Bokser Bouchiba werd "stiekem' kunstenaar

De schilderijen van Houcine Bouchiba zijn t-m 4 okt. te zien in De Praktijk, Zieseniskade 20, Amsterdam. Ma-vr 8.30-12.30u en 13.30-16.30u.

Twaalf jaar geleden kwam de Tunesiër Houcine Bouchiba (1956) voor het eerst in Nederland. Hij wilde hier als professioneel bokser de kost verdienen. Maar na twee wedstrijden had hij er al schoon genoeg van. Niet omdat hij ze verloren had, maar omdat het beloofde geld niet werd betaald. Al eerder waren beloftes niet nagekomen. In Tunesië was Bouchiba ooit een baan toegezegd als hij voor zijn land een medaille mee naar huis zou nemen. Maar hoewel hij daarna in de nationale ploeg regelmatig medailles won, een baan kreeg hij nooit. Uiteindelijk vond hij die wel in Nederland. Sinds tien jaar werkt hij als huisschilder, klusjesman en schoonmaker bij Ateliers 63 in Haarlem.

In de werkplaats en bij gunstig weer ook buiten maakte hij in zijn vrije uren jarenlang heimelijk kunst. Hij deed dat stiekem in de veronderstelling dat het niet mocht. Tussen de draaibanken en lasapparatuur tekende hij en knipte uit gekleurd papier figuurtjes, die hij op karton plakte. Vrijwel niemand wist van zijn hobby af, totdat leraar Jan Dibbets bij toeval eens een tekening van Bouchiba onder ogen kreeg.

“Jongen, je hebt talent, zei Dibbets tegen me. Ja, ik kan wel wat, antwoordde ik. Dat heb ik vroeger op school gehad,” vertelt Bouchiba. Niet lang na deze aanmoediging kocht Bouchiba een paar meter schilderslinnen en wat verf en zette daarmee de eerste stap in de schilderkunst. Drie jaar later werd een expositie in het academiegebouw van zijn doeken ingericht. Sinds enkele maanden werkt hij in zijn vrije uren in een kamertje op de zolderetage van Ateliers 63, het kleinste atelier in het gebouw. Behalve dat hij zijn werk verkoopt, ruilt hij het ook met leraren en (oud-)leerlingen van Ateliers 63.

Aan de wanden van zijn bovenhuis in Amsterdam hangt tussen familiefoto's, Koranteksten en zijn zelf vervaardigde kunst, werk van bijvoorbeeld Jan Beutener, Ger van Eli, Emo Verkerk en Philip Akkerman. “Ik wil graag m'n eigen werk om me heen hebben. Maar als iemand iets wil ruilen dan doe ik dat soms wel. Als ik een schilderij van mij dan bij zo iemand thuis terug zie dan word ik warm van binnen.”

Het duurde lange tijd voordat Bouchiba iets begreep van de kunst om hem heen. Hij stelde nooit direkt vragen aan de makers, maar probeerde er zelf achter te komen. “Zo zette een kunstenaar eens alleen maar een streep. Ik zat toen drie, vier dagen te denken wat dat nou was. Toen kwam er iemand die zei dat hijhet heel mooi vond. Ik moest er wel een week over nadenken, waarom hij dat zei. Dat heb ik heel lang gehad. Maar veel Nederlanders begrijpen er ook niets van”.

Bouchiba wil in al zijn schilderijen een verhaal vertellen. “Ik wil vertellen wat ik heb meegemaakt. Over feesten, over m'n broertjes en zusjes. En over hoe blij ik als kind was als ik eten kreeg of bijvoorbeeld een paar schoenen. Soms hadden mijn broertjes en zusjes en ik dagenlang geen eten omdat mijn vader op honderd kilometer van huis gestrand was met de bus.” Over boksen gaat het in zijn schilderijen nooit. “Boksen stelt niets voor. Dat is alleen maar winnen of verliezen. Wel zit er een verhaal in de reizen die ik als bokser maakte. Vooral de reizen naar Afrika verwerk ik. In Kenia herkende ik veel van de gebruiken als bij mijn familie (thuis) in Tataouine (Zuid-Tunesië). Ze spreken daar met dezelfde donkere diepe stem en ook de dansen herkende ik. Sommige mensen vergelijken mijn werk met dat van Henri Matisse. Maar Dibbets vertelde me dat Matisse heel anders schilderde. Matisse was lange tijd in Marokko. Hij tekende dezelfde vormen die ik me herinner van de schalen en vazen bij ons thuis. Maar mijn vormen komen voort uit het Arabisch schrift en uit de Afrikaanse cultuur. Zelf heb ik niet zo'n interesse in Afrikaanse beelden. Ik let altijd veel meer op de gezichtsuitdrukking van mensen en op hun manier van bewegen.”

Hij wijst naar een schilderij dat de titel Drie koeien draagt. “In Nederland vielen de vele koeien me op. Sommige mensen zien er ook uit als een koe. Van boven zijn ze wel mens, maar in de bewegingen die ze met hun onderste helft maken, zijn het net koeien. Die mensen heb je overal” voegt hij er beleefd aan toe.

Het mooiste verhaal dat hij kent komt uit de Koran. Het gaat over Mohammed die zich voor de vijand verstopt. Hij werd daarbij geholpen door spinnen die van het huis waarin hij zich verborgen hield een groot spinneweb maakten, zodat het leek alsof het al jaren onbewoond was. Dit verhaal heeft hij nooit afgebeeld of als thema verwerkt. Niet omdat het volgens de regels van de Koran niet zou mogen, maar “omdat mijn handen alleen bewegen als ik mijn eigen verhaal kan vertellen.”