Zwaardere lasten voor de burger

De economische groei loopt volgend jaar terug van 2 naar 1,5 procent. De werkloosheid neemt toe met 20.000 arbeidsjaren en komt op 345.000 arbeidsjaren. De werkgelegenheid daalt met 8.000 arbeidsjaren tot 5.047.000 arbeidsjaren.

Het aantal niet-werkenden ten opzichte van het aantal werkenden neemt toe. Tegenover elke honderd werknemers staan 86,7 niet-werkenden; dat was 85,5. De uitkeringen worden niet gekoppeld aan de loonstijging in het bedrijfsleven.

Het minimuminkomen voor uitkeringsgerechtigden zonder kinderen blijft gelijk. Het minimumloon voor werknemers stijgt met 0,8 procent, het modale werknemersinkomen met 0,3 procent. Werknemers met twee maal het modale inkomen gaan er 0,5 procent op vooruit.

Voor verhoging van ambtenarensalarissen en werknemers in de gepremieerde en gesubsidieerde sector is 3 procent beschikbaar. Het modale ambtenareninkomen blijft gelijk.

De lastenverzwaringen voor de burgers bedragen 3,7 miljard gulden. Het kabinet bezuinigt 6 miljard gulden: op subsidies 981 miljoen en op sociale zekerheid 810 miljoen. Vermindering van het aantal ambtenaren levert 227 miljoen op.

De uitgaven van het rijk bedragen 204,5 miljard gulden en de ontvangsten 183,4 miljard. Het financieringstekort daalt van 4,75 naar 4,25 procent van het nationaal inkomen. De staatsschuld neemt toe van 70,9 naar 72,2 procent van het nationaal inkomen, dat zelf van 478 miljard naar 498 miljard gulden gaat.

De collectieve lastendruk, de optelsom van belastingen en sociale premies, stijgt van 52,9 naar 53,4 procent. De inflatie blijft 3,25 procent.

De fiscale basisaftrek, het bedrag waarover geen belasting hoeft te worden betaald, wordt met 425 gulden verhoogd. Het arbeidskostenforfait, de fiscale aftrekpost voor werknemers, wordt met één procentpunt tot vijf procent verhoogd, met een maximum van 1.486 gulden. De inflatiecorrectie wordt geschrapt.

De huren stijgen 1 juli 5,5 procent. Het huurwaardeforfait, het bedrag waarover huiseigenaren belasting moeten betalen, gaat 1 januari met 0,4 procent omhoog.

De accijns op tabak wordt in twee stappen met 43 cent verhoogd.

Het openbaar vervoer wordt 1 januari 6 procent duurder.

De les- en collegegelden gaan omhoog en voor sommige scholieren van 18 jaar en ouder wordt de basisbeurs verlaagd.

De overheid ontvangt 600 miljoen gulden meer aan inkomsten uit aardgas en verkoopt voor 625 miljoen aan staatsdeelnemingen.