Verwachtingen bedrijven weerspiegelen somberheid van Troonrede nauwelijks

ROTTERDAM, 18 SEPT. Het sombere perspectief dat gisteren in de Troonrede werd geschetst over de ontwikkeling van de Nederlandse economie, is nauwelijks terug te vinden in belangrijke sectoren van het Nederlands bedrijfsleven.

De verwachte lagere groei van produktie en nationaal inkomen, de hogere inflatie en de groeiende werkloosheid - individuele ondernemingen menen desgevraagd dat het op hun activiteiten weinig effect zal hebben. De vrees voor een duale economie, waarbij exporterende bedrijven zich beter ontwikkelen dan bedrijven die zijn aangewezen op de binnenlandse markt en overheidsbestedingen, leeft evenmin.

Het Ahold-concern, exploitant van 's lands grootste supermarktketen Albert Heijn en daardoor sterk afhankelijk van de Nederlandse economie, ziet de somberheid van de Troonrede niet terug in pessimisme onder consumenten. “Nu niet en straks niet”, zegt een woordvoerder. Ahold gaat ervan uit dat groei van zijn omzet en winst aanhoudt.

De Rabobank is redelijk positief over het pakket maatregelen uit de Miljoenennota. Ze wijst er daarbij op dat de voorspellingen voor 1992 niet florissant zijn, maar dat dit tijdelijk is. In 1993 wordt het weer beter.

Koninklijke PTT Nederland, 's lands grootste particuliere werkgever, verwacht niet dat het veel last zal hebben van de voorspelde teruggang van de economie. Dochterbedrijven Post noch Telecom zijn erg conjunctuurgevoelig.

Philips, dat in Nederland met consumentenelektronica een meer luxe markt bedient en dat ook veel werk voor de overheid verricht, noemt de koopkrachtontwikkeling en de geringe groei van de economie daarentegen "zorgelijk'.

Een enkele onderneming kan nochtans buitengwoon vreugdevolle kanten aan de Troonrede ontdekken. De eveneens sterk op het binnenland geöriënteerde verzekeraar Avéro in Leeuwarden, bijvoorbeeld: “Als sociale voorzieningen naar een basisniveau worden teruggebracht, biedt dat meer ruimte voor de particuliere sector.”Bij zuivelbedrijf Nutricia in Zoetermeer is geen spoortje twijfel te bespeuren omtrent de eerder uitgesproken verwachting van aanhoudende winstgroei. “We doen het meer dan voortreffelijk”, zegt een woordvoerder. De matige ontwikkeling van 's lands economie brengt daarin geen verandering. “Ach, we behalen 70 procent van onze omzet in het buitenland”, legt de woordvoerder uit. “Als consumenten minder zouden besteden, dan treft dat ons nauwelijks omdat we ons toch vooral richten op de meer gespecialiseerde dieet- en klinische markten. Consumentenprodukten leveren we alleen in de Benelux, en daarbij geldt dat de mensen natuurlijk altijd blijven eten en drinken.”

Luchtvaartmaatschappij KLM, nota bene voor 80 procent van haar inkomsten afhankelijk van het buitenland, is niet zo optimistisch gestemd. Dat heeft minder met de Nederlandse economie te maken dan met de wereldeconomie en de wereldluchtvaart die zich sinds de Golfoorlog minder voorspoedig ontwikkelen dan de KLM verwachtte. Het bedrijf reorganiseert om zijn te hoge kostenniveau (31 procent zijn loonkosten) meer in lijn met dat van buitenlandse concurrenten te brengen. De stijgende inflatie ziet de KLM in dat verband als een probleem: “Dat leidt tot hoge looneisen, en dat is slecht voor onze continuïteit.” Het bedrijf heeft dit jaar al besloten 570 banen te schrappen, voor een deel door uitbesteding van activiteiten.

Volvo Car in Helmond deelt wel in de somberheid van de Troonrede, maar het bedrijf had al eerder in de gaten dat het economisch minder ging, zo zegt een woordvoerder. “We wisten het al. Dit is geen gemakkelijk jaar”. De onderneming werd in 1990 en dit jaar al ernstig getroffen door de instorting van de Zweedse en Britse markt. Of de Nederlandse markt onder druk komt, laat zich volgens Volvo Car slechts raden.

Het transportconcern Nedlloyd in Rotterdam is niet erg onder de indruk van de negatieve geluiden uit de Miljoenennota. “Nederland is belangrijk voor Nedlloyd, maar het buitenland is belangrijker.” Het verwacht geen daling van de werkgelegenheid.