Ingebruikname nieuwe supercomputer bij Luchtvaartlab

Gisteren heeft het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) in Marknesse zijn nieuwe supercomputer officieel in gebruik genomen. Het gaat om een van de krachtigste state-of-the-art supercomputers ter wereld: de SX-3 van de Japanse producent NEC. Met het nieuwe apparaat heeft het NLR de beschikking over de snelste supercomputer in Nederland, gevolgd door de Cray Y-MP-4 van de Stichting Academisch Rekencentrum (SARA) in Amsterdam.

De NEC SX-3-12, die al in mei van dit jaar in Marknesse is geïnstalleerd, is een éénprocessor-computer met een verwerkingssnelheid van 2,75 miljard rekenoperaties per seconde (ofwel 2,75 Gigaflops). Uitbreiding tot 22 Gigaflops is mogelijk. Later in het jaar zal een tweede processor worden toegevoegd en zullen verwerkingssnelheid en geheugencapaciteit nog eens met een factor twee omhoog gaan.

De nieuwe SX-3, die door het NLR vooral wordt gebruikt voor stromings- en sterkteberekeningen van vliegtuigontwerpen, vervangt een andere NEC-machine, de twee keer langzamere SX-2, die nog maar drie jaar geleden is geïnstalleerd. Reden voor de versnelde vervanging (de afschrijving van de SX-2 was gepland voor zeker vijf jaar) is de groeiende behoefte aan rekencapaciteit bij het NLR. Voor de nieuwe configuratie heeft de NLR een bedrag van "meer dan 20 miljoen gulden' betaald. Het NLR heeft bij de aanschaf korting gekregen door de oude SX-2 in te ruilen. Deze machine is inmiddels door NEC verkocht aan het Nationale Ruimtevaartlaboratorium in Japan.

De nieuwste modellen van NEC verslaan in rekenvermogen de supers van de belangrijkste concurrent, de Amerikaanse firma Cray. Cray heeft 60 tot 70 procent van de markt in handen en kan bogen op veel meer kant-en-klaar beschikbare applicaties. Voor NLR legde dit argument echter weinig gewicht in de schaal. De SX-serie werkt met het UNIX operating systeem; volgens het hoofd van de Hoofdafdeling Informatica W. Loeve is dat voor het NLR "zeer gunstig' omdat het hele bedrijfssysteem inclusief de werkstations met UNIX werkt. Grote "cultuurschokken' voor de gebruiker zijn daardoor vermeden.

Ofschoon het rekenvermogen van supercomputers nog steeds exponentieel toeneemt, kunnen de nieuwste modellen bij lange na niet voldoen aan de gebruikersvraag. Met de SX-3-12 kunnen slechts deelproblemen worden doorgerekend, terwijl het NLR graag een heel vliegtuigontwerp aan simulaties zou willen onderwerpen. De behoefte is eigenlijk aan een systeem dat honderden keren of zelfs duizend maal krachtiger is dan de SX-3.

Om dergelijke capaciteiten te bereiken zou men in plaats van supercomputers ook massaal parallelle systemen kunnen kiezen, configuraties van honderden gekoppelde subsystemen, elk met hun eigen processor. Het probleem hiermee is echter dat er veel meer eisen worden gesteld aan de programmatuur voor de communicatie en coördinatie van de verschillende subcomponenten.

Het NLR weet voor de nabije toekomst nog niet of het de kant van parallelle systemen op wil gaan. Volgens Loeve wil het laboratorium de ontwikkelingen de komende jaren afwachten en is er nog geen principebesluit genomen over de vraag of de rekenkracht van SX-3 zal worden uitgebreid tot de optionele 22 Gflop of niet.

Hoewel NEC net als Cray begint met de introductie van supercomputers met meerdere processoren en hoewel het bedrijf de huidige kloksnelheid van 2,9 nanoseconde voor 1995 hoopt te hebben teruggebracht tot 1 ns, moet de manager supercomputers van NEC Benelux, de heer C.V.L. Oppermann, erkennen dat "de fysische grenzen in zicht zijn.' Massaal parallellisme kan volgens hem wel eens de enige mogelijkheid zijn om nog sneller te gaan.