Tiroolse liefde tussen ASEAN en EG platonisch; De meeste boeven hebben we vrijgelaten of ze zijn geëxecuteerd. Dus wat is het probleem nog?

ALPBACH, 17 SEPT. De Maleisische bankdirecteur Tan Sri Dato Navaratnam is de Oostenrijkse keizer Franz Joseph I (1828-1916) nog altijd diep dankbaar. Oostenrijk had eind vorige eeuw Sabah gekocht, in Noord-Borneo, het eilanddeel dat nu het oosten van Maleisië vormt, maar de keizer verkocht het wingewest aan de Britten. “En zo ontsnapte ik aan het Oostenrijks kolonialisme, anders was ik nu misschien wel Oostenrijks staatsburger geweest, ik moet er niet aan denken”, schertst Navaratnam op het Dialogkongress Europa-ASEAN in het Tiroolse bergdorp Alpbach.

Oostenrijk heeft zich voor deze gelegenheid alvast tot dertiende lid gekroond van de Europese Gemeenschap, waartoe het over enkele jaren hoopt te behoren. Maar Oostenrijk blijft Oostenrijk, Tirol Tirol: een orkest in Lederhosen brengt de deelnemers voor het begin van het congres een aubade bestaande uit het Oostenrijkse en het Tiroolse volkslied, waarna de besmuikt lachende internationale gasten met de muziek mee naar het conferentieoord marcheren.

Tussen de Kitzbüheler Alpen blijkt de liefde tussen de EG en de ASEAN, Associatie van Zuidoostaziatische Naties (Thailand, Indonesië, Maleisië, Singapore, de Filippijnen en Brunei) vooral platonisch te zijn. Juan Pratt, bij de EG-Commissie in Brussel belast met Noord-Zuid-relaties, legt zijn Aziatische toehoorders fijntjes uit dat “respect voor de mensenrechten een belangrijk onderdeel vormt van onze overeenkomsten met willekeurig welk land”.

Op een ontmoeting in Kuala Lumpur, in mei, hadden de EG-ministers van buitenlandse zaken de ASEAN al scherp op het hart gedrukt de mensenrechten te respecteren en daar bij handelscontacten met derden (Birma) ook op te letten. Ook het milieu en vooral de dreigende vernietiging van de tropische regenwouden (Maleisië, Thailand, Indonesië) heeft herhaaldelijk Europese kritiek ontlokt, tot groot ongenoegen van de aangesproken landen.

Pratt, een charmante causeur uit Barcelona: “Het gaat ons er niet om op alle politieke oplossingen het stempel "made in Europe' te drukken, maar bij ons bestaat de sterke overtuiging dat economische ontwikkeling en de garantie op fundamentele politieke vrijheid zeer nauw zijn verweven.”

De Indonesische generaal b.d. Rais Abin reageert geprikkeld op Pratts stellingname. “Ik dacht dat we over handel zouden praten, tot wederzijds voordeel van EG en ASEAN, maar ik hoor alleen maar de woorden mensenrechten en milieu, wat kan ik daarmee”, aldus Abin, vertegenwoordiger van het ASEAN-kantoor in Jakarta.

In de wandelgangen zegt hij, in prima Nederlands: “350 jaar kolonialisme kun je toch niet in 46 jaar onafhankelijkheid overwinnen.” Waarom kan Indonesië de mondiale democratische ontwikkelingen niet gewoon volgen, wordt hem gevraagd. Met verwijzing naar de gebeurtenissen uit 1965, het verijdelen van een communistische staatsgreep, zegt Abin: “De meeste boeven hebben we vrijgelaten of ze zijn geëxecuteerd. Alleen Soebandrio (minister van buitenlandse zaken onder Soekarno, red.) zit zijn verdiende straf nog uit, dus wat is eigenlijk het probleem nog?”

Michael Vatikiotis, redacteur van het gezaghebbende blad The Far Eastern Economic Review noemt de regeringen in Zuidoost-Azië “van nature behoudzuchtig en autoritair” en daarin zijn ze weinig genegen verandering te brengen. “Door het standpunt van de EG ten aanzien van de mensenrechten vragen sommige regeringen in de ASEAN zich af of ze misschien niet meer gemeen hebben met hun communistische buurlanden”.

Interne stabiliteit en externe veiligheid, dat zijn de garanties voor economische groei, zo verwoordt Vatikiotis de opstelling van de ASEAN. De associatie werd in 1967 tenslotte opgericht als dam tegen het voortschrijdende communisme in het oosten en zuidoosten van Azië. Vatikiotis verwacht niet dat de beide handelspartners het op korte termijn eens zullen worden over de verhouding handel-mensenrechten.

Tan Sri Dato Navaratnam trekt in het Indonesische voetspoor krachtig van leer tegen wat hij ziet als Europese betweterij. ASEAN is bereid tot intensievere handelscontacten met de Europese Gemeenschap, maar niet tegen elke prijs. “We hebben het niet over twee even sterke partners. De EG zal het initiatief moeten nemen de markt verder te openen, de handel en industriële investeringen op te voeren en technologie over te dragen aan de ASEAN.”

De Maleisische bankdirecteur waarschuwt de Twaalf de Zuidoostaziatische regio niet te onderschatten. Weliswaar is het absolute handelsvolume van de Zes fors kleiner dan dat van de EG maar de groeicijfers zijn fenomenaal. “Wanneer de EG niet profiteert van de mogelijkheden in onze regio, doen de VS en Japan dat wel”, aldus Navaratnam.

Navaratnam vindt dat de EG niet serieus is in haar contacten met ASEAN. “Ik heb begrepen dat Brussel twee stageplaatsen heeft aangeboden voor studenten uit de ASEAN, twee stageplaatsen, terwijl er 315 miljoen mensen in onze landen wonen, vergelijkbaar met de EG.”

In een recent rapport van de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB) staat dat de ASEAN voordeel zal hebben van Europa '92, volgens de simpele redenering dat Zuidoost-Azië zich straks nog maar op één markt hoeft te richten, en niet op twaalf. ASEAN hoopt op een uitbreiding van het General System of Preferences (GSP), dat een handelsvoordeel voor bepaalde produkten oplevert.

De ADB-bevinding vormt een duidelijk signaal van interne zwakte van de ASEAN, waarvan de afzonderlijke leden altijd betere handelscontacten met de buitenwacht hebben gehad, dan met elkaar.

Terwijl de EG steeds verder integreert, is de ASEAN nooit verder gekomen dan een Preferential Trading Arrangements (PTA), op basis waarvan ruim 16.000 verschillende produkten tussen de lidstaten tegen gereduceerde handelstarieven. Dat aantal lijkt nog veel, maar het gaat in veel gevallen om marginale produkten, de sneeuwschuiver is er een van. De PTA-goederen beslaan bijvoorbeeld slechts twee procent van de Maleisische handel, een procent van die van Singapore.

EG en ASEAN hebben vrijwel hetzelfde inwonertal, maar daarmee houdt de vergelijking op. De totale produktie van de ASEAN is bij lange na niet op het niveau van de EG, het bruto nationaal produkt van de Zes bedraagt 250 miljard dollar, net iets hoger dan dat van Nederland alleen.

Bovendien zijn de onderlinge verschillen binnen de ASEAN veel groter dan in de EG. Het olie-sultanaat Brunei is puissant rijk (inkomen van 17.000 dollar per hoofd van de bevolking). Filippijnse en Indonesische staatsburgers behoren met 700 respectievelijk 500 dollar als gemiddeld jaarinkomen tot de armere mondiale regionen. Singaporezen zitten met 10.500 dollar op het EG-gemiddelde, terwijl Maleisië (2.000 dollar) en Thailand (1.200) de middengroep van de ASEAN vormen.

Ook de groeipercentages lopen sterk uiteen, in Thailand en Maleisië is het al jarenlang tien procent, Singapore en Brunei volgen op de voet. Indonesië en vooral de Filippijnen blijven sterk achter. Anders dan in de EG bestaat in de ASEAN geen programma van wederzijdse ondersteuning, de armere broeders kunnen weinig verwachten uit de betere landen.

Net als de Europese Gemeenschap in aantal lidstaten uitdijdt, is ook een vergroting van de ASEAN op termijn niet denkbeeldig. Gewiekste Thaise zakenlieden profiteren al jaren van de voortschrijdende opening naar een markteconomie in Indo-China en knijpen in Birma graag een oogje dicht als de het brute militaire bewind uit geldnood handel drijft.

Mocht het communistische systeem in Vietnam, Laos en Cambodja ooit volledig wijken dan is aansluiting bij ASEAN een mogelijkheid. Voor de EG lijkt dit allemaal geen probleem, zolang er geen blokvorming plaatsheeft met echte economische krachtpatsers. De oprichting van de APEC, de Asia-Pacific Economic Co-operation in 1989 heeft Brussel daarom met zorg vervuld.

ASEAN, Australië, Nieuw Zeeland, Canada, de VS, Japan en Zuid-Korea werken samen in de APEC, een samenwerking die voorlopig vooral een papieren is, volgende maand wordt in Seoul pas de derde bijeenkomst in drie jaar gehouden. Een sterkere APEC zou een verschuiving van het mondiale handelsverkeer van de Amerikaans-Europese as naar een Amerikaans-Aziatische kunnen betekenen, ten detrimente van de EG.

“De EG zou de ASEAN moeten gebruiken als speerpunt in de APEC om zo haar handelsbelangen in de Oost veilig te stellen”, oppert Hans Christian Lankes, die jarenlang ambassadeur voor de Bondsrepubliek Duitsland was in Zuidoostaziatische landen. Datuk Ahmad Kamil, de goedgebekte vertegenwoordiger van het Maleisische minsterie van buitenlandse zaken repliceert: “We zouden wel willen dat we zo sterk waren, maar dat zijn we niet. En als het wel zo was, weet ik niet of ASEAN wel als breekijzer voor de EG zou wilen fungeren.”