Boekhouding van Amsterdam jaren een 'puinhoop'

AMSTERDAM, 19 SEPT. Een jarenlange vertraging in de begrotingsbehandeling, tientallen miljoenen guldens aan kosten door de gebrekkige boekhouding en gemeentelijke instellingen waarvan door accountants goedgekeurde jaarverslagen ontbreken. “Links en rechts een puinhoop”, zo omschreef gisteren het Amsterdamse raadslid R. van Duijn de toestand van de gemeentelijke boekhouding van Amsterdam, waar jaarlijks zo'n tien miljard gulden in omgaat.

Gistermiddag controleerde de Amsterdamse gemeenteraad de gemeenterekening. Niet van het vorige jaar of van twee jaar geleden, maar van 1986. En afgezien van ergernis over de trage afwikkeling zijn alle raadsleden het er wel min of meer over eens dat ook de inhoud van de gemeenterekening nog veel te wensen over laat.

Uit de rapportage van de gemeentelijke accountants en de rekeningencommissie van de raad wordt dan ook een weinig opwekkend beeld geschetst, waarbij sommige raadsleden zich bij lezing in een financiële bananenrepubliek waanden. Jaarrekeningen van gemeentelijke diensten kwamen veel te laat of in het geheel niet binnen. Bij de inmiddels opgeheven dienst openbare werken en het Grondbedrijf (goed voor honderden miljoenen guldens omzet) was de administratieve chaos dermate groot, dat de accountant zich maar liever van enig oordeel over de cijfers onthield. Gebrekkige controle bij de gemeentelijke sociale dienst leidde ertoe dat een bedrag van 1,3 miljard gulden aan uitkeringen oncontroleerbaar was.

Bij inventarisatie van de schade over de afgelopen jaren kwam de rekeningencommissie tot een totaalbedrag van ongeveer 419 miljoen gulden dat min of meer buiten de raad om werd besteed, 133 miljoen gulden aan uitgaven waarbij de raad pas veel te laat werd ingelicht, 48 miljoen gulden aan onmiddellijk af te boeken kosten wegens de administratieve wanorde (oninbare vorderingen en renteverliezen), terwijl nog eens ruim 25 miljoen gulden nodig was om de boeken enigszins op orde te brengen.

Groot was de ergernis eveneens over de oplopende schuld die het Rijk bij de hoofdstad heeft. Dit tegoed, in 1978 ontstaan door het overnemen van de oude begrotingstekorten door het rijk, liep alleen al in 1986 op van 2,3 naar 2,4 miljard gulden. De rijksbijdrage blijkt zelfs onvoldoende om de jaarlijkse rentelast van de schuld op te vangen.

De meeste raadsleden wilden dat de wethouder van financiën op korte termijn in Den Haag versnelde terugbetaling eiste. Aan de kredietwaardigheid van de rijksoverheid wordt publiekelijk weliswaar niet getwijfeld, maar de gemeente heeft een hoog opgelopende ruzie met het rijk over 760 miljoen gulden aan achterstallige stadsvernieuwingsgelden. En hoe langer de overige schuld uitstaat, hoe groter de kans op dit soort calamiteiten, was de redenering.

Tijdens het raadsdebat bleek een duidelijke breuk met de politieke cultuur van de jaren zeventig en tachtig waarin de controle van overheidsgeld een lage prioriteit had. Er bestond grote eenstemmigheid over duidelijker richtlijnen voor gemeentelijke ambtenaren, een sanctiebeleid bij het overschrijden van de begroting en het nemen van de politieke verantwoordelijkheid van de betrokken wethouders voor financiële misstappen.

Dat de voltallige raad, de waslijst van ongezouten kritiek en de roep om een hardere aanpak ten spijt, de uiteindelijke begroting 1986 goedkeurde, was vooral het gevolg van de het vertrouwen dat de vorig jaar aangetreden wethouder van financiën mr. F. de Grave (VVD) geniet. De Grave maakte al kort na zijn aantreden de sanering van de gemeentelijke financiën een van de hoofdpunten in zijn beleid. Dat leidde ondermeer tot de oprichting van een commissie voor het onderzoek van de bezuinigingsmogelijkheden binnen de gemeente en een werkgroep tot een verbetering van het financiële beheer.

De Grave noemde de raad gisteren als doel dat aan het eind van de zittingsperiode, in 1994, de jaarkeningen van de gemeente behandeld zullen worden in het jaar dat volgt op het betreffende begrotingsjaar. Eind dit jaar zal een plan worden gepresenteerd hoe de opgelopen achterstand in de komende jaren moet worden weggewerkt.