Staat herneemt rol van opvoeder; Pogingen tot normherstel komen voort uit bestuurlijke berekening; De calculerende burgers, die hun leven maar niet willen beteren, zien zich opnieuw door de overheid de wacht aangezegd.

In 1963 werd de eerste TV-spot voor de overheid uitgezonden. Daarin attendeerde het ministerie van financiën de kijker op de diverse mogelijkheden tot sparen. Vele andere uitzendingen van Postbus 51 volgden om de burger van dienst te zijn. Of het nu om faciliteiten ging voor premie-koopwoningen, gebruik van de belastingtelefoon of hulp bij bestrijding van vocht in huis, het was allemaal in het kraampje van de overheid te vinden.

In de jaren zeventig en tachtig begon de dienstbaarheid aan de burger langzaam maar zeker plaats te maken voor een zeker wantrouwen jegens zijn gedrag. Het aantal boodschappen dat een collectieve gedragsverandering beoogde, groeide langzaam maar gestaag. Het ministerie van binnenlandse zaken riep via Postbus 51 op tot verdraagzaamheid jegens minderheden. WVC begon de burger in afwisselende campagnes te bewegen tot matiger alcoholgebruik. Verkeer en Waterstaat maande tot een meer ingetogen stijl van rijden.

Werd de ene keer een beroep gedaan op het gezonde, berekenende verstand ("Hard rijden kost teveel'), de andere keer overheerste de ernstige toon van de vader wiens dochter het ouderlijk huis verlaat. ("Maak eerst iets van je eigen leven voor je een ander leven maakt'). En als dat allemaal niet hielp, was er altijd nog de methode van hel en verdoemenis. Veilig Verkeer Nederland stelde in een tv-spot de mens achter het stuur voor als een zondige weerwolf die het had gemunt op vrouwen en onschuldige kindertjes. Het perpetuum van elektronische hagepreken kreeg vele nuances.

Ook in de politiek is de burger inmiddels gewend geraakt aan geregelde uitingen van somberheid over zijn gedrag. Het ethisch reveil uit het midden van de jaren zeventig kwam en ging met de man die het had willen lanceren. Mr. Andreas Antonius Maria van Agt pleitte onder meer voor een “minder vrijblijvende seksuele moraal”, en voor een “herwaardering van de persoonlijke, belangeloze inzet”. “Waar zijn de nonnetjes, de diakonesjes en ook wel de lekenzusterjes gebleven?” verzuchtte de toenmalige minister van justitie eens in een vraaggesprek. Het roomse verlangen van Van Agt leverde veel stof tot discussie. Maar de abortuskliniek Bloemenhove ging na een politie-inval en veel trammelant gewoon weer open.

Sinds kort heeft de politiek opnieuw de hoge hoed opgezet. De nieuwe pogingen tot normherstel appelleren nu veel minder direct op traditionele religieuze bronnen. Ze komen veeleer voort uit bestuurlijke berekening. Bovendien vertonen ze een grotere samenhang en hebben bredere politieke steun.

Premier Lubbers zette vorig jaar september de toon tijdens de opening van het academisch jaar van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij sprak over de verzorgingsstaat die zonder veranderingen in het gedrag van het individu gedoemd was dol te draaien. Zo hadden de steeds hogere uitgaven voor de gezondheidszorg niet geleid tot steeds minder arbeidsongeschiktheid. Integendeel: “Als men in Nederland de statistieken van arbeidsongeschiktheid, ziekteverzuim, drop-outs en daaraan gerelateerde werkloosheid bestudeert, moet men erkennen dat Nederland ziek is”, aldus Lubbers.

Dezelfde paradox trof de premier aan op justitieel terrein: de groei in de investeringen in cellen, politie en rechterlijke macht hadden niet geleid tot een navenante daling van de criminaliteit.

Ook minister Hirsch Ballin (justitie) gaf even later aan dat het antwoord op dergelijke problemen niet alleen lag in een “modernisering en versterking” van het justitieel apparaat. Hij zei in zijn beleidsstuk "Recht in beweging' een “sterke verbetering van taken van politie en justitie” na te streven, “in het besef dat we het niet alleen kunnen: in de samenleving moeten ook veranderingen optreden”.

Lubbers en Hirsch Ballin hadden het beiden gemunt op wat de sociologie inmiddels de berekenende burger was gaan noemen. In een toelichting op zijn betoog in Nijmegen zei Lubbers voor de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak: “Ik heb de indruk dat in onze samenleving steeds meer elementen door burgers worden gezien als iets van: Luister eens even hier, ik ben gepakt, dat is jammer, want dan moet ik iets betalen. Maar ik beschouw mezelf daarmee niet als een slecht burger. Men noemt dat dan calculerend gedrag. Hier zit een probleem.”

Hirsch Ballin noemde de dingen nog meer bij de naam door te spreken over een ""gebrekkig ontwikkeld geweten” en “tekenen van normloosheid” in de hele samenleving. Vandalisme, belastingcriminaliteit en fraude met de sociale zekerheid waren volgens hem voortgekomen uit de boezem van de ontzuiling.

Om een keer ten goede te bewerkstelligen werden niet alleen de burgers maar ook allerlei maatschappelijke verbanden aangesproken. Lubbers wilde daarbij geen oude medicijnen weggooien. “De meesten zijn de zuilen niet vergeten”, zei hij voor de Vereniging voor Rechtspraak. Hij herinnerde aan de subsidiariteitsbeginselen en aan de "soevereiniteit in eigen kring' die zich al eerder als opvoedende instrumenten hadden bewezen.

Hirsch Ballin voegde daar in "Recht in Beweging' nog wat moderne organisatietechnieken aan toe. Om de nieuwe moraal uit de samenleving omhoog te trekken, zouden overheid en maatschappelijke organisaties moeten samenwerken in "handhavingsnetwerken'. Stadswachten zouden de autodief moeten afschrikken, pleinbeheerders het gevoel van veiligheid bij de burger moeten versterken.

Daarnaast zou het onderwijs volgens Hirsch Ballin zijn taak in de “socio-morele opvoeding” serieuzer moeten nemen. Hij wilde daarbij zijn collega van onderwijs best een handje helpen: de minister van justitie kondigde de ontwikkeling van speciale lespakketten aan.

De pogingen om de burgers weer in de houding te zetten, bleven geen exclusieve christen-democratische aangelegenheid zoals ten tijde van Van Agt. PvdA-fractieleider Th. Wöltgens hekelde eind vorig jaar de "slappe', normloze houding van sociale diensten die de uitkeringstrekker wel erg in de watten zouden leggen. PvdA-leider en vice-premier Kok zei voor een gezelschap van werkgevers "nul tolerantie' te willen hebben voor fraude in de sociale zekerheid.

Minister Ritzen (onderwijs) noemde november vorig jaar het voor een gehoor van partijgenoten “tegenstrijdig dat op school relatief weinig wordt gesproken over de opvoedende rol terwijl juist nu de kracht van normen en waarden in het gezin afneemt”. Volgens Ritzen moest de leraar die taak overnemen. “De leerkracht moet een hoog moreel niveau”, en “persoonlijkheid” hebben, aldus de minister.

Een half jaar later echter blijkt het breed ingezette morele offensief zich goeddeels te hebben versmald tot de sociale zekerheid en justitie. Uitgerekend op het terrein waar de "zuilen' niet zijn "vergeten' en de "socio-morele opvoeding' bijna dagelijke kost is, heerst na de oproepen uit Den Haag een oorverdovende stilte. Bij de meeste onderwijsorganisaties is met desinteresse, zelfs met lichte verbazing gereageerd op de oproepen van Ritzen. Op een mini-seminar met deskundigen op het ministerie, enkele maanden geleden, viel overwegend kritiek te beluisteren.

In zijn begroting voor 1992 doet de minister van onderwijs dan ook nauwelijks nog moeite. Voor inmiddels de vierde keer spreekt hij slechts over een “nieuwe impuls aan de discussie over de pedagogische opdracht van het onderwijs”.

Op de terreinen waar de discussie over de normen nog wel gaande is, stolt deze in beleid dat eerder leidt tot een versterking en verspreiding van het overheidsapparaat dan tot morele zelfreiniging bij de burger.

Bij Justitie worden politie en rechterlijke macht versterkt met meer personeel en materieel. Hetzelfde gebeurt bij het openbaar ministerie. Bij de preventie van criminaliteit geeft minister Hirsch Ballin veel aandacht aan de aangekondigde netwerken. Ook hier houdt zijn eigen apparaat echter het voortouw. Zo maakt hij melding van tal van werkgroepen en commissies waarin vertegenwoordigers van justitie, openbaar ministerie of politie overleggen met betrokken instanties. De overheid treedt niet terug maar verspreidt zich om informeel bij de burger aan de vergadertafel te komen zitten.

Bij de keuze van de ontwikkeling van netwerken blijkt de overheid even goed te kunnen calculeren als het individu. Hirsch Ballin schrijft: “Gelet op de criminaliteit waarvan het bedrijfsleven het slachtoffer wordt en de directe economische schade ondervindt, wordt prioriteit gegeven aan ontwikkeling van netwerken in deze sector.” Een project ter voorkoming van winkeldiefstallen waarbij Justitie, Economische Zaken en het Hoofdbedrijfsschap voor de Detailhandel samenwerken, is reeds begonnen. “Initiatieven” voor netwerken in onderwijs en geestelijke verzorging “om te komen tot een gezamenlijke aanpak van normbevestiging in opvoedings- en ontwikkelingssituaties” volgen pas in 1992.

Het departement van sociale zaken en werkgelegenheid wapent zich het komend jaar tegen de berekenende burger. De memorie van toelichting wordt gedomineerd door maatregelen die de plichten van de uitkeringsgerechtigde scherp in het daglicht zetten. Zo kondigt De Vries een versterking aan van incasso-maatregelen evenals ander sanctioneringsbeleid bij misbruik van uitkeringsrechten. De administratie van verzekering en sofi-nummers wordt verbeterd om de hoogte en rechtmatigheid van de uitkering beter te kunnen vaststellen.

De Vries schrijft over “een mondiger burger” die “terughoudendheid in regelgeving” en “bevordering van zelfregulering mogelijk maakt”. En:“Instrumenten als informeel overleg, netwerken en voorlichting zouden meer nadruk moeten krijgen”. Maar dit wordt nergens uitgewerkt.

Het scherpste conflict tussen overheidsingrijpen en maatschappelijke zelfregulering doet zich voor bij de ingrepen in WAO en Ziektewet. Afspraken tussen overheid, werkgevers en werknemers eind vorig jaar om de omvang van de aanspraken op deze uitkeringen te verminderen, werden deze zomer naar de achtergrond gedrongen door de ingrepen van het kabinet in de duur en hoogte van de WAO-uitkering.

De "zuilen' die Lubbers vorig jaar te hulp riep in de strijd voor een nieuw evenwicht tussen rechten en plichten, bleken niet bereid de nieuwe marsroute te volgen. Integendeel, CNV en FNV verklaarden de oorlog aan maatregelen die volgens de beide vakcentrales leiden tot een afbraak van solidariteit in de sociale zekerheid.