Jard van Nes streng in weelderige liederen

Concert: Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen met Jard van Nes (mezzo-sopraan). Programma: Berwald, symfonie nr.5; Keuris, Three Michelangelo Songs; Beethoven, Symfonie nr.8. Gehoord: 17- 9, Wang Zaal te Amsterdam. Herhaling: 18-9, aldaar.

Enkele weken geleden schreef ik over de seizoensfolders van de Nederlandse orkesten dat het aanbod van het Nederlands Philharmonisch Orkest weinig verrassingen bood en eigenlijk niet afweek van de middle-of-the-road programmering van de meeste regionale orkesten. Dat gold echter niet voor de seizoensopening, gisteravond in de Wang Zaal van de Beurs van Berlage. De Vijfde symfonie van Franz Berwald en de Three Michelangelo Songs van Tristan Keuris behoren niet tot het alledaagse repertoire. Misschien speelde het orkest daarom ter compensatie na de pauze de Achtste van Beethoven.

Die combinatie van werken leidde tot een merkwaardig allegaartje, of het zou moeten zijn dat men bewust koos voor drie composities die net niet tot de hoogtepunten gerekend mogen worden: Berwald is, waarschijnlijk terecht, niet tot het rijtje van beroemdheden van zijn tijd doorgedrongen, Keuris schreef krachtiger werken dan de Michelangelo liederen en ook Beethoven was in zijn voorgaande en volgende symfonie beter op dreef dan in de Achtste.

Berwalds symfonie was overigens wel de moeite waard, alleen al vanwege de onbekendheid. Deze Zweedse late Beethoven of vroege Schubert - hij leefde van 1795 tot 1868 - is het classicisme hoorbaar ontgroeid, zonder al volledig in de romantiek te zijn doorgedrongen. Zijn muziek laat een zekere onrust horen, die bij vlagen echter niet alleen in de partituur zat, maar ook in het orkest. Niet dat de musici foute noten speelden, het was eerder alsof ze wat achterbleven bij de aansporingen van Haenchen.

De zangpartij van de Michelangelo liederen, geschreven voor het Gelders Orkest dat vorig jaar zijn honderdste verjaardag vierde, schreef Keuris met het timbre van Jard van Nes in gedachte. Ook gisteravond zong zij de liederen. Helaas liet de componist zich vooral inspireren door de donkere kant van haar stem, die nog wel eens wat somber en streng, en weinig boventonen-rijk wil klinken. Ik vind Van Nes vaak interessanter in repertoire waarin ze wordt gedwongen haar hogere en lichtere mezzogeluid aan te spreken. Haenchen manoeuvreerde het orkest flexibel door Keuris' weelderige lyriek.