Raad van State: regering gaat pijnlijke keuzes niet uit de weg

DEN HAAG, 17 SEPT. De regering overschat de effectiviteit van haar maatregelen, kiest te vaak voor tijdelijke oplossingen, onderschat lange termijn risico's maar is terecht ingrijpende keuzes niet uit de weg gegaan. Dat is de kern van het commentaar op de Miljoenennota van de Raad van State.

Het hoogste adviescollege van de regering meent dat het kabinet een “reëel beeld” heeft geschetst van de financieel-economische toestand. Nederland is rijk en goed georganiseerd maar heeft echter te kampen met een te hoge staatsschuld, te veel werkzoekenden en een "onrustbarend' hoog aantal arbeidsongeschikten. De begroting dreigt bovendien vast te lopen door snel groeiende rentelasten. Pijnlijke maatregelen zijn nodig - dat de regering “deze keuzen niet uit de weg gaat” ontmoet waardering. Vorig jaar berispte de Raad de regering nog voor het uitstellen van belangrijke beslissingen.

Maar na deze vrij zeldzame lof zet het adviescollege oudergewoonte het mes in de regeringsstukken. De voorstellen bevatten tegenstrijdigheden: de binnenlandse bestedingen nemen onvoldoende toe, maar toch neemt het kabinet consumptie beperkende maatregelen. Technologie moet worden bevorderd, maar juist technologie-subsidies worden geschrapt. Inflatie moet worden tegengaan, maar juist overheidsmaatregelen veroorzaken zeker de helft van de verwachte inflatie voor 1992.

De Raad van State oefent bedekte kritiek op de politieke presentatie van het kabinet. Vrij uitvoerig wordt stilgestaan bij de noodzaak “een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak” te verwerven. Als de plannen slecht getimed en los van elkaar naar buiten worden gebracht ontstaat “nodeloos onrust” en dus ook een ongunstig klimaat om de plannen uit te voeren. Kennelijk vindt de Raad dat het geval. De burgers moeten de plannen “kunnen begrijpen” - aan de miljoenennota had een “kernachtige, ook de burgers aansprekende samenvatting” moeten zijn toegevoegd.

Het adviescollege betwijfelt of volgend jaar de loonstijging wel tot 3,75 procent beperkt zal blijven, zoals het kabinet aanneemt. De verwachte inflatie is alleen al 3,5 procent. Dat het kabinet ambtenaren en werknemers in de gepremieerde en gesubsidieerde sector op 3 procent denkt te kunnen houden lijkt de Raad evenmin erg realistisch. De regering had de Kamer dan ook beter moeten inlichten over de budgettaire en economische gevolgen van een eventueel hogere loonstijging. “Dat zou ook het maatschappelijke oordeel over een gematigde loonontwikkeling positief kunnen beïnvloeden.”

Evenals vorig jaar bekritiseert de Raad de gewoonte van het kabinet met tijdelijke maatregelen, uitzonderingen en kasverschuivingen (het verleggen van de betalingsdatum) te werken. “Het zicht op de structurele ontwikkeling van ontvangsten en uitgaven en daarmee op het financieringstekort gaat daardoor verloren.” Geheel oneens is de Raad van State het met de "ombuigingen' die de regering voorstelt. Het wordt voorgesteld alsof er volgend jaar 6 miljard, oplopend tot 16 miljard in 1996, minder wordt uitgegeven, terwijl deze bezuinigingen nog allerminst hard zijn. De opbrengst van de grote efficiency en decentralisatie operaties zijn niet zeker. Over 550 miljoen besparing door taken aan lagere overheden over te dragen is bijvoorbeeld nog overleg gaande met gemeenten en provincies. De Raad betwijfelt ook of er wel wat valt te verdienen met het verzelfstandigen van overheidstaken, waar het kabinet in de begroting op rekent.

Zo onzeker en weifelend als het kabinet de uitgaven beperkt, zo kordaat verhoogt het de inkomsten door lastenverzwaringen voor burger en bedrijfsleven, wordt geconstateerd. De uitgavenbeperkingen uit de Tussenbalans staan volgens de Raad goeddeels nog in de steigers. Maar van maatregelen als hogere boetes, duurdere bus- en treinkaartjes, hoger lesgeld, duurdere sigaretten en bloemen staat de invoeringsdatum al vast. Hogere huren en duurdere benzine zijn al gerealiseerd. De Raad vindt dat uitgavenbeperking en inkomstenverhoging gelijk op moeten lopen, zodat de samenleving ze gemakkelijker accepteert.

De Raad vindt het ook onjuist dat de regering het geld dat ze denkt te besparen door de grote efficiency en decentralisatie-operatie meteen vastlegt voor andere prioriteiten, zoals de reorganisatie van politie en justitie. Het is immers helemaal niet zeker dat het benodigde geld ook werkelijk binnenkomt, terwijl de nieuwe uitgaven wel zeker zijn. Bovendien lopen die waarschijnlijk ook weer op. Dus doet de regering er verstandig aan geen "nieuwe' gelden uit te geven voordat de opbrengst van de besparingen op andere terreinen volledig en op tijd binnen zijn.

Het adviescollege vindt de regering te pessimistisch bij de beoordeling van de arbeidsmarkt. De Raad benadrukt dat het aantal arbeidsplaatsen vorig jaar en dit jaar snel is gegroeid, vooral door de opkomst van de deeltijdbaan.