Verzakte, authentiek Utrechtse wijk vreest sloop

UTRECHT, 18 SEPT. Breed, de armen over elkaar, staat ze in de deuropening van haar huisje. De kozijnen steken schots en scheef in de verzakte gevel. In een kooitje voor het raam hipt een rood vogeltje op en neer. Even verderop zit een baby op de stoep. Vriendelijke gezichten trekkend naar voorbijgangers.

“Ben jij ook al van de televisie?”, vraagt de vrouw in onvervalst Utrechts. Zonder antwoord af te wachten steekt ze van wal. Dat de gemeente goed moet begrijpen dat ze hier niet weggaat, nooit. En als ze haar buurman van tachtig uit zijn huis willen halen, dan moeten ze dat horizontaal doen. Van haar uitkerinkje heeft ze haar huis opgeknapt, want ja, je moet toch wat als de gemeente er niks aan doet, hè? 's Zomers lopen er veel toeristen langs en die moeten toch kunnen zeggen: nou, dat wijffie zit er binnen tenminste netjes bij.

De onrust is groot in het Utrechtse wijkje De Zeven Steegjes - zeven smalle straatjes met minuscule woningen die voor het grootste gedeelte worden bewoond door "authentieke' Utrechtenaren. De dienst woningbeheer van de gemeente heeft laten weten dat onderhoud van het buurtje te duur is. Onderzoek heeft uitgewezen dat renovatie van de 132 sterk verwaarloosde woningen, waarvan de meeste niet groter zijn dan 40 vierkante meter, op ongeveer 170.000 gulden per huis komt. B en W hopen volgend jaar een beslissing te nemen over de toekomst van De Zeven Steegjes: renoveren, verbouwen tot grotere "eenheden' of slopen. Een projectgroep onderzoekt op dit moment wat de bewoners zelf willen.

Het buurtje, gelegen in de binnenstad tussen de Oude Gracht en de Catharijnesingel, vormt een bijzonder stukje Utrecht. Het werd gebouwd tussen 1843 en 1867, als laatste uitbreiding binnen de singels, in opdracht van de Rooms Katholieke Armenkamer. De woningen waren bestemd voor arme katholieken en vormen daarmee een vroege vorm van sociale woningbouw.

In 1952 gingen de huizen over in handen van de gemeente, die alleen het allernoodzakelijkste onderhoud liet plegen aan de in slechte staat verkerende huizen. Het idee was de woningen na een jaar of tien te slopen. Sindsdien hebben de huizen nog tweemaal een provisorische opknapbeurt gehad. Van sloop is het tot nu toe niet gekomen.

Drie jaar geleden stelden de bewoners een zwartboek op. De toestand was volgens hen onhoudbaar geworden: er vielen ramen uit kozijnen, dakkapelletjes stortten in en lekkages bleken na een gemeentelijke opknapbeurt vaak alleen maar erger geworden. De toiletten komen rechtstreeks uit in de woonkamer of keuken en in de allerkleinste woningen is geen douche. De trappen zijn zo steil dat meubilair van enige omvang niet naar boven kan.

Begin dit jaar besloot de gemeente onderzoek te doen naar de staat van de huizen. De conclusie was treurig: de woningen zijn zo slecht dat renovatie niet te betalen is voor de gemeente. A. Meertens van de dienst woningbeheer geeft toe dat 170.000 gulden per huis veel is voor de renovatie. “De prijs is berekend volgens de renovatienormen van een huis van "normale' afmetingen. Maar in de kleine huizen in De Zeven Steegjes kun je geen standaardkeukenblok en kozijnen van gemiddelde afmetingen plaatsen. De prijs ligt in werkelijkheid lager.”

Meertens erkent dat De Zeven Steegjes, die op de gemeentelijke monumentenlijst staan, uniek zijn, “maar bekeken door beheerdersogen zitten we met een probleem”. De stad heeft geen geld en het stadsvernieuwingsfonds, waaruit gemeenten geld krijgen voor renovatie, kondigt de ene bezuiniging na de andere aan. Hij hoopt dat Rijksmonumentenzorg het wijkje tot "sociaal monument' zal verklaren en een deel van de renovatie financiert. Meertens: “Niet zo zeer het bouwkundige aspect, als wel de manier van bewoning van de Steegjes is bijzonder. Je hoeft daar bijvoorbeeld geen beheerder aan te stellen, de bewoners letten voldoende op elkaar en spreken elkaar aan op zaken die niet goed gaan.”

Dat ondervindt ook de secretaris van het wijkcomité, B. van Ree, als hij door de Steegjes loopt, links en rechts wijzend op gescheurde muren en lekkende dakgoten. “Zeg Van Ree, ken je dat gat daar aan de overkant niet dichtmaken?”, klinkt het uit een huiskamer. "Dat gat' blijkt de gemetselde bloembak van de overburen. Uit het huisje is inmiddels een bewoonster tevoorschijn gekomen. “Ik heb die bak maar leeggehaald, het stonk als de hel. En terwijl ze met haar hoofd een beweging naar de overkant maakt: “Het is een vuile rotzooi daar. Die nieuwe huurders hebben gewoon een stuk zeil voor de ramen gehangen. A-sociaal noem ik dat. 't Ken dan binnen wel een puinhoop wezen, maar dan hang-ie nog geen zeil voor je ramen, ik kijk er de hele dag tegenaan. En die bak moet dicht, want ik krijg er bromvliegen van.”

Tussen de lijnen met wasgoed hangen nog wat treurige vlaggetjes, een restant van het onlangs gehouden buurtfeest. De saamhorigheid was dit keer groter geweest dan andere jaren, weet Van Ree. Dat kwam van alle spanning. Langs de geveltjes hangen spandoeken met dreigende taal aan het adres van de gemeente. Een aanplakbiljet op het buurthuis maakt de voorbijganger attent op een project voor "zeer vroegtijdige schoolverlaters'.

Hoewel de wethouder van volkshuisvesting heeft laten weten dat sloop van De Zeven Steegjes wat hem betreft niet aan de orde is en de wensen van de bewoners zwaar meewegen bij de uiteindelijke beslissing, is Van Ree (“Er wonen in de wijk maar een paar mensen die voor sloop zijn, dat zijn de negatieve gevallen”) somber. “Dit is een prachtige plek in de stad, zeer dure grond. Misschien gaan ze wel een deel slopen of maken ze na de renovatie de huur zo hoog dat er een volksverhuizing op gang komt. En dan komen er project-ontwikkelaars en worden hier yuppie-paleizen gebouwd.”