Little Rock 1957 herleeft in Andalusië

MADRID, 19 SEPT. Omgeven door politiemannen in rellenuitrusting en begeleid door ernstig kijkende burgerrechten-activisten stapt een groepje angstige kinderen de deur van hun school binnen. Ze zijn de enige leerlingen in het gebouw, dat verder verlaten is. Buiten staat een tierende menigte, gewapend met stokken en stenen en vastbesloten om geen "gewone' kinderen naar school te sturen zolang "die anderen' ook toegang hebben. De burgemeester heeft partij voor de demonstranten gekozen. De media hebben de zaak tot een kwestie van nationaal belang verheven en zijn daarom ter plaatse niet meer gewenst. De hoogste autoriteiten zitten er zeer mee in hun maag, maar houden voorlopig voet bij stuk.

Het tafereel roept herinneringen op. Toch speelt het zich niet af in Little Rock, Arkansas, maar in Mancha Real, Andalusië. En niet in 1957 maar vierendertig jaar later, deze week. De leerlingen om wie het gaat heten Manuel, Francisca, Isidro en Toni. Ze zijn niet zwart, maar zigeuner.

“Ik wil niet dat mijn kinderen naast moordenaars in de klas komen te zitten”, zo legde een woedende moeder eergisteren in een televisieuitzending uit. “Natuurlijk, nu zijn ze nog maar acht jaar oud. Maar straks gaan ze groeien!” Daarom wil een groot een deel van de bevolking van Mancha Real dat zigeuners uit de klas worden geweerd en blijft de rest van de dertienhonderd leerplichtige kinderen er sinds maandag thuis.

Aanleiding voor de huidige problemen is een uit de hand gelopen caféruzie in mei van dit jaar, waarbij een bewoner van het dorp door een groepje zigeuners werd doodgeschoten. Daags na het voorval trok een menigte onder leiding van de burgemeester naar de woningen van vier zigeunerfamilies en stak de huizen in brand. Het provinciale bestuur veroordeelde de gebeurtenissen en liet de dakloos geworden families onder politiebegeleiding hun bezittingen uit de puinhopen halen. Ondanks een ondubbelzinnige veroordeling door zijn partij houdt de burgemeester, een socialist, tot op de dag van vandaag vol dat het zijn plicht is om aan de kant van zijn burgers te staan. Hij meent dat de zigeunerfamilies maar beter niet naar zijn gemeente terug kunnen keren.

Verscheidene ouders hebben in de afgelopen dagen laten weten dat ze zich schamen voor het gedrag van hun dorpsgenoten, die ook vanochtend weer postvatten voor de school om tegen de aanwezigheid van zigeunerkinderen te protesteren. Ze staan bij dit soort uitspraken echter op anonimiteit en doen zelf ook mee aan de boycot uit angst voor represailles tegen hun eigen lijf en goed. De gouverneur van de provincie Jaen heeft gedreigd met juridische stappen tegen ouders die actief meewerken aan de blokkade, nadat pogingen om een gesprek met hen te voeren gisteravond waren mislukt.

De gebeurtenissen in Mancha Real staan niet geheel op zichzelf, maar zijn een uiting van het al eeuwen bestaande en van tijd tot tijd opflakkerende vooroordeel tegen zigeuners in Spanje. Hoewel in de laatste jaren ook het aantal immigranten uit Noord-Afrika toeneemt, blijkt uit onderzoek dat de Spanjaarden nog altijd veel meer racistische bezwaren koesteren tegen zigeuners dan tegen negers, arabieren, joden of Zuid-Amerikanen.

Ook in een school nabij Lerida, in Catalonië, moet een groep van zeven zigeunerkinderen sinds het begin van deze week onder politiebegeleiding naar de les in verder lege lokalen. Aanleiding voor het probleem is hier de weigering van een particuliere school om mee te werken aan de "spreiding' van leerlingen uit zigeunerfamilies, waarna de ouders van de openbare school eveneens tot een boycot besloten. In een voorstad van Madrid is het de laatste dagen tot hevige onlusten gekomen toen buurtbewoners protesteerden tegen de bouw van huizen voor zigeuners die nu nog in hutten wonen. Zij vrezen dat hun wijk daardoor een centrum van drugshandel zal worden. Bij de onlusten werden de nieuwe huizen in brand gestoken en werd het treinverkeer gestremd.