Samaranch verzekert hockeyers behoud van de Olympische status

BERLIJN, 17 SEPT. Het hockeytoernooi om de Champions Trophy kreeg gistermiddag in Berlijn bezoek van de de hoogste sportofficial. De president van het Internationale Olympische Comité, Juan Antonio Samaranch, bekeek de wedstrijd tussen de vrouwenploeg uit zijn vaderland, Spanje, en die uit Nederland. Samaranch is in de stad voor de vergadering van het dagelijkse bestuur van het IOC die van vandaag tot en met donderdag wordt gehouden.

De komst van Samaranch naar het hockey verstoorde de serene rust die er meestal op doordeweekse dagen heerst bij dergelijke toernooien. Het politiekorps bestaat op zulke dagen normaal uit een man of twee, maar nu liepen er beduidend meer agenten rond. Berlijn doet deze week de eerste pogingen om de hoge IOC-heren te bewegen in '93 de Spelen van het jaar 2000 aan de Duitse stad toe te wijzen en daar zijn veel mensen het niet mee eens. En die protesteren daar ook tegen. Bij het hockey bleef het echter rustig. Samaranch keek in een vrijwel leeg en stil Olympiastadion naar Nederland-Spanje (2-0).

De hockeyers konden Samaranch geen volle en kolkende tribunes aanbieden. “Maar Samaranch zal zich ook wel realiseren dat het maandagmiddag is”, aldus Els van Breda Vriesman, bestuurslid van de Nederlandse (KNHB) en internationale (FIH) hockeybond. “Hij wilde per se Spanje zien spelen.” Zij sprak het gerucht tegen dat de Olympische status van het hockey door het relatief geringe aantal toeschouwers bij deze sport in gevaar zou zijn. “Daar hoeven we ons geen zorgen om te maken, zeker weten.” Volgens Van Breda Vriesman spreekt het in voordeel het hockey dat het nog een pure amateursport is en als één van de oudste Olympische sporten geldt. “Hockey heeft de Spelen ook nooit ellende bezorgd en dat kun je niet van alle sporten zeggen.” Na die uitspraak moest Van Breda Vriesman een flinke sprint trekken om met de andere bestuurders Samaranch bij de ingang van het stadion te kunnen verwelkomen.

Een half uur later, veertien minuten na het beginsignaal van de wedstrijd, zat Samaranch in zijn loge op de tribune. Hij bleef er zo'n zeventig minuten. Samaranch vond één hockeywedstrijd genoeg. De avondmaaltijd met zijn mede-bestuursleden stond op het programma. Het aardige duel bij de mannen tussen Nederland en Groot-Brittannië (3-1) wachtte hij derhalve niet af. De IOC-voorzitter stapte meteen na het eindsignaal bij Nederland-Spanje in de voorgereden limousine met pantserglas en vlaggetjes met de Olympische ringen op de motorkap.

Hockey is Samaranch zeker niet vreemd. De Spanjaard was vroeger in zijn land voorzitter van de destijds nog gecombineerde bond van veldhockey en rolhockey. Hij hockeyde zelf nooit, wel was hij keeper bij het rolhockey. In de rust van de wedstrijd wilde Samaranch op de tribune best een paar vragen beantwoorden en zei in een prachtige volzin dat “het IOC blij is dat hockey tot de Olympische familie behoort”. Nee, nee, sprak hij, het is niet waar dat hij gezegd zou hebben dat de Olympische toekomst van het hockey in gevaar zou zijn als de spelregels niet zou worden veranderd.

Van Breda Vriesman ontkent niet dat Samaranch een opmerking over de regels bij het hockey heeft gemaakt. “Maar”, constateerde ze, “hij is genoeg sportman om in te zien dat je het karakter van een sport niet moet veranderen. Samaranch heeft zelf de nodige spelregels bij het rolhockey veranderd. Misschien denkt hij dat dat bij het hockey ook zou kunnen werken.” De hockeyers zijn zich er al jaren van bewust dat hun sport aantrekkelijker moet worden gemaakt voor de grote massa. Dat is moeilijk, want het blijft, zoals de Nederlandse interim-bondscoach het in Berlijn typeerde, “altijd de oneerlijke strijd tussen de grote bal en de kleine bal.”

In Berlijn viel de belangstelling voor het hockey de afgelopen dagen weer zwaar tegen. Het toernooi om de Champions Trophy speelde zich tot nu toe voor schaars gevulde tribunes af. Het evenement heeft een begroting van 2,3 miljoen mark. Die wordt gegarandeerd door een marketingbureau uit Frankfort dat de grote fout maakte de toeschouwers op de eerste avond een toeslag van 25 mark te vragen. Dat weerhield er veel mensen van Duitsland-Pakistan, altijd een topper, en het daaropvolgende schitterende openingsfeest met lasershow en vuurwerk te gaan bekijken. Er zaten uiteindelijk maar 1200 mensen in het stadion van wie velen tot de deelnemers of organisatie behoorden.

De vraag waar het hockey in hun land meer toeschouwers zou trekken wordt door de Duitsers met “overal” beantwoord. Berlijn had er echter 750.000 mark voor over om het toernooi om de Champions Trophy te mogen organiseren als onderdeel van een serie sportevenementen in september ter promotie van het plan "Olympische Spelen 2000'. Daar wilde de FIH best aan meewerken. Het evenement was eerst aan Spanje toegewezen, maar de hockeybond daar gaf de organisatie terug na onenigheid met de internationale federatie. De FIH wilde dat het toernooi in Barcelona zou worden afgewerkt, de Spanjaarden zelf hadden Terrassa, volgend jaar ook de Olympische speelplaats van het hockey, op het oog. De voorzitter van de Spaanse bond, Leandro Negre, spreekt over “een eigenwijze FIH”. “Wat zou er mooier zijn geweest om zo'n toptoernooi op het Olympische gras van volgend jaar te houden.” Bovendien, wist Negre met zekerheid te vertellen, hadden de wedstrijden in Spanje veel meer publiek getrokken dan in Berlijn. “Terrassa is een echte hockeystad.”