Toekomst van omroepbestel blijft voorlopig duister

DEN HAAG, 17 SEPT. En alweer keerden gisteravond de leden van de vaste Kamercommissie van welzijn en cultuur na een dag vergaderen over de toekomst van het omroepbestel onverrichterzake huiswaarts. De discussie ging op het laatst niet meer over hoe de financiële nood van de publieke omroep in Nederland moest worden gelenigd, maar wanneer minister d'Ancona (WVC) met een plan daarvoor zou moeten komen: in het eerste kwartaal van volgend jaar (Wolffensperger, D66), het tweede (Beinema, CDA) of het vierde kwartaal (d'Ancona).

De patstelling waarin de omroep verkeert tekent zich steeds duidelijker af, want alle partijen weten uitstekend wat ze niet willen, maar hoe het wel moet weet niemand precies. De omroepen willen niet te veel van hun eigen verenigingsmiddelen aanspreken; een meerderheid van de Kamerleden is tegen het aanwenden van de omroepreserve zoals de minister heeft voorgesteld; d'Ancona wenst de omroepen geen geld te garanderen zolang ze de rijen niet gesloten hebben. De naam van de parlementaire vergaderruimte waarin het debat zich afspeelde had dan ook niet beter gekozen kunnen zijn: de Zuilenzaal.

Gaat de publieke omroep straks met twee of met drie zenders de ether in? Dat is de kwestie. Als het aan de minister van WVC ligt nemen TROS en Veronica zo snel mogelijk het besluit om uit het bestel te treden, een ongewisse commerciële toekomst tegemoet gaande. Van een garantie voor een ethernet, laat staan een "bruidsschat', kan geen sprake zijn. Haar partijgenoot Van Nieuwenhoven (PvdA) vond steun voor haar voorstel dat de minister nu al met de twee naar commercie snakkende omroepen zou moeten bekijken hoe zij het bestel zo spoedig mogelijk en "onomkeerbaar' kunnen verlaten, mocht eind dit jaar uit het onderzoek van de commissie-Donner blijken dat er geen Europees-rechtelijke bezwaren kleven aan het beschikbaarstellen van een ethernet aan commerciële gegadigden.

Of nu in de herfst of in de lente van het volgend jaar besloten wordt of er al dan niet een duaal bestel komt, noodlijdend is de Nederlandse omroep tegen die tijd in elk geval wel. NOS-voorzitter De Jong ergerde zich gisteren zichtbaar en verliet een paar uur voor het einde de vergaderzaal. Het Meerjarenplan voor de Nederlandse publieke omroep dat hij na maanden vergaderen op tafel legde "bestaat niet', aldus minister d'Ancona, zolang er partners zijn die zich er openlijk tegen verzetten. Bij geen der Kamerleden bestaat groot enthousiasme voor het "gedifferentieerd bestel' van De Jong en de kans dat het volgend jaar nog enige actualiteitswaarde heeft is niet groot.

De neerwaartse spiraal bij de publieke omroep zette eind 1989 in, toen RTL4 (toen RTL-Véronique) dank zij een erkenning als "buitenlandse omroep' door de Raad van State op de kabel mocht. De minister van WVC gaf ook in die tijd McKinsey de opdracht de publieke omroep door te lichten. Het accountantsbureau constateerde aan het slot van een twee miljoen gulden kostend onderzoek een groot gebrek aan "efficiency' en voorspelde een verlies van reclame-inkomsten aan de commerciële concurrentie van ruim een miljoen gulden per jaar. Inmiddels is dat verlies een feit, maar nog heeft "Hilversum' zich niet gereorganiseerd; het komend seizoen is een "overgangsjaar', waarbij alleen op Nederland 1 door de partners AVRO, KRO en NCRV van de vereiste hechte samenwerking-per-net sprake is.

Het feit dat de omroepen gezamenlijk over een groot eigen vermogen blijken te beschikken, was voor de minister van WVC aanleiding om te kijken of "het rijke Hilversum' niet zelf een deel van de lasten op zich zou kunnen nemen. Immers, het betreft deels geld van de omroepbijdrage-betaler, dat bij sommige omroepen winstgevend wordt belegd of in een lucratief programmablad wordt geïnvesteerd. Bij Veronica is het zelfs zo, dat deze omroep ruim 20 miljoen gulden verdiende door te speculeren in aandelen-RTL4. Nu de omroepen weigeren per jaar samen meer dan 50 miljoen van hun vermogen aan programma's uit te geven (ze stellen daarbij als voorwaarde dat er uit overheidsmiddelen het zelfde bedrag wordt bijgelegd), heeft de minister een onderzoek gelast naar de noodzaak van de ruime liquide omroepmiddelen. d'Ancona houdt vol dat de omroepen best samen jaarlijks 125 miljoen kunnen opbrengen.

KRO-voorzitter Braks zag na afloop van het debat zo'n onderzoek als het enige lichtpuntje van het debat: “Daar zijn wij blij mee, want omroepen zijn in toenemende mate commerciële bedrijven, met een omzet van zo'n 150 miljoen gulden en 250 mensen in dienst. Als je je eigen reserve gaat aanspreken, dan ondermijn je je positie en kom je in een sterfhuisconstructie terecht.”

De oud-minister van landbouw vreesde dat de besluiteloosheid in Den Haag voor de omroep "de dood in de pot' betekent en dat door het politiek instabiele klimaat de discussie over de toekomst van de publieke omroep over een half jaar wel weer eens helemaal open zou kunnen zijn. Dat zou de consequentie kunnen zijn van het feit dat minister en Tweede Kamer gisteren besloten pas volgend jaar een besluit te nemen.