Porno smerigloos Tirade 335. Uitg. Van Oorschot, ...

Porno smerigloos Tirade 335. Uitg. Van Oorschot, 94 blz. ƒ 17,50 Geknakte illusies Nieuw Wereldtijdschrift 1991-5. Dedalus Antwerpen, 80 blz. ƒ 12,50 (NL: 020-5518420) Oorgetuige in Peking Conjunctions 16. Distr. Random House, 350 blz. $ 10.

Porno smerigloos

“Een vrouw die men niet bezit is als een maan die hoger en hoger klimt en aan je hart zuigt; wanneer je haar echter eenmaal bezeten hebt zou je wel met je schoenen over haar gezicht willen rondlopen.”

Volgens Gerrit Krol is deze uitspraak uit Musils Man zonder eigenschappen “een stelling, zoals "Oost west, thuis best' een stelling is, die de meeste mensen zullen beamen.” In de slottekst van zijn serie "Meesters over de tijd', waarin hij peinsde over wat literatuur tot literatuur maakt, noemt Krol deze stelling “een feit.” Afgezien van alles, wat is dan nog fictie? Feit en fictie scheidt Krol op een hoogst merkwaardige manier van elkaar: “het verschil tussen een feitelijke waarheid en een fictieve waarheid is gelegen hierin dat je de eerste kunt weten en de tweede niet.”

De Tirade-redacteuren zelf, Robert Anker, Willem-Jan Otten en Tomas Lieske hebben zich uitgesloofd om hier een mooi nummer van te maken. Otten bespreekt Alle dierenverhalen van Anton Koolhaas (“onhollands sensibele stijl”) en publiceert een lezing die hij hield bij een vertoning van Buñuels Belle de Jour met Catherine Deneuve: “Buñuel was de eerste filmer die de echtheid, zoals die het gevolg is van de pornografische zucht, ernstig heeft genomen. (-) Uiteindelijk laat deze film niets zien van datgene waar de pornografische zucht naar snakt.” Robert Anker schreef een serie van elf gedichten, "In het café'. Anker is soms raadselachtig, vaak spottend en meestal cynisch. “Daarom vinden wij hier 's avonds nieuwe rimpels te vermijden, - een nieuwe laatste ronde en die verder van ons lege bed, - vochtiger geluk dan nieuwe schoenen willen dragen.” Of over lawaaiige, jonge oppervlakkige cafébezoekers:

Wat het geval is: schoonheid is een nieuw design, verwondering

is voor techniek, geen diepte dan je sterrenbeeld, ja lach

om ons, de ploegers en de zaaiers, de gelovers onderweg

en mijd ons want ons oog grijpt ongezellig om zich heen.

Tomas Lieske droeg "Onder de dieren' bij, waarin een door zijn geliefde in de steek gelaten en net aan een "leeggelopen oog' geopereerde "ik' een dierentuin bezoekt en een nacht lang ingesloten wordt.

Verder in Tirade: poëzie van Leo Vroman, Eva Gerlach, H.H. ter Balkt en Marieke Jonkman. Van Marlene Dumas zijn er tekeningen met teksten. "Kunstovervloed': Geliefde nu - dat iedereen jou aardig vinden - word jou erotiek vervelig - en jou porno smerigloos - zonder vrees is er geen opwinding.

Tirade 335. Uitg. Van Oorschot, 94 blz. ƒ 17,50

Geknakte illusies

“Ze leefden nog lang en ontroostbaar” - kan het Kortewegser? Hij publiceert zeven nieuwe gedichten in het NWT, het een nog treuriger dan het ander, geknakte illusies alom. Dit nummer heeft ook gedichten van Kees Spiering en Miriam Van Hee, opmerkelijk romantisch zijn die van haar:

als ik zo dicht bij jou ben wil ik altijd nog dichter zo samen als de woorden wind en water staan in een gedicht over de zee

Van Joseph Brodsky werd een tekst opgenomen van een TLS-lezing, over de dichter, de geliefde en de muze. Het is, misschien ingegeven door de reputatie van het organiserende weekblad, een door zijn zware ernst nogal on-Brodsky-achtige tekst. De Muze dankt haar vrouwelijk geslacht waarschijnlijk aan het geslacht van "taal' in het Grieks (glossa), zegt Brodsky. Zijn verdere redenering gaat niet op voor vrouwelijke dichters of mannelijke homoseksuelen.

Leo Pleysier (van Wit is altijd schoon, AKO-prijs-nominatie) schreef een nieuw boek, in de vorm van één lang naverteld telefoongesprek. Oudere zuster belt een "ik'; “want dat ze bijna klaar was met de grote kuis”, maar eigenlijk wil ze praten over de verdeling van moeders erfenis. Waar ze flink "ambras' (ruzie) over hebben, ons Greet, ons Annemarie, onze Robert en ons Hilde, en daar wordt door zus uitvoerig, o zo uitvoerig verslag van gedaan.

Een andere voorpublikatie komt uit de lang - zes jaar - verwachte nieuwe roman van Monika van Paemel, De eerste steen, die het begin van een trilogie moet zijn, spelend in respectievelijk Israël, de Noordpool en Vlaanderen. Het afgedrukte fragment gaat over Jeruzalem en borsten, het is zinnelijk en verwarrend, maar je móét wel voort.

Een tweede opmerkelijk prozafragment is van Charles Ducal, de dichter van Het huwelijk. "De vrouw' vertelt hij vanuit het perspectief van de vrouw. Ze vertelt hoe haar man, dichter van sombere gedichten over het huwelijk, verscheurd wordt door zijn Muze, zijn vrouw en zijn geliefde. De vrouw uit Het huwelijk neemt wraak; ze schildert haar man, de dichter, op een schitterende manier af als een ontzaglijke lomperik.

Nieuw Wereldtijdschrift 1991-5. Dedalus Antwerpen, 80 blz. ƒ 12,50 (NL: 020-5518420)

Oorgetuige in Peking

Het halfjaarlijkse dikke Amerikaanse tijdschrift Conjunctions is helemaal (350 blz.) gewijd aan muziek. Het swingt; de meeste aandacht is voor jazz, blues en rhythm & blues.

Albert Goldman, biograaf van Lenny Bruce, Elvis, John Lennon en Jim Morrison, opent met een stuk over een interview dat hij in 1968 had met Jimi Hendrix (JH: “What would you do now if I whipped out the biggest joint you ever saw and started to smoke it?” AG: “I'd tear it out of your hand and eat it”), en over de levensloop van de Memphis-blues, waaruit rhythm & blues ontstond. Ook andere vormen van muziek komen aan bod. Mitch Berman and Susanne Wah Lee, Village Voice-verslaggevers van de studentenopstand in Peking in juni 1989, schreven opnieuw een kort verslag van de gebeurtenissen maar nu vanuit een bijzonder uitgangspunt, als het ware een oorgetuigeverslag. Op het Tiananmenplein klonk tijdens de opstand voortdurend popmuziek, vooral opzwepende nummers als We Are the World of eigen rock van Qi Qin en Cui JIan, verstoord door oproepen tot orde van de overheid via grote luidsprekers. Hele massa's hieven samenzangen aan, tot op het laatste moment. “Aan de rand van het Plein, middenin iets als een revolutie, was een Amerikaanse toerist - korte broek, Reebokschoenen en Sony walkman - zonder iets te merken door de menigte aan het joggen.”

Dirigent Leon Botstein schreef een artikel over muziek in oorlogstijd, meerin het algemeen. Welke zin heeft muziek, afgezien van marsen en volksliederen, in een oorlog? “Fiddling while Rome burns” - is muziek alleen amusement of een vluchtweg? Botstein voert aan dat muziek eenzaamheid kan opheffen, saamhorigheid (ook met de vijand) kan versterken en een hoogst nuttig gevoel van nederigheid opwekken. Over het aanwakkeren van strijdlust en het enge van al te veel saamhorigheid (Wagner) heeft Botstein het ook.

Rapteksten met noten, interviews met tal van musici, “poëzie op muziek gezet is gekunstelde kunst”, waarom moderne muziek het oudere werk, van Schubert, Mozart, Brahms, Bach etc. niet zo stuk krijgt als in de literatuur het geval is - er staat heel veel in dit dikke muzieknummer, en het gaat voor honderd procent uit van de Amerikaanse situatie. Met Duke Ellington als Amerika's grootste componist.

Conjunctions 16. Distr. Random House, 350 blz. $ 10.