Sport

De Turkse schaakvrienden melden een schokkend voorval en doen een beroep op de wereldpers om het bekend te maken.

Ik geef er graag gehoor aan, want het is een leerzame geschiedenis. De Turkse schaakbond is klein en bestaat nog niet zo lang. Toch heeft hij in het verleden het Turkse schaak met ere vertegenwoordigd, zo schrijft de voorzitter Layiktez in een brief aan Europese schaakfunctionarissen. Nu is er, hopelijk tijdelijk, een einde gemaakt aan zijn activiteiten. De schaakbond wilde een sportbond worden en stelde daarmee zijn eigen doodvonnis op. Het is de schuld van de wereldschaakbond, die in 1989 contact zocht met het Internationale Olympisch Comité. Schaken moest een olympische sport worden.

De toenaderingspogingen hadden succes. Een jaar later werd op een vergadering in Tokio de schaakbond toegelaten als lid van de olympische beweging. De wereldschaakbond riep vervolgens de nationale bonden op om zich aan te sluiten bij het olympische comité van hun land. De Turken deden dat. Een fatale fout. De Turkse schaakbond paste niet bij de andere bonden. Het was de enige bond die democratisch georganiseerd was. Van alle andere bonden werden de bestuurders benoemd door het ministerie dat voor de sport verantwoordelijk is.

De Turkse minister besefte dat het voorbeeld van de schakers een gevaarlijk precedent zou kunnen zijn. Hij greep in en richtte persoonlijk een nieuwe schaakbond op. Nu waren er opeens twee Turkse schaakbonden. De echte, waar de schaakclubs lid van waren, en de bond van het ministerie. De echte bond schreef een vergadering uit om zich op de nieuwe situatie te beraden. Die zou op 15 september gehouden worden, maar drie weken daarvoor grepen de autoriteiten in. De Turkse politie beval dat de bond zich moest opheffen, omdat hij geen openbaar belang vertegenwoordigde. De vergadering werd verboden en de voorzitter gesommeerd om de administratie, de bezittingen en het financiële vermogen van de bond bij de politie in te leveren. Kan dat zo maar? Voorzitter Layiktez wijst er op dat Turkije lid van de EG wil worden. Als de Europese publieke opinie laat weten dat het geen pas geeft om een onschuldige schaakbond op te rollen, alleen maar omdat hij een democratische structuur heeft, kunnen de maatregelen misschien ongedaan gemaakt worden.

Ik doe graag mijn plicht wat dit betreft. Toch moet ik bekennen dat het verhaal, hoe treurig ook, ongepast leedvermaak bij me opwekte. Hadden ze maar niet zo dicht tegen de sportbonden aan moeten schurken. Daar kan niets goeds van komen, het is eigenlijk hun verdiende loon.

De Sovjet-schakers zijn er na de bolsjewistische revolutie mee begonnen. Je kan niet zeggen dat het peil daar omlaag ging toen de schaakbond deel van de algemene sportbond werd. Wel dat de schaakbond vatbaarder werd voor de militarisering die bij de sport schijnt te horen.

Ik heb de tijd nog meegemaakt dat het woord denksport een ironisch woord was, zoiets als breinbreker. Het werd alleen gebruikt in voddige kruiswoordpuzzelblaadjes. Je zag een gepijnigde puzzelaar die zijn breinbreker niet op kon lossen. Die puzzelaar werd, als grapje, een denksporter genoemd. Nu vindt iedereen het heel gewoon dat denken een vorm van sport is. Geen vorm die hoog staat aangeschreven. In de Oosteuropese legers, en later ook bij ons, waren sportbataljons. Recruten die uitblonken in een vorm van sport werden vrijgesteld van de gewone militaire training. Ik heb wel eens gehoord wat de status was van de schakers in die sportbataljons. Ongeveer de status die in de gevangenis de zedenmisdadigers hebben tussen de gezonde eerlijke moordenaars.

Ik krijg geregeld een blaadje toegestuurd door ons Nederlandse Ministerie van Sport. Het is eigenlijk niet voor volwassenen bedoeld. Er wordt me studiebegeleiding beloofd. Ik kan inschrijven voor een cursus mediatraining. Straks krijg ik een winkeltje of een baan. Er zal een moment komen dat ik het blaadje niet meer krijg en dat betekent dan dat ik op het ministerie ben geschrapt van de lijst van "actieve topsporters'.

De Duitsers waren de eersten die het roken verboden in de schaakcompetitie. Niet omdat er zoveel schakers waren die niet tegen rook konden, maar omdat de nationale sportorganisatie had laten weten dat ze een rokersbond niet als lid kon handhaven. De schaker die een sportman wil zijn, moet zich laten welgevallen dat hij als een klein kind behandeld wordt.

Door geldgebrek hebben steeds meer schaakverenigingen hun lokaal in de gesubsidieerde sporthallen. Je komt er binnen, je ruikt nog het zweet van de volleyballers en je bent weer terug in je kindertijd, bij de gymnastiekleraar en zijn martelwerktuigen. Om die sergeant te vergeten ben je nu net gaan schaken. Er mag niet gerookt worden bij die clubs natuurlijk. Als we weg zijn zou de gezonde sporter een rookspoor in zijn neus kunnen krijgen en pijnlijk met de wereld van de volwassenen geconfronteerd worden. Ik zag ook al eens een opera in een sporthal. Straks misschien een strijkkwartet in een stadion. De vier jaargetijden als totaalkunstwerk, met rookmachines voor de herfstnevels. De akoestiek zal wat te wensen overlaten, maar een imponerend gebeuren zal het zeker zijn. Eigenlijk niet gekker dan een schaakclub in een sporthal. Ik dwaal af.

Het schaakblad waarin ik de Turkse klacht las, vraagt zich af hoe het zal zijn als het schaken straks bij de olympische spelen hoort. Het lijkt me fantastisch. Een Vieze Oude Mannen Hoekje in het schone olympische dorp. Af en toe nemen de gezonde sportmensen een kijkje, als een legerregiment op excursie naar de hoerenbuurt. Met gasmaskers, vanwege de asbakken. De schakers zitten te pokeren. Ze drinken whisky en goede wijn, die de oude coach Jan Timman heeft meegebracht. Aan de muren kasten met boeken. Eigenlijk dummies, iets anders heeft het olympisch comité niet kunnen vinden, maar dat valt niet op. Een andere coach is in een vrolijke filosofische stemming. “De eerste helft van mijn leven probeerde ik beroemd te worden. In de tweede helft wilde ik de geesteshouding bereiken waarbij roem er niet toe doet. Ook dat is niet gelukt.” De gezonde sportmensen vluchten alsof ze een geestverschijning hebben gezien. In een hoekje converseren Lasker en Euwe, die niets gemerkt hebben, over de relativiteitstheorie. Het zijn maar sprekende poppen natuurlijk, net als de andere schakers die daar zijn neergezet om de bewakers van het sportdorp te misleiden. De echte schakers zijn het kamp ontvlucht.