Belgen wachten wat andere EG-landen zullen zeggen

BRUSSEL, 18 SEPT. België staat niet a priori afwijzend tegenover het sturen van een vredesmacht van de WEU naar Joegoslavië, maar behoudt zich daarover vooralsnog zijn standpunt voor. Pas morgenavond zal duidelijk worden of de Belgen zich aansluiten bij het Nederlandse initiatief.

“We stellen ons op dit moment nog terughoudend op”, zo zei vanmiddag de woordvoerder van minister van buitenlandse zaken Mark Eyskens, “omdat we nog niet weten welke opties er zijn. Maar dat betekent niet dat we a priori kritisch staan tegenover een eventuele vredesmacht van de WEU.”

De Belgische minister van buitenlandse zaken, Mark Eyskens, heeft er steeds op gehamerd dat België geen eigen initiatieven zal ontwikkelen met betrekking tot de Joegoslavische crisis, dus geen erkenning van Slovenië en Kroatië buiten EG-verband. Het Belgische standpunt is steeds geweest dat verandering van grenzen in een Europese staat alleen mogelijk is via een alomvattende, via onderhandelingen tot stand gekomen regeling.

Minister Eyskens is de voorbije weken dan ook, nog meer dan zijn Nederlandse collega Van den Broek, zeer uitgesproken geweest in zijn kritiek op Servië. Het afgelopen weekeinde kwam de minister bovendien met een plan dat opgevat zou kunnen worden als spiegelbeeld van het Duits-Italiaanse dreigement om Slovenië en Kroatië te erkennen. “Als Servië en het Joegoslavische leger zich niet terugtrekken uit Kroatië”, zo vond de Belgische minister, “stel ik voor dat we de erkenning van Joegoslavië in alle internationale organismen, te beginnen met de Verenigde Naties, intrekken.”

Want het is volgens Eyskens duidelijk dat de “hoofdverantwoordelijken” de Serviërs zijn. “Ze zijn Kroatië binnengetrokken, dat hoefden ze helemaal niet te doen”, zo zei Eyskens in een vraaggesprek met het socialistische dagblad De Morgen. “Zij rukken op. Ze beschikken over duizend tanks en driehonderd vliegtuigen tegenover een belachelijk legertje aan Kroatische kant. Het is evident dat de agressie uitgaat van Servië.”

Binnen de EG wil Eyskens er daarom voor lobbyen om “betwisting” van de erkenning van Joegoslavië door de VN als pressiemiddel te gebruiken. Als daarover onder de Twaalf al overeenstemming bereikt zou kunnen worden, dan nog is het overigens uiterst twijfelachtig of die methode bij de VN veel succes zou hebben.

Een naaste adviseur van de minister, de Belgische VN-specialist Eric Suy, meent dat het VN-handvest weliswaar de mogelijkheid biedt om een lidstaat uit te stoten, maar dat dat wel een zeer radicale stap zou zijn, die zonder precedent is. Volgens Suy, volkenrechtgeleerde in Leuven, is er nog een andere, minder rigoureuze weg, het “onderzoek van de geloofsbrieven van de delegaties”. Bij het begin van elke VN-zitting krijgt een geografisch uitgebalanceerde commissie de opdracht de geloofsbrieven van de delegaties te onderzoeken. Wanneer die commissie concludeert, zoals bijvoorbeeld het geval was in 1974 met de Zuidafrikaanse delegatie, dat de vertegenwoordiging van een land niet representatief is, dan mag de delegatie niet deelnemen aan de zitting. Formeel blijft het land dan wel lid, maar de representativiteit wordt betwist.

De moeilijkheid is natuurlijk dat de Algemene Vergadering van de VN daarover met eenvoudige meerderheid beslist: gezien het grote prestige dat Joegoslavië als een van de grondleggers van de Beweging van niet-gebonden landen geniet bij de ongeveer 120 landen van die club, moet het vrijwel uitgesloten geacht worden dat die procedure, die bovendien zeer langdurig is, enig soelaas biedt. Niettemin gelooft Eyskens dat intrekking van erkenning door de VN achter de hand gehouden moet worden “als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput”.

De kans dat de ministers van de negen landen die lid zijn van de Westeuropese Unie (WEU) morgen in Den Haag overeenstemming bereiken over het sturen van een vredesmacht naar Joegoslavië wordt intussen door Eyskens niet groot geacht. “Binnen de WEU moeten we beslissen met consensus. Als bijvoorbeeld Engeland daar radicaal tegen is, dan ga ik mijn collega's binnen de Belgische regering niet voor een eventueel moeilijke keuze plaatsen”, zo zei Eyskens daarover dezer dagen.

Het bereiken van overeenstemming over het sturen van een WEU-vredesmacht naar Joegoslavië is volgens Eyskens dan ook “de moeilijkste test voor onze eensgezindheid”.