Vitale strijd tussen man en vrouw tot de dood erop volgt

Voorstelling: Krankheit door theatergroep Alex d'Electrique. Tekst Elfriede Jelinek, vert., bew. en regie Kim Zeegers, spel Raymonde de Kuyper, Ellen van Rossum, Ko van den Bosch, Raymond Spannet, techn. Wim Conradi. Gezien: Den Haag Theater a.d. Haven, 13-09. Aldaar t-m 21-09, tournee t-m 3-11.

De Nederlandse theatergroep Alex d'Electrique: dat staat voor explosief geweld en rauwe beeldtaal op het toneel. De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek staat voor messcherpe satire. Het idee om beiden te combineren komt van regisseuse Kim Zeegers, die veelal vrouwen tot onderwerp van haar werk maakt. De combinatie is begrijpelijk. Zowel de theatergroep als de schrijfster tonen een fascinatie voor de produkten van de massacultuur. Bijgezet in de vitrines van de kunst staan de cliché's en getrivialiseerde menselijke waarden nog eens extra te kijk. Groteske types verbeelden het menselijk onvermogen - bij Jelinek vooral het onvermogen van mannen - om de ander zonder geweld en bloedvergieten te benaderen. Het werk van beiden vertoont ook cabareteske trekken.

Het verhaal van Krankheit oder moderne Frauen, het toneelstuk dat Jelinek in 1987 schreef, heeft de drakerigheid van een slechte TV-serie en dat is ook de bedoeling. Het vormt vooral de kapstok voor een virtuoze woordenstroom. Dr. Heidkliff, gynaecoloog en Dr. Benno Hundekoffer zien hoe hun vrouwen een vampiristisch bondgenootschap sluiten. De verpleegster Emily en de huisvrouw Carmilla zuigen samen Carmilla's kinderen leeg. De mannen zijn woedend omdat ze de vrouwen niet langer bezitten en openen letterlijk het vuur op hen. Heidkliff: 'Voor mij is de vrouw patiënt en verder niets'. Hundekoffer: 'Carmilla, één ding: een Medea word je toch niet. Je bent en blijft een huisvrouw.'

De boodschap is pessimistisch. Een zelfstandige vrouw 'zuigt de man leeg' omdat zij hem niet teruggeeft wat hij haar in bruikleen geeft: zaad en toespraken, die zij moet retourneren in de vorm van kinderen en bewondering. Vernietiging en dood zijn het resultaat van een zelfstandig vrouwenbestaan.

Alex d'Electrique vertoont een ingekorte versie van het toneelstuk met de vitaliteit van een feestje vlak voor een apocalyptisch einde. Het fysieke spel verveelt geen moment, vanwege de totale en energieke inzet van de acteurs. Hierin, en in het gebruik van treffende symbolen, toont de groep zijn kracht. Groezelige matrassen bedekken de toneelvloer; één exemplaar symboliseert met een bloederige scheur de vagina van Carmilla, waar de gynaecoloog begerig in rondgraaft. De vrouwen verschansen zich in een wand van archiefkasten als in te nauwe doodskisten. Een fel schijnend lampje dat sinister aan een snoer heen en weer zoeft is de tennisbal van de veelvuldig sportende heren: sport helpt immers tegen onanie. Snelle geluids- en lichteffecten geven de indruk van een griezelfilm.

Vrijblijvend is al deze gekkigheid niet en dat is vooral de verdienste van de virtuoze, elektrisch geladen taal van Jelinek. Jammer is wel dat in het fysieke geweld de verstaanbaarheid soms verloren gaat: een terugkerend probleem van een groep die het articuleren van tekst nog niet tot zijn sterkste kanten mag rekenen.