Kok en De Vries tegen plan hogere vergoeding

DEN HAAG, 19 SEPT. PvdA-minister Kok (financiën) en CDA-minister De Vries (sociale zaken) hebben zich tegen het voorstel van CDA-staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) gekeerd om de onkostenvergoeding van bewindslieden met 1.200 gulden per jaar te verhogen.

Voor de zomervakantie heeft Van Amelsvoort de ministerraad dit voorstel gedaan en begin deze week lekte het plan uit. In de Tweede Kamer hebben de fracties van PvdA, D66 en Groen Links kritiek geuit op het voorstel van de staatssecretaris van financiën. CDA en VVD willen nog niet officieel reageren.

Elke minister en staatssecretaris krijgt sinds het begin van de jaren vijftig een brief van de minister van financiën waarin staat dat hij of zij een bedrag van 9.000 gulden (minister) of 7.500 gulden (staatssecretaris) in mindering mag brengen op het inkomen. Sinds 1965 zijn deze bedragen niet meer gewijzigd.

Bij de parlementaire behandeling van de belastingherziening Oort heeft de PvdA-fractie gesteld dat deze regeling niet meer past in de nieuwe fiscale systematiek. In plaats daarvan zou volgens de PvdA een regeling moeten komen waarbij de kosten declarabel zijn bij de werkgever (het departement) of fiscaal aftrekbaar volgens de regels die voor alle ander belastingplichtigen ook gelden.

In het nieuwe voorstel van Van Amelsvoort krijgen ministers en staatssecretarissen een belastingvrije onkostenvergoeding van 6.600 respectievelijk 5.700 gulden; een verhoging van 1.200 gulden.

“Het huidige kabinetsvoorstel wijkt af van de Oort-wetgeving”, meent PvdA-woordvoerder Vermeend “en kan dus absoluut niet”. Hij vindt dat de nieuwe regeling “opnieuw tegen het licht” moet worden gehouden. “Kosten zijn òf declarabel bij de werkgever, òf bewindslieden moeten bij de belastinginspecteur aannemelijk maken - net als alle andere burgers - dat ze die kosten hebben gemaakt. Zo zit de Oort-wetgeving in elkaar.”

De Kamerleden Brouwer en Willems (beiden Groen Links) hebben schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris van financiën.