Voor Duitse media is Van den Broek kop van Jut

BONN, 17 SEPT. Wat de verenigde Duitsers ook te verwijten valt, tot nu toe niet dat zij met een koel hoofd op internationale crises reageren. Dat bleek begin dit jaar tijdens de Golf-oorlog, toen de nieuwe zwaargewicht in het hart van Europa klagend en steunend zocht naar zijn plaats, die uiteindelijk met miljarden marken moest worden gemarkeerd. Het bleek ook heel even, in het eerste etmaal na de coup in Moskou. En het blijkt de afgelopen weken opnieuw, nu het om de Joegoslavische crisis gaat. Minister Van den Broek, de Nederlandse EG-voorzitter die toch al niet de grootste vriend was van zijn Duitse collega Hans-Dietrich Genscher, functioneert inmiddels in de Duitse media als kop van Jut.

Oorspronkelijk, zo'n twee maanden geleden, kort nadat Slovenië en Kroatië zich (op 25 juni) onafhankelijk hadden verklaard, wisten kanselier Kohl en Genscher zich nog te vinden in wat de uitkomst was van de verdeeldheid binnen de EG. Anders gezegd, zij zaten toen - denkend onder meer aan Frankrijk en de Corsicanen, Spanje en de Basken, Groot-Brittannië en de Ieren, Gorbatsjov en de Sovjet-republieken - in Brussel nog min of meer van harte op de EG-lijn. Namelijk dat de eenheid van de veelvolkerenstaat Joegoslavië het beste op de een of andere manier bewaard kon blijven. Dat Genscher, duidelijk tot ongenoegen van zijn Nederlandse collega Van den Broek, als voorzitter van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) ook eigen acties ondernam, deed daaraan niet af.

Maar die dagen zijn voorbij. Al sinds begin augustus gaan Duitse media, van de grote televisiestations tot de Bildzeitung en van de conservatieve Frankfurter Allgemeine tot de links-liberale Süddeutsche Zeitung, voor in hoogst klemmende pleidooien voor snelle erkenning van de onafhankelijkheid van Slovenië en Kroatië. Wat er gewonnen zou zijn met zo'n erkenning, anders gezegd: of zoiets zou helpen om de kern van het probleem op te lossen, bleef en blijft gewoonlijk onbesproken. Politici in de grote Bondsdagfracties, van de CDU-CSU via de FDP tot de SPD, volgden ditzelfde spoor. En ook Kohl en Genscher zijn nu alweer weken in de weer om te dreigen met spoedige erkenning van de Sloveense en de Kroatische republiek: “Elk schot brengt de erkenning dichterbij”. (Juist gisteren zei oud-SPD-kanselier Brandt daarover nuchter, in een vraaggesprek met Die Welt: Met zoiets dreig je niet, dat doe je, of dat doe je niet.)

Van den Broek, die voor eind 1991 de politiek gecompliceerde dossiers aangaande de Europese politieke unie (EPU) nog aan een bevredigend besluit moet zien te helpen, heeft in de Joegoslavië-crisis vast niet alles goed gedaan, maar dat hij als voorzitter van een verdeelde EG-club én als vertegenwoordiger van een klein land als het ware zakelijk én politiek verplicht is tot een onspectaculaire, “objectieve” rol, krijgt maar heel weinig aandacht in de almaar woedender wordende Duitse recensies.

Pag.5:

Europees Huis aan verwarring ten prooi

Een citaat uit het hoofdartikel van het dagblad Die Welt van gisteren (kop: Alibi uit Holland): “Waarop wacht men nog? (...) Duitsland kan zich in deze vraag (aangaande de erkenning van Kroatië en Slovenië, red.) niet langer verschuilen achter de EG en de escapades van de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Van den Broek, die zich er niet voor schaamt om de Kroaten, die voor hun leven vechten, te verwijten dat zij het geweld hebben geëscaleerd doordat zij de oliekraan hebben dichtgedraaid voor de Serviërs en daarmee voor de tanks van het Joegoslavische leger. Duitsers en Oostenrijkers liggen geografisch direct naast dit onstabiele en gevaarlijke gebied. Zij zullen dus ook als eersten de prijs voor een Joegoslavische catastrofe moeten betalen.”

Zulke regels zijn trouwens heel geschikt om elders in Europa het wantrouwen te voeden inzake een eventueel Duits streven naar een oude "as' van Berlijn over Wenen naar Noord-Joegoslavië. Groot-Duits tegenover Groot-Servisch, zoals zo'n tachtig jaar geleden, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Na de harde gemeenschappelijke verklaring van Genscher en zijn Italiaanse collega De Michelis van jongstleden zondag tegen Servië en het Joegoslavische leger, wordt niet alleen in Belgrado gespeculeerd over herleving van de as Berlijn-Rome van ruim vijftig jaar geleden. Wie nog steeds beduusd of benauwd is na de snelle Duitse eenwording, kan op zulke gedachten komen.

Niet bekend

Zelfs de publiciteitsbewuste Genscher, die alle Duitse media voortdurend goed bedient maar bij wie de FAZ toch vaak nog een extra streepje voor heeft, krijgt - heel ongewoon - een duwtje: “De Duitse politiek heeft al te lang gebogen voor een actieve minderheid in de EG en geweigerd om de nieuwe werkelijkheid in Joegoslavië te zien. Wegens de kloof tussen grote woorden waarop geen daden zijn gevolgd, is zij bijna (curs. j.m.b.) ongeloofwaardig geworden”.

Dergelijke verwijten, die al maanden door de media gaan en die ook in brede kring in de Bondsdag leven, gaan natuurlijk niet voorbij aan Kohl en Genscher. Dat zal voor Genscher, naast het voortdurend dreigen met spoedige erkenning van de Kroatische en Sloveense republieken, reden zijn geweest om in de Bondsdag (eerverleden week) aan te dringen op de snelle vorming van een militaire interventiemacht van de CVSE-landen die niet alleen vrede zou moeten kunnen handhaven maar tussenbeide zou moeten kunnen komen in een van de aangesloten landen (zoals Joegoslavië) om naleving van zelfbeschikkingsrecht en de mensenrechten af te dwingen.

Genscher weet natuurlijk dat er nu in de Bondsdag om politiek-constitutionele redenen geen steun voor Duitse deelneming aan zo'n strijdmacht buiten het NAVO-gebied te krijgen is. De minister weet als een van de CVSE-architecten ook dat daarvoor evenmin een breed draagvlak bestaat onder de 38 aangesloten landen. Hetgeen zijn suggestie in feite tot een cynisch gebaar voor het Duitse electorale toneel maakte. Dit temeer omdat - zoals deze week in een heel kalm artikel in het weekblad Die Zeit wordt betoogd - in het Joegoslavische geval eigenlijk ook niet echt te definiëren valt welke, of wier, zelfbeschikking hier nu in het geding is. Die van de Kroaten (en welke, en waar?) of van de Serviërs, die in Kroatië wonen bijvoorbeeld?

Juist Westduitse politici en diplomaten zijn de afgelopen 45 jaar heel actief geweest om uit te leggen dat de dagen van de natie-staat voorbij waren en dat voor de Bondsrepubliek de Europese integratie in feite ook het einde van het traditionele belang van nationale grenzen betekende. Ja: mischien zelfs het einde van het nationaal belang als overheersende politieke drijfweer. Ook Genscher en Kohl staan eigenlijk model voor die opvatting. Maar de Duitse eenwording - en het ontstaan van een potentieel nog grotere Duitse economische reus - moet sneller zijn gekomen dan paste bij dat concept.

Intussen wordt Duitsland als eerste buurman om hulp en economische leiding gevraagd door Oosteuropese landen, inclusief de Sovjet-Unie, waar de ordenende hand van het communisme heeft plaats gemaakt voor (nu erkende) armoede, grote onzekerheid en heel sterke nationalistische emoties. Tegelijkertijd moet de verzoening met het nerveuze Frankrijk bewaard blijven, terwijl dat land door de ineenstorting van de Sovjet-Unie zijn traditionele hefboom "achter' het sterkere Duitsland kwijt is. In Moskou en Washington is de Bondsrepubliek, zij het dan om verschillende redenen, allang erkend als voornaamste partner in Europa. In een Europa dus waarin Frankrijk zijn politieke overwicht kwijt is en dat als "vierde atoommacht' als het ware illustreert door voort te gaan met de bouw van tactische kernwapens van het type Hades (die wegens hun beperkte bereik - tot 500 km - alleen de bewoners van West-en Midden-Europa kunnen treffen).

Voor Westeuropeanen gold tot voor kort het populaire gezegde: houd de Russen buiten, de Amerikanen binnen en de (verdeelde) Duitsers eronder. Dat moest overgaan in: allemaal samen voorgoed geïntegreerd in één Europese Huis waarin ieder, volgens Genscher, ieders vriend zou zijn. Maar dat zit helaas nog even. Hoe moeizaam (ook) de regering in Bonn, de Duitse body politic en de media voorshands met nieuwe werkelijkheden omgaan, blijkt in het geval-Joegoslavië. Wie straks de Duitsers de leiding ziet nemen in Europa, zoals op economisch gebied al het geval is, mag daarvan schrikken.