Felle kritiek op bezuinigingen op kunst na '92

DEN HAAG, 18 SEPT. Minister d'Ancona (WVC) kondigt in haar begroting voor 1992 aan dat ze vanaf 1993 structureel 4,5 tot 6 miljoen gulden wil bezuinigen op het kunstenbudget. Deze besparing zal met name de podiumkunsten treffen, maar de precieze invulling zal pas in mei 1992, bij de presentatie van het Kunstenplan 1993-1996 bekend worden gemaakt. Deze voornemens hebben "grote verontrusting gewekt' bij de Raad voor de Kunst, omdat ze "zeer ernstige gevolgen hebben voor de kunstsector'. Dit schrijft de Raad vandaag in een brief aan minister d'Ancona. De Federatie van Kunstenaarsverenigingen heeft een verontruste brief aan leden van de Tweede Kamer gestuurd.

Volgens de Federatie lijkt het er op het eerste gezicht op dat de uitgaven in de begroting '92 voor de kunsten gelijk blijven. Voor podiumkunsten in zowel '91 als '92 gaat het om ongeveer 246 miljoen gulden, voor film in beide jaren om 24 miljoen, letteren daalt van 31 naar 29 miljoen, en een lichte stijging doet zich voor bij amateuristische kunst en kunstzinnige vorming van 26 naar 27 miljoen. Beeldende kunst, vormgeving en bouwkunst blijven met 101 miljoen gelijk. Maar vanwege de geldontwaarding betekent dit gelijkblijven een "flinke daling', aldus de Federatie.

Zowel de Federatie als de Raad zien nog veel "dreigender' bezuinigingen voor de kunsten in de meerjarencijfers bij de WVC-begroting. In de meerjarenraming voor de podiumkunsten wordt volgens de Raad de indruk gewekt dat er vanaf 1993 nog eens een bedrag van 5,6 miljoen gulden gekort wordt. Dit bedrag was onderdeel van de 40 miljoen die in het regeerakkoord extra voor cultuur werd uitgetrokken. Een klein deel daarvan, 5,6 miljoen was bestemd voor podiumkunsten, de rest voor cultuurbehoud. De Raad voor de Kunst heeft nu de indruk dat dat bedrag ook naar cultuurbehoud gaat.

Van het filmbudget gaat in de meerjarenraming vanaf 1993 ook 3 miljoen af.

Dat betekent een structurele bezuiniging op het kunstbudget van 14,6 miljoen gulden, stelt de Raad voor de Kunst. Een bezuiniging van deze omvang zou "een afbraak' van de kunstsector betekenen. De Raad vraagt daarom in de brief of de minister snel wil duidelijk maken of de cijfers in de meerjarenraming inderdaad zo geïnterpreteerd moeten worden. Bovendien wil de Raad zo snel mogelijk opheldering over de bezuinigingsplannen voor 1993, omdat de advisering voor het Kunstenplan '93-'96 al begonnen is.

“De concreet aangekondigde bezuinigingen voor '93 zijn al ongelooflijk,” zegt algemeen-secretaris van de Raad voor de Kunst, A. Nicolaï, “maar wat we uit de meerjarenramingen halen is onvoorstelbaar. Het gaat daarbij om schattingen, dus harde conclusies mag je er nog niet aan verbinden, maar we missen bepaalde bedragen gewoon. Daarom willen we daar snel opheldering over hebben.”

Nicolaï krijgt uit de meerjarenraming ook de indruk dat er een verschuiving van het geld voor kunsten ten gunste van het geld voor cultuurbehoud is. “Het is natuurlijk goed dat het cultuurbehoud nu eindelijk de aandacht krijgt die het verdient. Maar dat dat ten koste zou gaan van de kunsten is onaanvaardbaar. Op die manier houd je straks geen cultuur over om straks te behouden.”

Minister d'Ancona heeft in 1992 bijna 19 miljoen extra uitgetrokken voor cultuurbehoud en voor het "levendhouden' van de rijksmusea "voor een groot publiek' is komend jaar 6 miljoen beschikbaar.