijn ter hand worden genomen. De huidige organisatie is volstrekt niet in staat regeringsverantwoordelijkheid te dragen. De reactie op ontwikkelingen in de maatschappij verloopt veel te traag, de presentatie werkt verwarrend en de huidige organisatie-structuur staat een effectief leiderschap in de weg. De voorstellen van de commissie Van Kemenade dienen zo snel mogelijk voorgelegd te worden in de vorm van uitvoeringsbesluiten voor vergaande reorganisatie. Hoe gaan we om met de besluitvorming, wie draagt waarvoor verantwoordelijkheid en waar liggen de bevoegdheden. Hoe zetten we de organisatie weer zo op de rails dat in onze besluitvorming realiteit verbonden wordt met toekomstvisie.

Wat de situatie van nu zo gecompliceerd maakt, is de verhouding tot de vakbeweging. Op zichzelf draagt deze altijd al een gevoelig karakter, maar wie de inhoud van de uitspraken en de toonzetting ervan de laatste tijd heeft gevolgd, moet tot de conclusie gekomen zijn dat wederzijds begrip nauwelijks nog bestaat en de verhoudingen verhard zijn.

“Het wordt tijd dat het kabinet z'n sociale geweten terugvindt”, hoorde ik deze week tijdens de acties van vakbondszijde opmerken. Een goed idee, maar misschien wil de vakbeweging haar geheugen dan ook nog eens raadplegen.

Ik ga dan even terug naar 1981-1982 ten tijde van de Ziektewetplannen van Den Uyl en Dales, waar de vakbeweging zo massaal tegen te hoop liep. Wat is het uiteindelijke resultaat geweest voor de vakbeweging? De PvdA verdween uit de regering en kort daarop werden alle uitkeringen en ambtenarensalarissen met drie procent gekort, het kabinet bevroor de uitkeringen van jaar op jaar en alle uitkeringen werden verlaagd naar zeventig procent.

Waarom wordt er zo hard ingebeukt op de Partij van de Arbeid? Vanwaar die stelligheid? Er moeten toch ook binnen de vakbeweging twijfels bestaan over de realiseerbaarheid van doelstellingen van werkgelegenheid, de koopkracht van laagstbetaalden en de houdbaarheid van het stelsel van sociale zekerheid onder de sociaal-economische omstandigheden van dit moment. Ik realiseer me dat de gevoeligheden heel diep gaan en ik zal de laatste zijn die zijn bewondering uitspreekt over de presentatie en de verdediging van de WAO-voorstellen. Er zijn fouten gemaakt, maar helpt het ons daarover door te blijven gaan? Waar denkt de vakbeweging in de toekomst haar bondgenoten in de politiek te vinden?

De voorstellen die er nu liggen zijn mede door toedoen van de vakbeweging bijgesteld met de nodige ruimte voor verdere bijstelling als het volumebeleid in de komende jaren goed uitpakt.

De Wim Kok van nu is geen totaal andere Wim Kok dan de man die de FNV zo succesvol en bewogen heeft geleid. Hij is zeker niet minder sociaal bewogen, maar heeft wel andere verantwoordelijkheden en ontloopt ze niet. Tot slot een opmerking in de richting van degenen die zeker weten dat de voorstellen van tafel moeten; zoniet, dan uit het kabinet stappen. Ook hier zou ik willen zeggen: denk daar nog eens een keer over na.

De Partij van de Arbeid is toegetreden tot dit kabinet in de verwachting een bijdrage te kunnen leveren aan het herstel van de werkgelegenheid, het milieu, de sociale vernieuwing en het in stand houden van onze sociale verworvenheden. Er is te optimistisch gedacht over de uitkomsten daarvan. De vraag is nu of we de regeringsverantwoordelijkheid ook willen en kunnen dragen als er zwaar weer op komst is.

Ik heb het in het begin al geconstateerd: de PvdA komt op een wel heel harde manier in aanraking met de regeringsverantwoordelijkheid. Het ergste is om die verantwoordelijkheid te ontlopen. Dan laat je de mensen, die zijn aangewezen op deelname van sociaal-democraten in de regering, pas echt in de steek.

Mij lijkt het beter om vanuit de regering je keuze aan de kiezers duidelijk te maken, dan op een moeilijk moment voor de verantwoordelijkheid weg te lopen en je kop in het zand te steken.