"Bolkestein schetst fout beeld van moslims'; "Minderheden voelen zich door uitlatingen terecht beschadigd'

LUXEMBURG, 19 SEPT. Minister d'Ancona (WVC) moet toegeven dat de Europese ministers belast met het migratiebeleid “geen concrete resultaten in geld en maatregelen” hebben bereikt. Dinsdag en gisteren werd in Luxemburg de vierde ministersconferentie van de Raad van Europa gehouden. De bewindsvrouw troost zich met de gedachte dat de problemen rond migratie en integratie van minderheden in heel Europa kennelijk in het middelpunt van de belangstelling staan.

“Het was opvallend dat de meeste landen op het hoogste niveau vertegenwoordigd waren. En het is duidelijk geworden dat het op zijn beloop laten van kwesties rond inburgering van minderheden overal tot grotere of kleinere prolemen leidt. En dan bedoel ik niet alleen het ontsporen van sommige groepen jongeren, maar ook de opkomst van ultra-rechts. Het besef is algemeen doorgedrongen dat migratie en de multiculturele samenleving niet van voorbijgaande aard zijn. De kwestie is nu hoog op de politieke agenda beland en dat is goed ook, want de bel rinkelt.”

Staatssecretaris Kosto heeft geconstateerd dat het accent op deze ministersconferentie veeleer is verschoven van problemen van integratie naar het vraagstuk van de beheersing van migrantenstromen. Vindt u dat ook?

“Nee, de ministers hebben toch ook gezamenlijk uitgesproken dat zij streven naar de gelijkberechtiging en de versterking van de toerusting van legale migranten. Zij hebben daarbij de prioriteit gelegd bij integratie, met name door scholing en arbeid. Het Nederlandse standpunt is dat de toegenomen aandacht voor de beheersing van migrantenstromen niet mag leiden tot verslapping van de noodzaak tot integratie van minderheden in de Europese landen.”

Maar is dat niet alleen maar een vrome wens? Over integratiebeleid zijn hier slechts voornemens geformuleerd, terwijl er wel actie ondernomen wordt als het gaat om het tegenhouden van de Albanese exodus of de te verwachten volksverhuizing uit Joegoslavië door de burgeroorlog in dat land.

“Dat is inderdaad interessant. Het is kennelijk minder moeilijk om te komen tot Europese samenwerking als er paniek is over het weren van plotselinge massale vluchtelingenstromen dan wanneer het gaat om een antwoord te formuleren op de multi-culturele samenleving. Want dat blijft noodzakelijk ondanks alle inspanningen om de toevloed van migranten te beperken. Tijdens deze conferentie hebben we afgesproken de economische omstandigheden in de herkomstlanden van migranten te verbeteren, zodat minder mensen gedwongen zijn hun heil in Europa te zoeken. We hebben ons ook allemaal achter het voornemen geschaard om potentiële migranten door middel van voorlichtingsprogramma's een realistischer beeld te geven van de omstandigheden waarin ze hier terecht zouden komen. Maar al die dingen zullen de migrantenstroom niet stoppen. Mensen zullen blijven vluchten voor ecologische rampen of oorlogen. En alleen al door gezinshereniging of door huwelijken van leden van minderheidsgroepen met partners uit de herkomstlanden blijft de instroom constant. Vorig jaar kwamen alleen al door gezinshereniging 30.000 migranten naar Nederland en niets wijst erop dat die beweging ophoudt.”

VVD-fractievoorzitter Bolkestein heeft vorige week een koerswijziging van het minderhedenbeleid bepleit. Integratie zou pas kunnen slagen wanneer minderheidsgroepen hun eigen identiteit opgeven.

“De uitlatingen van Bolkestein dragen niet bij tot een creatieve gedachtenvorming over het minderhedenbeleid. Als hij tracht een brede maatschappelijke discussie te starten over de problematiek van de integratie, waardoor er meer geld voor komt, ben ik het van harte met hem eens. Van de rest van zijn betoog denk ik dat de minderhedenorganisaties in Nederland zich er terecht door beschadigd voelen. Vertegenwoordigers van minderheidsgroepen in Nederland hebben zich bij diverse kwesties genuanceerd en coöperatief opgesteld, in tegenstelling tot wat Bolkestein beweert. Tijdens de Golfoorlog zijn vertegenwoordigers van islamitische organisaties met vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap om de tafel gaan zitten om spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen te voorkomen. Moslims hebben zich tijdens de Rushdie-affaire gedistantieerd van de oproep om deze schrijver te doden. Het is onterecht ten opzichte van de in Nederland wonende moslims om te doen of zij zonder uitzondering behoren tot de meer fundamentalistische stromingen in de islam.

“Juist het behoud van de eigen culturele identiteit van minderheden kan een goede bijdrage zijn tot conflictloze integratie. En bij het bepalen van die identiteit is beeldvorming cruciaal. Het probleem van de beeldvorming rond minderheden is dat we altijd geconfronteerd worden met de gevallen waarin het niet goed gaat. Gevallen van positieve integratie blijven onderbelicht. Het gevolg is dat de jongeren uit minderheidsgroepen geen correct beeld krijgen voorgeschoteld bij het bepalen van hun eigen identiteit. Als het bijvoorbeeld om Marokkaanse jongeren gaat, krijgen we altijd weer de mislukkelingen te zien. Terwijl mensen uit minderheidsgroepen op veel terreinen ook succes hebben. In de zorgsector zijn bijvoorbeeld veel buitenlandse jongeren werkzaam.

“Ook Bolkestein schetst een beeld van de moslimgemeenschap in Nederland dat niet in overeenstemming is met de werkelijkheid. Zijn opmerkingen vormen geen creatieve bijdrage tot een probleem dat op zich de moeite van het bespreken waard is.”