De oude, vertrouwde Saddam is weer terug

Heeft de Iraakse president Saddam Hussein iets geleerd van de manier waarop zijn Koeweitse avontuur is geëindigd? Het antwoord luidt natuurlijk nee, en daarom voelt de Amerikaanse president Bush zich nu ook weer gedwongen met nieuwe maatregelen tegen Irak te dreigen (of het ook zover zal komen, is een tweede).

In Bagdad zit weer de oude, vertrouwde Saddam. In maart, vlak nadat zijn troepen zonder veel verzet te bieden tegen de geallieerde overmacht Koeweit hadden ontruimd en toen hij in eigen land te kampen had met een volksopstand, bood hij nog een democratisering aan van zijn extreem repressieve regime, verankerd in een overigens al vóór de invasie beloofde nieuwe grondwet. Hij stelde een premier aan, Saadoun Hammadi, die op het eerste gezicht een hervormer was. Dat was een verkeerde indruk, omdat Hammadi weliswaar een intellectueel was, afkomstig uit een goede familie, die in de Verenigde Staten had gestudeerd, maar tevens al 25 jaar een naaste metgezel van Saddam was en dus geen hervormer kòn zijn. En hij bood de opstandige Koerden autonomie aan, evenals in 1970 en 1983, toen hij ook in het nauw zat.

Langzaam maar zeker zijn de bakens weer verzet. Saddam rept niet meer van een nieuwe grondwet, en nieuwe partijen mogen dan worden opgericht, maar wel onder strikte regeringscontrole en op de tweede rang na de regerende Ba'athpartij. Hammadi, die een proeftijd van zes maanden had gekregen, is ontslagen. De onderhandelingen met de Koerden zijn in een impasse geraakt, onder andere omdat de beloofde democratisering uitblijft en de beloofde autonomie ook niet is wat de Koerden zich ervan voorstelden, en de arabisering van de oliestad Kirkuk is hervat. Alsof er niets is gebeurd.

Er zijn berichten dat de Iraakse geheime politie weer is begonnen in Koerdische steden te infiltreren. De coördinator van de activiteit van de Verenigde Naties in Irak, Bernt Bernander, maakt melding van troepenbewegingen in het Koerdische noorden. Dit in combinatie met de Iraakse weigering VN-vertegenwoordigers in Kirkuk toe te laten, heeft de terugkeer van 120.000 Koerdische vluchtelingen naar de stad gedwarsboomd. De situatie van deze en andere Koerdische vluchtelingen wordt slechter naarmate de winter nadert.

De Koerden, die in eerste instantie massale hulp kregen van schuldbewuste geallieerden (omdat ze na Koeweit niet naar Bagdad waren doorgestoten), hebben nog een voorkeursbehandeling gehad in vergelijking met de shi'ieten. Saddam heeft bevolen de in maart tijdens de shi'itische opstand zwaar beschadigde heiligdommen in Nejaf en Kerbala met voorrang te herstellen, zoals hij de koepels van deze schrijnen tijdens de oorlog tegen Iran van bladgoud liet voorzien om de shi'ieten aan zich te binden. Maar tegelijk speelde hij een spelletje met VN-afgezant prins Sadruddin Aga Khan, die in juli onderzoek kwam doen naar berichten dat een offensief ophanden of al aan de gang was tegen shi'itische vluchtelingen in de zuidelijke moerassen.

Pag.4:

Zelfverzekerde Saddam wil VN-resoluties ondermijnen

Sadruddin zag geen enkele militair, maar enkele dagen later werden er wel degelijk Iraakse troepen gesignaleerd. En Sadruddin kreeg geen toestemming voor een hulpoperatie ter plaatse.

Binnenslands worden de Koerden en de shi'ieten onder steeds zwaardere druk gezet, met alle anderen die niet nodig zijn voor de handhaving van Saddams regime. Maar ook naar buiten toe is een assertief Irak opgestaan, dat de mede-Arabieren beurtelings kastijdt en tot steun aan Bagdad oproept. De Arabische Economische en Sociale Raad had een Iraaks voorstel afgewezen om de economische blokkade tegen het land op te heffen: de leden van voornoemde organisatie zijn volgens Irak “gehoorzame werktuigen om de voortdurende en flagrante agressieve Amerikaanse politiek tegen het Iraakse volk ten uitvoer te leggen”. Op de ministersbijeenkomst van de Arabische Liga van vorige week opende de Iraakse vertegenwoordiger de aanval op Koeweit dat “de waarheid verdraait” en zich bovendien door middel van een defensieakkoord aan de Amerikanen heeft verkocht.

Ook Saddam zelf klinkt steeds zelfverzekerder. In een rede voorafgaand aan de eerste verjaardag van de invasie van Koeweit eiste hij de overwinning op. Want “wij zien de overwinning in de context van de historische betekenis van de confrontatie, niet in de context van een conflict tussen één leger en verscheidene legers, ondanks het feit dat ons leger de militaire macht van meer dan 30 landen het hoofd bood, en ondanks het feit dat ons volk, 18 miljoen zielen, staten het hoofd bood met een totale bevolking van meer dan een miljard”. “U hebt de overwinning behaald, omdat u vernedering en onderdrukking heeft afgewezen!” “De geschiedenis zal zich u herinneren.”

Hier was de oude Saddam aan het woord, en afgelopen vrijdag, in een urenlange toespraak voor een bijeenkomst van de top van de Ba'ath, kwam de oude Saddam nog sterker naar voren. In die toespraak - volgens een partijwoordvoerder de richtlijn voor de Ba'ath-politiek in de komende fase - onderstreepte hij dat de Ba'ath in àlle aspecten van het Iraakse leven voorop dient te staan. Hard voer hij uit tegen het Westen: de “Moeder van alle slagen (..) had de scherpe tanden van het Westerse beest in hun ware kleuren getoond”. Irakezen die “handelen met, of zelfs sympathiseren met het Westen en de Verenigde Naties - een neokolonialistisch instrument - is het op geen enkel moment, onder geen enkele voorwaarde toegestaan leidende posten te vervullen, op welk niveau dan ook, op politiek, sociaal, cultureel of ander gebied”.

Dat is niet de taal van een man die een lesje heeft geleerd. Toch is het niet zo dat intern alles bij het oude is. Saddam werd vrijdag weliswaar door het Ba'ath-congres unaniem herkozen als partijleider, maar aan de andere kant maakt het leger, een van de pilaren waarop zijn bewind stoelt, een uitgebluste indruk. Hij heeft veel meer manschappen en materieel uit de oorlog overgehouden dan aanvankelijk werd gemeld, maar die manschappen hebben zich bij diverse recente botsingen met Koerdische guerrillastrijders massaal overgegeven. En dat de houding van de bevolking evenmin bevredigend is, blijkt uit Saddams uitspraak van vrijdag dat de volksraden, basisgroepen van de Ba'ath, nieuwe bevoegdheden krijgen “om te strijden tegen de corruptie en de sociale misdadigheid, hetzij op het niveau van de moraal hetzij op dat van de nationale veiligheid”.

Aan de andere kant heeft Saddam zijn geheime diensten en zijn elitetroepen die hij goed verzorgt terwijl de bevolking onder de VN-sancties verkommert. De militairen hebben recentelijk nog een soldij-verhoging gehad (waartegen Hammadi zich verzette wegens de inflatoire effecten; misschien een reden voor zijn val). En hij heeft zich in de top omringd door verwanten en andere naasten die weten dat als Saddam valt, zij worden meegesleept. Dan is een morrend volk minder belangrijk.

Maar zijn internationale positie in de wereld is er wel op vooruit gegaan, tenminste dat is Saddam van mening. Een eerder dreigement van Bush geweld tegen Irak te gebruiken omdat het niet met zijn nucleaire ontwapening meewerkte, stuitte op Arabisch verzet en Arabische leiders reppen van versoepeling van de sancties. Turkije op zijn beurt wil de geallieerde interventiemacht aan Iraks noordgrens, om zo nodig de Koerden weer snel te hulp te kunnen komen, zo snel mogelijk kwijt. En er zijn berichten dat dat al tegen oktober gebeurt.

Zijn optreden tegenover de Veiligheidsraad weerspiegelt het groeiend vertrouwen. Irak heeft àlle groepen inspecteurs die conform resolutie 687 van de Raad onderzoek kwamen doen naar zijn massa-vernietigingswapens tegengewerkt. Aanvankelijk beloofde het elke keer wanneer het op een overtreding werd betrapt de inspecteurs alle medewerking. Maar vorige week ontzegde het in weerwil van resolutie 687 een groep inspecteurs het gebruik van eigen helikopters. Ditmaal kwam na de gebruikelijke waarschuwing van de Veiligheidsraad geen belofte van beterschap: Irak stelde voorwaarden. Diverse VN-diplomaten en -functionarissen menen dat het probeert de resolutie geleidelijk te ondermijnen.

Zo probeert het via de publieke opinie ook het handelsembargo af te breken. De gewone Iraakse burger lijdt steeds erger onder de economische sancties. Toch weigert de Iraakse regering tot dusverre resolutie 706 te aanvaarden, die Irak toestaat een bepaalde hoeveelheid olie te verkopen om, onder strikte controle van de VN, levensmiddelen aan te schaffen voor de bevolking. “Onze bevolking sterft liever de hongerdood dan zich aan een dergelijke vernedering te onderwerpen”, aldus een hoge Iraakse functionaris namens de bevolking. Tegelijk wordt het hulporganisaties steeds moeilijker gemaakt in Irak te werken, en wordt eerder overeengekomen hulp deels naar niet-overeengekomen groepen doorgesluisd.

Inmiddels hebben zowel de secretaris-generaal van de VN, Perez de Cuellar, als prins Sadruddin Aga Khan ertoe opgeroepen in het belang van de bevolking dan maar de voorwaarden van resolutie 706 te versoepelen.