Hun hebben

Terecht wijst Frank Jansen (W&O 12-9) op het toenemend gebruik van hun in onderwerpspositie: ""hun hebben...'' Zijn tweede verklaring dat dialectsprekers hun gebruiken waar ze vroeger hullie (zieluu/zee) zeiden, lijkt aannemelijk. Een soort hypercorrectie waarbij een als moeilijk ervaren woord uit de standaardtaal wordt gekozen: hun. Hoe meer men constructies als ""hun hebben...'' hoort, hoe gewoner die in de oren zullen klinken en dan aanvaard zullen worden. Wat eerder ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands) heette, wordt tegenwoordig standaardtaal genoemd. Dus, wel een standaard hanteren, maar welke?

Zo'n vijftien jaar geleden heb ik in mijn lessen Nederlands bij het HAVO het gebruik van ""hun hebben...'' afgekeurd, niet alleen omdat het fout is maar ook omdat iemand op een dergelijk gebruik beoordeeld wordt (Engeland: non-u). Het gebruik van hen in de vierde naamval en hun in de derde naamval van de derde persoon meervoud gaf problemen. Hiervoor is grammaticaal inzicht en besef nodig, temeer omdat na een voorzetsel een vierde naamval volgt: ""Hun is eer bewezen met een standbeeld met het opschrift "Voor hen die vielen'.''

Terecht wijst Jansen er ook op dat het verschil tussen hun (datief) en hen (accusatief) een gekunstelde uitvinding is geweest, die bovendien slecht werkt. Mijn voorstel, dat ik in de praktijk onderwezen heb, is zo:

a)hun mag nooit gebruikt worden als persoonlijk voornaamwoord b)in onderwerpspositie gebruikt men in het meervoud: ze/zij; in andere posities (derde of vierde naamval): hen.

Evenals Jansen opteer ik voor het laten vallen van hun of hen. ""Waarom werd het boekerige hen uitverkoren...?'' vraagt Jansen. Ik heb dezelfde keuze gemaakt: hen, maar om een andere reden. Hun doet dan niet meer mee als persoonlijk voornaamwoord en kan dan uitsluitend een bezittelijk voornaamwoord zijn. Ze vragen hun hun cijfers Ze vragen hen (aan hen) hun cijfers.

De regels die Jansen geeft kunnen, iets gewijzigd, zo luiden:

1.Is het voornaamwoord een persoonlijk vnw. 3e pers. meerv.? Ja. Zie 2. 2.Staat het als onderwerp in de zin? Dan zie 2a. Staat het niet als onderwerp in de zin! Dan zie 2b. a.Pers. vnw. 3e pers. meerv., onderwerp: ze/zij. b.Pers. vnw. 3e pers. meerv., anderszins: hen. 3.Is het voornaamwoord een bezittelijk vnw. 3e pers. meerv.? Ja. Dan in alle gevallen: hun.