De waarde van droogbloemen

Dying Young. Regie: Joel Schumacher. Met: Julia Roberts, Campbell Scott, Vincent D'Onofrio, Colleen Dewhurst. In 36 theaters.

Sterven gebeurt in Hollywood bij voorkeur in de herfst. Smaakvolle smartlappen begraven de pijn liefst onder een dik bladerdek, begeleid door Beethoven of Mozart. Nieuw-Engeland is een geschikte locatie om de dood onder ogen te zien, als het even kan On Golden Pond. Het is ook de plaats waar de roman Dying Young (in het Nederlands: Wintertij) van Marti Leimbach zich afspeelt. Maar toen actrice Sally Field als producente de filmrechten verworven had om er een vehikel voor superster Julia Roberts uit te brouwen, kon ze het haar hoofdrolspeelster niet aan doen zo ver te reizen. Zo speelt het verhaal zich nu af in een villa in San Francisco en verplaatst zich later naar de winderige en fotogenieke kust van het geliefde Noordcalifornische plaatsje Mendocino. Er staat zowaar een engel op het dak van de kerk.

Het formuledenken kruiste dit keer de romantiek van Love Story met het imago van Roberts in Pretty Woman. Net als bij Ryan O'Neal en Ali MacGraw in de hit uit 1970 naar Erich Segals bestseller Love Story, overwint in het aangezicht van een ongeneeslijke ziekte de liefde tussen Roberts en Campbell Scott het milieuverschil. Ook de vader van de 28-jarige leukemiepatiënt verzet zich heftig tegen de mésalliance met een meisje uit het volk. Alleen is het dit keer dus de man die het loodje legt. De titel maakt de afloop van het begin af aan zo duidelijk, dat de film, wederom luidruchtig getuigend van goede smaak, vlak voor het einde stoppen kan.

Wat is toch het geheim van het succes van die Julia Roberts, die behalve een dit keer wel zeer opzichtig geëtaleerd mooi stel benen, weinig authentieke kwaliteiten in te brengen heeft? Misschien is het wel juist haar karakterloosheid. In Pretty Woman kneedde Pygmalion Richard Gere haar van call girl tot elegante vrouw. Ook de wereldvreemde, in feitenkennis over kunst en architectuur geïsoleerd opgesloten Scott, ziet in Roberts een tabula rasa, die hij alles leren wil: vooral over de eveneens roodharige modellen van zijn geliefde, door de dood geobsedeerde kunstenaars Klimt en Rossetti. Ze wandelt zijn leven binnen op een advertentie, die zijn vader gezet heeft voor een inwonende verpleegster. Ze moet z'n hand vasthouden na de bestralingen en heeft geen idee wat voor hel haar te wachten staat. Hij smacht naar meer dan een hand; het duurt nogal lang voordat die wens vervuld wordt, in het vakantiehuis dat ze op de vlucht voor zijn kille vader betrokken hebben. Daar leert de verbitterde patiënt ook iets van haar, bij voorbeeld de waarde van een bos droogbloemen op tafel en van een makrobiotische maaltijd.

Uiteindelijk verraadt Roberts in tranen hun schuilplaats aan de vaderfiguur, die streng maar rechtvaardig ingrijpt. Een stervende hoort in het ziekenhuis, waar ze toch ook z'n hand kan blijven vasthouden. In het klakkeloos debiteren van die conclusie faalt Dying Young ook nog eens op het enige vlak waar een dergelijke publieksfilm enig nut zou kunnen hebben: als een film over de voordelen van stervensbegeleiding door een "buddy' in een vertrouwde omgeving boven levensverlenging door de klinische technologie. Dat Aids vervangen werd door een minder beladen ziekte als leukemie doet minder ter zake. Maar Dying Young gaat niet over pijn en verlossing, maar over netjes doodgaan, esthetisch en sentimenteel verantwoord. De woede die dezelfde hoofdrolspeler in de Aids-film Longtime Companion tegenover de gluiperigheid van de dood mocht uiten is hier keurig weggeretoucheerd. Regisseur Joel Schumacher (Flatliners, St. Elmo's Fire) is gespecialiseerd in dit soort quasi-artistiek maakwerk, met bleke helden van onder de dertig.