Museumcollectie

Naar aanleiding van de beide artikelen van de Kunstredactie (NRC Handelsblad, 12 en 13 september) wil ik het volgende opmerken.

Het artikel van 12 september kreeg het kopje mee: "Fuchs: Picasso's passen niet in collectie Gemeentemuseum'. Dit is natuurlijk nonsens, die klaarblijkelijk door het gemeentebestuur voor zoete koek wordt aangenomen. Met hetzelfde recht, of met veel meer recht kon degene zijner voorgangers die destijds de aankoop van deze stukken verrichtte, stellen dat een wereldberoemde schilder als Picasso niet in het Gemeentemuseum mocht ontbreken. Men kan Picasso bewonderen of verguizen, maar hij blijft een fenomeen van wereldformaat. Zo rijk aan Picasso's is ons land tòch al niet. Moeten in de toekomst Nederlanders soms naar Parijs reizen om een Picasso te zien? En wat gaat Fuchs met de “winst” uit deze verkoop (belastinggeld, waaruit de schilderijen destijds zijn aangekocht, wordt niet geheven om er een “handeltje” mee te drijven) nu aankopen? Een Baselitz wiens enige verdienste er in bestaat dat hij zijn schilderijen ondersteboven hangt?

Laat Fuchs eens alles tentoonstellen wat er onder zijn beheer is aangekocht dan zal men zich er misschien van bewust worden dat hij bezig is de collectie van het museum te vergiftigen door de provocatieve kwaliteitsloosheid van deze aankopen. Fuchs zegt van het Gemeentemuseum een "dynamisch' museum te willen maken. Maar een museum als dit hoeft niet, ja kàn uit de aard van zijn functie niet "dynamisch' zijn in de zin van “voor de meute uit hollen”, zoals Fuchs dat wil. Daarvoor zou een heel apart museum dienen te worden ingericht, vanzelfsprekend onder algemeen (dat wil zeggen) Rijks)beheer.

Als directeur van zo'n museum zou dan - misschien - aan Fuchs gedacht kunnen worden. Als directeur van het Haagse Gemeentemuseum is hij kennelijk niet de juiste man op de juiste plaats. Het gemeentebestuur van Den Haag zou uit het bovenstaande de dringend nodige conclusies dienen te trekken, vóór het te laat is.