Het ambitieuze imperium van Homburg

AMSTERDAM, 18 SEPT. Hij is dè personificatie van de Amerikaanse droom: Richard Homburg, 42 jaar, Nederlander van geboorte en enig eigenaar van de Homburg-Dover Group, een Canadese vastgoedmaatschappij met over de hele wereld 800 werknemers en een onroerend-goedportefeuille van 250 miljoen dollar. Sinds vorige week voert diezelfde Homburg de scepter bij het vastgoedfonds Uni-Invest. Hij haalde de bezem door de “opgeblazen beleggingsportefeuille” en kreeg daarvoor zowaar de handen op elkaar van de Nederlandse aandeelhouders.

Homburg wint er geen doekjes om. Hij is ambitieus. “Je moet nu eenmaal een droom hebben”. Van een uitbundige levensstijl is echter geen sprake. Geen jets en villa's. De multimiljonair bewoont nog steeds het huis waarin hij vijftien jaar geleden voor het eerst zijn intrek nam. Voor Homburg-Dover Group geldt hetzelfde. “Het is dat Uni-Invest een publiek bedrijf is. Anders had u hier niet gezeten”.

Het succesverhaal van Richard Homburg begon in 1968. Daarvoor werkte hij enkele “verloren” jaren in het horeca- en bakkersbedrijf. Homburg dook in de im- en export en investeerde zijn eerste verdiensten in een zakenpand in het Gelderse Hattem. Dat deed hij niet onverdienstelijk. Al snel breidde hij zijn bezit uit tot 30 à 40 flats. Vervolgens hield hij het voor gezien. Oorzaak: het politieke klimaat in de jaren zestig. “Ik was het niet eens met die linkse rommel”.

Homburg koos voor Canada en stichtte in 1969 de Homburg-Dover Group. Inmiddels bezit hij in Canada en in de Verenigde Staten voor 250 miljoen dollar onroerend goed: woningen, winkels, kantoren en industriële complexen. Daarnaast heeft hij voor 100 miljoen dollar aan vastgoed in beheer en mag zich eigenaar noemen van beheers-, financierings-, leasing en verzekeringsmaatschappijen. Ook in Nederland is hij actief met Homburg Holdings. Dit in Deventer gevestigde bedrijf heeft ongeveer 80 miljoen gulden vastgoed in portefeuille.

Kern van zijn succes is volgens Homburg de conservatieve bedrijfsvoering. “Ik ben niet geïnteresseerd in herwaarderingsreserves. Het gaat om de inkomsten; de kasstroom (winst plus afschrijvingen). Die geven een reële afspiegeling van de bedrijfsvoering”.

Dat was in Homburg's opinie ook het grote manco bij Uni-Invest. Toen hij dit voorjaar door een vriend op het beursfonds werd gewezen, kwam hij al snel tot de conclusie dat de boekwaarde van de vastgoedportefeuille in geen verhouding stond tot de werkelijke waarde. Onder de vorige directie was het vastgoed enorm opgewaardeerd. “De vorige grootaandeelhouders (M. Brouwer en R.P.J. Ansems, samen goed voor 65 procent van de aandelen) zagen Uni-Invest als hun persoonlijke eigendom. Er hadden veelvuldige transacties plaats met privé-bedrijfjes van de heren, zonder dat andere aandeelhouders daarin werden gekend”.

Voordat Homburg met de grootaandeelhouders in zee ging liet hij het accountantskantoor KPMG Uni-Invest binnenste buiten keren. Mede op basis van dit rapport nam hij een belang van 40 procent in Uni-Invest en een optie op nog eens 14 procent van de aandelen. Inmiddels is twintig procent van de aandelen ondergebracht bij een notaris. Bij verkoop aan derden komt de opbrengst van deze aandelen ten goede aan Uni-Invest.

Op deze wijze hoopt de nieuwe directievoorzitter iets terug te doen voor gedupeerde aandeelhouders, die de intrinsieke waarde van hun aandelen zagen dalen van ruim 72 tot 4 gulden. Niet dat Homburg medelijden heeft met de aandeelhouders - “dat is nu eenmaal het risico van beleggen” -, maar vanwege de veelvuldige manipulaties.

Homburg betaalde 29 gulden voor de aandelen. Daarnaast kwam hij voor de nominale waarde van 50 gulden per aandeel in het bezit van de prioriteitsaandelen. Dat geeft hem het recht om directie en commissarissen te benoemen. Hoewel zelfs zijn bank meende dat een prijs van 29 gulden absoluut te hoog was, is de Canadese belegger niet ontevreden. Hij mag zich sinds kort eigenaar noemen van een publiek vatsgoedfonds en daar was het hem om te doen.

Homburg weet nu eenmaal dat de financierings- en groeimogelijkheden van een privé-onderneming beperkt zijn. Uni-Invest opent voor Homburg de mogelijkheid een beroep te doen op de openbare kapitaalmarkt. “Voor mijzelf heb ik al bewezen dat ik het kan. Waarom zou ik het dan niet met een beursfonds proberen?” .