De vrede van Igalo

NA DE VREDE van Brioni hebben we sinds gisteren de vrede van Igalo en de slag om Zagreb. Vermoedelijk zijn er twee Joegoslaviës, een waar partijen elkaar afslachten en de burgerbevolking op zijn best de schuilkelders injagen en een waar de diplomaten vergaderen en de waarnemers worden geacht rond te reizen. Af en toe, alsof er een wisseling van dimensie is, komt het ene Joegoslavië in contact met het andere: bijvoorbeeld wanneer de Nederlandse diplomaat Wijnaendts, gezeten in een helikopter van een van de oorlogvoerende partijen, wordt neergeschoten.

Daaraanvolgend toonde de Nederlandse diplomatie zich ten zeerste verontwaardigd over die toch zo voor de hand liggende gebeurtenis. In ieder geval hebben Serviërs èn Kroaten nu gelijkelijk de Haagse gramschap over zich afgeroepen en is zo een surrogaat kunnen ontstaan voor Nederlandse onpartijdigheid, een eigenaardig type door woede opgeklopte neutraliteit.

Uit wanhoop over het diplomatieke onvermogen om althans het Gemeenschappelijke gezicht te redden (Duitse waarnemers zijn uit veiligheidsoverwegingen al een week lang in hun hotel geconsigneerd) wordt nu weer veel gepraat over een “licht bewapende” Europese interventie. Maar die interventie zal slechts plaatshebben in het Joegoslavië van de diplomaten waar de vrede al zal zijn uitgebroken. In het andere Joegoslavië - dat van de werkelijkheid waar de burgeroorlog woedt - zullen de Europese waarnemers waarschijnlijk juist hun mandaat moeten inleveren. De diplomatieke molen in Den Haag draait intussen onvermoeid door en blijft onuitvoerbare plannen spuwen.

VOOR HET GEVAL de Europese diplomaten hun eigen ideeën ernstig nemen, moet er over een geheel andere interventiemacht worden nagedacht. Om in de terminologie van de Verenigde Naties te blijven: in een toestand als die in Joegoslavië bestaat, is "peace keeping' ontoereikend en moet "peace enforcing' worden toegepast, moet de vrede van buitenaf worden opgelegd. Handhaving van de vrede is slechts mogelijk in een situatie waar partijen hun bereidheid hebben getoond een bestand na te leven en waar "blauwhelmen' ermee kunnen volstaan eventuele ontsporingen te registreren om ze vervolgens met behulp van "micro-crisis-management' op te lossen. Bij het opleggen van vrede moeten de interveniërende troepen over een machtsoverwicht kunnen beschikken ten opzichte van alle andere partijen. De impasse in Liberia is een recent voorbeeld van de gevolgen van een slecht doordachte en voorbereide interventie in een burgeroorlog.

Langzamerhand moet de Europese "body politic' zich dus niet alleen bezinnen op de militaire en financiële gevolgen van zijn in zichzelf verdeelde bemoeienis met Joegslavië, maar ook over de vraag wat de uitkomst van die interventie moet zijn. De stelregel van minister Van den Broek dat alles goed is wat de onderhandelingstafel oplevert, voldoet niet onder omstandigheden waar voldongen feiten zijn geschapen die geen enkel toekomstperspectief bieden. Zelfs als de Serviërs bereid zouden zijn om veroverd Kroatisch gebied als vuistpand in onderhandelingen te gebruiken, wat kan het restant van Kroatië daar anders tegenover stellen dan de totale capitulatie en onderwerping aan de Servische hegemonie? Wie dat laatste niet wil gedogen, zal bereid en in staat moeten zijn de status quo ante te herstellen.

ZO GOED als zeker blijft de EG afkerig van dergelijke consequenties. Zij zal er daarom goed aan doen zich ijlings terug te trekken uit dit avontuur. De Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa onder voorzitterschap van minister Genscher bevindt zich gelukkig in een goede, want tot niets verbindende, positie om de EG van dit uitzichtsloze karwei te verlossen. De Britse voorzitter van de vredesconferentie kan aanblijven, de conferentie zelf kan verhuizen naar een Duitse stad.