Franse minderhedenpolitiek geeft een slecht voorbeeld

Sinds de Rushdie-affaire en de aantijgingen door een zekere Mohamed Rasoel - later ontmaskerd als een mislukte clown - wordt de moslim-gemeenschap jaarlijks in de verdediging gedrukt. Begin 1991 werd de moslimgemeenschap door menige Nederlander gezien als "partij' in de Golfoorlog. En nu heeft Bolkestein, VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, van deze gemeenschap geëist zich aan te passen aan de Nederlandse normen en waarden.

Hoe is dit te verklaren? Sommige mensen verdenken Bolkestein ervan bij te dragen aan het vijandbeeld dat van de islam bestaat en dat sinds sinds de perestrojka en de verdwijning van het "rode gevaar' uit de communistische landen, alleen maar sterker is geworden.

Volgens Bolkestein kennen veel islamitische landen geen democratie. Op zichzelf is dit wel juist. Maar wat heeft dit te maken met de moslimgemeenschap hier in Nederland? Kennelijk is het onderscheidingsvermogen van Bolkestein niet beter ontwikkeld dan dat van de groenteboer op de Albert Cuyp in Amsterdam die een Marokkaanse klant tijdens de oliecrisis in 1973 toeriep “Jij geen olie geven, ik ook geen tomaten geven”! Moeten wij soms het bestaan van reactionaire politici in het Westen de liberalen in Nederland aanwrijven!

Bolkestein moet weten dat men met de bijbel of de koran in de hand zowel rechtvaardigheid kan prediken als de dictatuur kan rechtvaardigen, afhankelijk van het eigen belang. Realiseert hij zich wel dat de meeste reactionaire regimes in de islamitische landen in Noord-Afrika en in het Midden-Oosten worden gesteund door het Westen, waar volgens hem de liberale waarden juist zijn geboren? En heeft de VVD ooit steun verleend aan de democratische bewegingen of mensenrechtenorganisaties in deze landen? Bij mijn weten niet.

Het is waar dat in veel islamitische landen geen scheiding van kerk en staat bestaat. Maar de moslims hier hebben zich altijd in meerderheid gedragen naar de Nederlandse rechtsorde. De voorbeelden en incidenten die Bolkestein selectief gebruikt, doen niets af aan dit algemeen erkende feit. Hij weet kennelijk niet dat de door hem aangehaalde incidenten binnen de moslim-gemeenschap al aan de kaak werden gesteld lang voordat Bolkestein ermee kwam. Moslims die hun dochters van school halen om zogenaamd godsdienstige redenen bewijzen niet dat de moslimgemeenschap in Nederland de Nederlandse rechtsorde afwijst. Als Bolkestein zich had verdiept in de islam had hij geweten dat deze ouders zich voor hun gedrag op geen enkel godsdienstig voorschrift kunnen beroepen Aan dat gedrag liggen eerder sociaal-culturele motieven en tradities ten grondslag dan godsdienstige regels Correctie van dit gedrag moet niet in de islam worden gezocht, maar in een slagvaardig optreden van de leerplichtambtenaren.

Bolkestein vraagt van de moslims zich aan te passen aan de Nederlandse normen en waarden. De vraag is dan: welke? De normen van Staphorst, Amsterdam of Zeeland? Waarden van de punk, de yuppie, de homo? Als intregatie de officiële beleidslijn is, welke culturele waarden moeten dan overheersen: die van de niet-moslim meerderheid of die van de moslim minderheid? Bolkestein laat hier geen twijfel over bestaan: de minderheid zal zich moeten schikken. Desnoods ten koste van de Nederlandse grondwet: om met de islamitische scholen af te rekenen stelt hij zelfs de vrijheid van onderwijs ter discussie

De vragen aan Bolkestein zijn dan: wie dreigt in aanvaring met de Nederlandse rechtsorde te komen: de moslims of Bolkestein zelf? Waar blijft zijn respect voor de internationale verdragen waarin de rechten van cultureel-etnische minderheden worden gewaarborgd? Waar blijven de liberale principes van vrijheid, gelijkheid, tolerantie en non-discriminatie, waar hij zo trots op is? Alleen in de praktijk kunnen deze principes worden getoetst op hun geldigheid. Echte tolerantie en gelijkheid houden in dat wordt geaccepteerd dat ook de ander deel heeft aan dezelfde rechten, verantwoordelijkheden en maatschappelijke kansen en dat hij gerespecteerd wordt in zijn afwijkende culturele en godsdienstige-humanistische identiteit.

Het aantal moslims in Nederland ligt in de buurt van vierhonderdduizend, nog geen drie procent van de bevolking. Alle verhalen, dat de Nederlandse en Westerse cultuur door de moslims worden bedreigd, zijn opgeblazen fabeltjes die elke realiteitszin missen. De mate van tolerantie en democratie van een samenleving valt af te lezen aan de manier waarop zij omgaat met haar minderheden. Ondanks de kleine omvang van de moslim-gemeenschap zal de Nederlandse samenleving en rechtsorde de nodige ruimte moeten bieden aan deze gemeenschap.

Het Nederlandse minderhedenbeleid is volgens Bolkestein onhoudbaar omdat het integratie van de etnische minderheden met behoud van hun eigen identiteit nastreeft. Maar hij geeft niet aan wat hij onder integratie verstaat. Als wij integratie definiëren als een situatie van gelijke rechten en evenredige participatie van de etnische minderheden in een aantal cruciale maatschappelijke sectoren, dan constateren wij dat deze bevolkingsgroep de grootste problemen ondervindt op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij de huisvesting en de (ongelijke) rechtspositie. De werkloosheid is het resultaat van discriminatie door werkgevers en gebrekkige scholing van betrokkenen. De oorzaken van geringe onderwijsprestaties van migranten-kinderen moeten worden gezocht in de zwakke sociaal-economische positie van de gezinnen waarin zij leven en in een niet optimaal functionerend onderwijssysteem, dat ook voor Nederlandse kinderen uit "achterstandsgroepen' minder goed functioneert. De huisvestingsproblemen zijn deels te verklaren uit de zwakke inkomenspositie van de migranten en deels uit discriminatie op de woningmarkt. De ongelijke rechtspositie is te wijten aan het ontbreken van de politieke wil, onder andere bij de partij van Bolkestein, om de etnische minderheden gelijke rechten toe te kennen (zie het onlangs afwijzen door de VVD samen met het CDA van het kabinetsvoorstel om gelijkberechtiging van etnische minderheden via een ruimer naturalisatiebeleid te bewerkstelligen). De factor eigen identiteit heeft met dat alles niets te maken.

Als het gaat om een slagvaardige integratie van de etnische minderheden geeft Bolkestein de voorkeur aan de Franse aanpak comform de "logica van de gelijkheid' boven de Nederlandse "logica van minderheden'. Immers, deze laatste aanpak waarbij behoud van de identiteit voorop staat, maakt integratie extra moeilijk. Het is waar dat een aantal grondprincipes (liberté, egalité, fraternité) aan de Franse revolutie te danken is. Maar dit historische feit neemt niet weg dat migranten in het Frankrijk van 1991 onderwerp zijn van ordinaire politieke discussies en koehandel. De Franse logica van de gelijkheid en het primaat van "les valeurs republicaines' zorgt niet alleen voor deze ongewenste effecten, zij et ontkent de identiteit van de moslims en walst er letterlijk overheen.

Weet Bolkestein wat de Franse logica van de gelijkheid de tweede en derde generatie "Harki's' ondanks hun Franse paspoort, een vloeiende kennis van de Franse taal en een veronderstelde assimilatie heeft opgeleverd? Werkloosheid, discriminatie, vernedering op straat en erger nog, verlies van eigen identiteit: in feite zijn zij noch Fransen noch Algerijnen. Hun reactie laat zich dan ook makkelijk raden: een felle confrontatie met de Franse autoriteiten en samenleving en een terugkeer naar de eigen wortels: Arabische taal, eigen culturele- en ontmoetingscentra en hernieuwde contacten met het land van herkomst van hun ouders (Algerije).

In Nederland zou de logica van Bolkestein dezelfde effecten sorteren: ongelijkheid en maatschappelijke spanningen. Dit is niet waar de Nederlandse samenleving op zit te wachten.

Foto: De Franse Algerijnen, de Harki's voelen zich ondanks het feit dat ze volledig geassimileerd zijn, toch zeer ten achter gesteld. Eind juli leidde dat tot ongeregeldheden in Narbonne. (foto AFP)