Een en ander

De cultuur van een land - wat het aan literatuur en kunst, dans en muziek voortbrengt - wordt gevormd door acciden

tele invloeden van buitenaf én door stromingen en stijlen die over de wereld waaien.

Men is schatplichtig aan een bondgenoot of aan een economisch dominant land. Men aapt een buitenlandse schrijver na die soms stom toevallig is vertaald. Of men ziet in allerlei landen tegelijk iets opbloeien - omdat de tijd rijp is.

Omstandigheden en eeuwige wetten.

Maar de cultuur wordt ook beïnvloed door wat ik maar de "eigen aard' van een volk zal noemen.

Vanzelfsprekend.

Anders zouden er niet zoveel uiteenlopende nationale culturen bestaan.

De algemene stromingen en wederzijdse invloeden binden. Ze maken de culturen voor elkaar herkenbaar.

Alleen de invloed van de "cultuur' van een volk zorgt voor het eigen gezicht. Die bredere cultuur doorsijpelt en stempelt alles. Ook de manier, uiteraard, waarop invloeden en stromingen van buitenaf worden verwerkt.

De cultuur in engere zin is al een hutspot. Ik noemde de navolging van buitenlandse voorbeelden. Ik noemde de windkracht van waaiende stromingen. Maar ze dragen bij tot de vruchtbaarheid. Ze maken er een vitaal allegaartje van.

Helaas wordt ook de "bredere cultuur' steeds meer een hutspot. Het eigen stempel verflauwt. Het eigen gezicht gaat steeds meer op dat van de buurman lijken. En dat leidt - vanwege de onontkoombare doorsijpeling - tot een verschraling van de cultuur in engere zin. In die hoek loert de doodklap.

Wie zijn eigen culturele identiteit wil benadrukken, hij pronke niet met het beste boek of het grootste meesterwerk, hij bestudere de eigenaardigheden van zijn landgenoten.

Tot de "bredere cultuur' behoort, allereerst, hoe men omspringt met vreemdelingen, met dieren, met de natuur.

Ach, waren alle mensen xenofiel, de rechten van het geringste schepsel eerbiedigend en werkend lid van Greenpeace, wat was de aard een paradijs.

Maar wel een beetje een vervelend paradijs.

Wie iets wil begrijpen van de Portugese cultuur - en niet alleen van haar hutspotachtige en voor de vitrine bedoelde aspecten, moet iets begrijpen van de houding van de Portugezen ten opzichte van mens, dier en natuur. Van vreemdelingen, weerlozen en milieu.

Wat buitenlanders betreft kan een anekdote volstaan.

X. vertelde me hoe ze eens een feestje hadden georganiseerd in Porto. Een Turks feestje. De een was verkleed als effendi, de ander als Venetiaanse ambassadeur in Istanboel, enz. Na afloop liep X. in gezelschap van een Scandinavische vriend, beiden nog in kaftan en in wolken van muskus, over straat op weg naar huis en hij ving het volgende commentaar van enkele volksvrouwen op:

"Die zijn gek. Dat zijn idioten.'

"Nee, die ene, dat is een idioot, want dat is een Portugees. Die andere is een buitenlander.'

Ook wat de relatie met dieren betreft kan ik kort zijn.

De parabel van de Goede Herder en de schapen heeft in mediterrane, katholieke landen geen enkele, maar dan ook geen enkele invloed gehad op de manier waarop herders hun schapen behandelen.

Een populair volksvermaak is hier de jacht op vogels. Twee dagen in de week wordt er - zelfs door de meest bezopen en trillende hufter - in de vrije natuur op losgeknald, met achterlating van een tapijt van patroonhulzen. In theorie zijn er beschermende bepalingen, maar in de praktijk wordt geschoten op alles wat beweegt.

Het verbijsterende - voor een Nederlander - is dat er geen enkele vorm van verzet tegen bestaat. Geen twee mensen, de kleinst denkbare actiegroep, die het in Portugal opnemen voor het snel uitstervende vogelbestand.

Enkele jaren geleden kwam de regering met het voorstel voor de jagers een soort examen, met een diploma, verplicht te stellen. Het stuitte op hevig verzet van links. Het zou van de vogeljacht maar een tijdverdrijf voor enkel fijne luiden maken, voor doutores en engenheiros.

Over de verhouding tot het milieu de volgende keer.