"De kinderen in onze klas hadden het alleen maar over nieuwe spullen en cadeaus die ze kregen'

Goed verzorgde zwerfkinderen zijn het. Met hun ouders trekken ze van het ene land naar het andere. Elke paar jaar een andere standplaats. Nieuwe cultuur, ander klimaat, volgende school. Afscheid nemen en opnieuw beginnen.

"Ik was liever naar Zimbabwe gegaan', zegt Caroline (12), "want daar ging m'n beste vriendin ook naar toe.' Maar na drie jaar Soedan werd het Polen. "Eerst vonden we dat helemaal niet leuk', vult haar zusje Marina (15) aan. "Het is daar koud en grauw dachten we, heel anders dan we in Khartoem gewend waren.' Nu ze na een jaar de balans opmaken blijkt het mee te vallen, ook al hebben ze maanden in een hotel moeten wonen omdat Polen niet was voorbereid op de stroom westerlingen die zich er na de omwenteling kwam vestigen. En dat gold ook voor de Amerikaanse school in Warschau die in korte tijd het aantal leerlingen zag verdubbelen. Het gebouw was oud en al snel te klein voor zoveel kinderen. Bovendien miste de school een goede aansluiting naar universiteit of hogeschool. Daarom zijn Marina en Caroline na de zomervakantie naar de Franse school gegaan. Marina zit in de vierde, Caroline gaat naar de eerste. Tijdens een stoomcursus in België hebben ze zich de meest noodzakelijke beginselen van het Frans eigen gemaakt. Maar eng vinden ze het wel, deze overstap van het Amerikaanse naar het Franse onderwijs. Vooral Caroline gruwt bij de gedachte aan de eerste schooldag: "Stel je voor dat ik iets stoms zeg en iedereen begint me uit te lachen.'

De onderwijsloopbaan van de zusjes Dijckmeester begon op een Rotterdamse montessorischool. Toen Marina tien was en Caroline zeven werd de familie door de EEG uitgezonden naar Oeganda. "Ik had nog nooit van dat land gehoord en vond het veel te ver weg', herinnert Marina zich. Ze gingen er naar de internationale school en spraken binnen drie maanden Engels. "Maar daar weten we niets meer van, want dat ging vanzelf', zeggen ze nu. Toen de politieke situatie in Oeganda te gespannen werd, moesten vrouwen en kinderen echter vertrekken. Marina en Caroline waren na ruim een jaar weer terug op hun Rotterdamse school. Geen eenvoudige overgang, weten ze nog. De zelfwerkzaamheid op de montessorischool viel hen zwaar na het strakgeleide, klassikale onderwijs op de internationale school in Oeganda en Marina moest bijles voor rekenen want breuken had ze nog niet gehad. "De kinderen in onze klas konden zich helemaal niet voorstellen hoe het is om in Afrika te wonen en ze hadden het alleen maar over nieuwe spullen en cadeaus die ze kregen', vertelt Caroline. "Ze waren ontzettend materialistisch', verduidelijkt Marina. Na enige tijd vertrok de familie naar Soedan, en de kinderen gingen naar de Amerikaanse school in Khartoem.

Aanvankelijk leek het erop dat ze niet zo welkom waren in hun nieuwe klas. Marina: "Ze zagen ons een beetje als indringers, zelfs de Nederlandse kinderen die daar op school zaten. Dat komt omdat er steeds kinderen weg gaan en nieuwe kinderen bij komen. Later kon ik dat beter begrijpen.' Een "vlaag nieuwe mensen' noemt Caroline het fenomeen dat zo bepalend is voor het standplaats-leven in den vreemde.

Computerles nam een belangrijke plaats in op hun nieuwe school. En ook het vak "science' - een mix van natuurkunde, scheikunde en biologie - was nieuw voor Marina en Caroline, die toen nog beiden op de lagere school zaten. Al vrij snel moesten ze een essay schrijven over een onderwerp dat bij science was behandeld.

Thuis is de voertaal Nederlands - ook al sluipt er wel eens een Engelse zin tussendoor - en er wordt van alles aan gedaan om deze taal levend te houden. Tijdens het zomerverlof in Rotterdam gaan de zusjes vrijwel dagelijks naar Nederlandse les, waar hun grammaticale kennis wordt bijgespijkerd en schrijftaal wordt geoefend. In Soedan kregen ze Nederlandse les van hun moeder met behulp van de IVIO-pakketten, die voor veel kinderen in het buitenland een begrip zijn en bij iedereen onherroepelijk de associatie met Lelystad oproepen, waar de uitgever van deze thuisonderwijs-methode is gevestigd. "Vreselijk stomme boekjes', zeggen Marina en Caroline uit de grond van hun hart. Bovendien, les krijgen van je moeder is ook niet alles. "Maar we zijn aardig op niveau, hoor', vindt Marina die zelf onberispelijk Nederlands spreekt. Caroline moet soms naar een woord zoeken en heeft naar eigen zeggen meer moeite met schrijven. Beiden lezen ze Nederlandse boeken - Beckman, Terlouw en Hartman zijn favoriet - en kennis van de vaderlandse historie krijgen ze en passant aangereikt door hun vader. "Dan begint papa weer te preken over geschiedenis. Alle jaartallen kent hij uit zijn hoofd', zegt Caroline niet zonder bewondering.

Er is serieus overwogen om Marina in Nederland naar school te laten gaan toen ze de leeftijd van middelbare scholier bereikte. "We hebben naar kostscholen geïnformeerd, maar die vonden m'n ouders te ver weg van Rotterdam', vertelt ze. "Daarna hebben we ook nog kostgezinnen bezocht hier in de buurt. Ik zou dan naar een school gaan met een Engelse afdeling.' Maar uiteindelijk werd toch besloten om het gezin bij elkaar te houden. De beste oplossing vindt Marina, en Caroline knikt instemmend. Daar hebben ze de moeilijke overstap naar de Franse school graag voor over.

Zojuist verschenen: Opgroeien in het buitenland Emmy Kunst et.al. Koninklijk Instituut voor de Tropen, 1991 ISBN: 90 6832 555 8 Prijs: ƒ 17,50