De draad van '87

HET FRONT is dood, leve het Front. Dat is ongeveer de situatie die het belangstellende buitenland aantreft nu in Suriname eindelijk een nieuwe, democratisch gekozen regering is aangetreden.

Maar er zijn enkele interessante accentverschuivingen. Net zoals de vorige keer in 1987 heeft "Nieuw Front' - het samenwerkingsverband van de drie oude etnische partijen en een sociaal-democratische groepering (SPA) - de president en zijn regering geleverd. De val van 39 naar 30 parlementszetels bij de verkiezingen eerder dit jaar is echter mede toe te schrijven aan het verwijt van de kiezers dat het Front zijn beloften van '87 niet is nagekomen. Dat was mede een factor in de kerstcoup van vorig jaar.

De nieuwe president Ronald Venetiaan maakt de indruk zich deze les ter harte te hebben genomen. Al voor zijn aantreden liet hij zich ferm uit over het terugdringen van de rol van het leger en sloot hij militaire steun van buitenaf niet uit als uiterst middel bij de aanpak van het drugsprobleem. De benoeming van een lid van de SPA als minister van defensie is in dit verband bemoedigend, want deze groepering staat een harde lijn tegen het leger voor. Een schaduw over de nieuwe formatie is wel dat de presidentsverkiezing te lang op zich heeft laten wachten door het onderlinge geharrewar in de Nationale Assemblée. Dat was geen goed begin. Aan de andere kant heeft de Verenigde Volksvergadering aan Venetiaan zo'n overweldigende steun gegeven dat dit ook als een versterking van zijn positie kan worden opgevat.

ZONDER MEER kan de draad van 1987 niet meer worden opgenomen. Daarvoor is de verloedering te ver voortgeschreden. Een op de zeven kinderen in Suriname is ondervoed. Het verleden heeft geleerd dat democratie en een lege buik moeilijk samengaan. Maar anderzijds staat de betrokkenheid van de militairen bij de drugshandel na recente onthullingen sterker dan ooit in de weg aan het opnieuw hervatten van de ontwikkelingshulp. Het opbouwen van een geloofwaardige aanpak van die handel strijdt dan ook om de eerste plaats met het verstrekken van economische overbruggingssteun ter leniging van de ergste nood.

Als eerste is nodig dat de nieuwe Surinaamse regering een aantal praktische ideeën en wensen formuleert voor de rechtshandhaving. Dat is een uiterst delicate zaak: “de weg van de kazerne naar het huis van de politici is korter dan de weg van Nederland naar Suriname”, zoals men zich daar maar al te zeer bewust is. Bovendien staat de regering-Venetiaan voor de niet geringe opgave paramilitaire groeperingen, zoals de Tucajana-indianen, te ontwapenen. Het is daarom zaak een geloofwaardige afschrikking op zijn plaats te hebben voordat de eerste marechaussee in Paramaribo aan wal gaat - en wel in de vorm van ondubbelzinnige garanties van de Verenigde Staten en van Venezuela.

EEN INTERNATIONAAL kader voor de Nederlandse assistentie blijft onmisbaar, met name actieve betrokkenheid van de Organisatie van Amerikaanse Staten. Daarnaast dient ook de weerstand die bij de grote buurman Brazilië bestaat te worden aangepakt. Wanneer Bouterse ziet dat hem van daaruit niet de hand boven het hoofd wordt gehouden komt dat het realiteitsgehalte van de gezamenlijke inspanning zeker ten goede.