Verdedigers van putschisten bezorgd

MOSKOU, 18 SEPT. De Moskouse advocaten die de putschisten van vorige maand moeten verdedigen maken zich zorgen over de “eerlijkheid” van het proces dat hun cliënten te wachten staat. Volgens de advocaten van het Izmailova-collectief, dat de verdachten van de mislukte staatsgreep terzijde staat, wil het Russische openbaar ministerie er een “politiek proces” van maken en worden de verdedigers nu al in hun werk beperkt.

De advocaten van voormalig KGB-chef Vladimir Krjoetsjkov, ex-premier Valentin Pavlov, Gorbatsjovs persoonlijke veiligheidsfunctionaris Valeri Boldon en oud-parlementsvoorzitter Anatoli Loekjanov gingen gisteren daarom in de aanval. Op een persconferentie deden ze hun eerste juridische indrukken uit te doeken. Een enkeling gaf zich daarbij zelfs over aan half-politieke oordelen.

De persconferentie werd aldus een interessant inkijkje in de juridische cultuur van Moskou. Achter de tafel zaten twee generaties advocaten: de wat ouderen, die gebruik maakten van het klassieke Sovjet-jargon, en de jongeren die strikt juridisch bleven formuleren.

Tot de eerste categorie behoorde Joeri Ivanov, de verdediger van Krjoetsjkov. Hij riep associaties op met collega's als Klaus Croissant en Pieter Herman Bakker Schut (de geëngageerde advocaten van de Rote Armeefraktion). Woest ging hij tekeer tegen de journalisten en de Russische procureur-generaal Stepankov. De eersten verifiëren niets. De laatste ziet er geen been in om de telefoons van de rechtslieden af te tappen, zei hij. “Ik ben, gezien de geschiedenis van het recht in ons land, dan ook zeer sceptisch over het komende proces”, aldus Ivanov.

De meest treffende representanten van de jongere generatie advocaten waren Aleksandr Gofsjtein (Loekjanov) en Aleksei Gologanov (Pavlov). Gestoken in een afgekleed kostuum zette Gofsjtein de randvoorwaarden uiteen waarbinnen een “eerlijke” strafzaak zich zou kunnen afspelen, zonder zich daarbij in de kaarten van zijn komende pleitnota te laten kijken. Op pogingen om hen een inhoudelijke uitspraak over de eventuele schuld van hun cliënten te ontlokken, reageerde Gologanov slechts stoïcijns met: “geen commentaar”. Hij wenste zich in deze fase slechts te bekommeren om de formele aspecten die voorafgaan aan de zaak. Dat het openbaar ministerie de aantekeningen die zijn cliënt Pavlov heeft gemaakt tijdens zijn bezoeken, uit de cel heeft meegenomen voor onderzoek en pas dagen later weer heeft terugbezorgd, is volgens Gologanov in strijd met de vrijheid die de verdediging nodig heeft om haar werk te kunnen doen. Hetzelfde geldt voor hun onderlinge telefonische verkeer.

Eis nummer één is derhalve: een “openbaar proces” en niet een afhandeling achter gesloten deuren zoals vroeger gebruikelijk was bij dissidenten. “Openheid is de enige garantie voor een eerlijk proces”. Tweede conditie: enige terughoudendheid van de media als het gaat om de persoonlijke positie van de rechtslieden. “Wij advocaten moeten onze cliënten kunnen verdedigen onafhankelijk van de pers en onze politieke sympathieën en antipathieën. Dat is een standaardkwestie. We hopen dan ook dat het oordeel van de rechtbank straks niet op enige politieke oriëntatie of partijdigheid zal zijn gebaseerd”, aldus Gofsjtein.

Toch werd er gisteren op de persconferentie een tipje opgelicht van de sluier waarachter de advocaten nu nog willen werken. Aleksandr Glikman, verdediger van de voormalige sous-chef van de KGB Viktor Groesjko, ontvouwde een redenering waarmee hij de dagvaarding straks te lijf wil gaan. Waar worden de putschisten van beschuldigd: van “verraad jegens het moederland”, conform artikel 64 van de Russische strafwet, of van “verraad jegens de staat”. Zal het eerste in de dagvaarding verschijnen, dan dient er volgens hem eerst helderheid geboden worden over de juridische interpretatie van het begrip “moederland”. Conform de strafwet uit 1958 gaat het daarbij immers om “pogingen om de Sovjet-staat te verraden” door gemene zaak te maken met hen die “het kapitalisme willen herstellen” of met die “krachten die imperialistische reactie” helpen. Gaat het om “staatsverraad” dan rijst volgens hem de vraag op grond van welke wetsartikelen de putschisten worden aangepakt. Want de Sovjet-Unie heeft geen eigen strafwet doch slechts een constitutie.

Het openbaar ministerie heeft inmiddels de Russische president Boris Jeltsin, premier Ivan Silajev en Sovjet-president Gorbatsjov ondervraagd. Maar volgens de advocaten kan Gorbatsjov niet als “objectieve” getuige gelden omdat hij “slachtoffer” was van de daden van het comité dat hem op 19 augustus terzijde schoof. Generaal Plechanovs raadsman Genri Reznik, de derde verdachte uit de KGB-top, wil van deze onduidelijkheid in de jurisprudentie gebruik maken door de dagvaarding om te bouwen tot de minder verstrekkende aanklacht “ambtsmisbruik met ernstige gevolgen”.