Molenwiekende armen tegen de windmachines

Gezelschap: Dansgroep Krisztina de Châtel. Reprise Typhoon. Choreografie: Krisztina de Châtel. Muziek: Simon ten Holt. Toneelbeeld en kostuums: Peter Vermeulen. Licht: Jilles Jongkind. Gezien: 17-9, Theater Bellevue Amsterdam. Daar nog te zien t-m 21-9, daarna tournee.

In de tijd dat de Nederlandse moderne dans moeizaam doch met veel energie aan zijn ontwikkeling begon, werd het als een artistieke misdaad beschouwd om een produktie langer dan één seizoen op het repertoire te houden.

Nieuw, nieuwer, nieuwst, was het credo. Het is een teken van volwassenwording dat er nu anders tegenaan gekeken wordt en dat er bij de pioniers van het eerste uur waardering voor dingen uit het recente verleden begint te ontstaan. Zo bracht de dansgroep Krisztina de Châtel twee seizoen geleden Föld uit 1985 terug op het repertoire en staan er dit seizoen De Châtels Typhoon (1986) en Change (1988) op het programma. Typhoon behoort evenals Föld tot de serie werken waarin De Châtel haar dansers een gevecht met het toneelbeeld laat aangaan. In Föld was dat een cirkelvormige wal van zware aarde.

In Typhoon zijn het drie enorme windmachines die met loeiende kracht de lichamen van de uitvoerenden teisteren. In het wat lange eerste gedeelte spelen ze nog geen rol. Daar wordt door de op de minimalistische principes gebaseerde bewegingscompositie de suggestie opgeroepen van mensen die zich staande moeten houden tegen een heftige luchtweerstand. Hun lichamen hellen schuin naar voren en worden in balans gehouden door naar achter gestrekte armen met gebalde vuisten of de bekkens worden door onzichtbare kracht naar voren geduwd en dwingen de bovenlichamen tot achterwaartse buiging, waarbij armen en hoofdhouding de zo gevormde boog vergroten.

Een rechtstandige positie wordt een heldendaad die afgestraft lijkt te worden door met een daaropvolgende inkrimping. De dansers bewegen zich in telkens wisselende formaties en canonisch uitgevoerde frases in rechte banen heen en weer waarbij soms hun bewegingen onverwacht samenvallen. Die kleine onvoorspelbare verschuivingen en wisselingen roepen ondanks de steeds herhaalde bewegingsthema's een grote spanning op.

Zodra de windkracht reëel wordt, ontstaat er geleidelijk een breuk in de strakke lijnen. Armen gaan als molenwieken zwaaien, lichamen draaien om hun as, het tempo wordt hoger en stilstand wordt een bijna machteloze verstening waaruit men zich met de grootste moeite weet los te maken. De wapperende haren, de door brillen beschermde ogen, de opbollende zwarte glimmende overalls en de heen en weer zwaaiende lichten die het plafond vormen versterken het beeld van kracht en energie die nodig zijn om tegen het stormgeweld op te boksen.

Typhoon blijkt na vijf jaar nog een sterk werk dat de waarde van De Châtels gehanteerde principes staande houdt en tegelijkertijd aantoont hoezeer zij zich in haar latere werken heeft ontwikkeld. De volledig nieuwe dansersbezetting, ditmaal bestaande uit Pieter-Paul Blok, Gilles den Hartog, Juliette van Ingen, Paul Waarts en nieuwkomer Paula Vasconcelos was goed maar kan in details wat puntiger en homogener worden.