Pol, de makelaar

In onze ogen is het met Paul van Himst een wonderlijke geschiedenis.

Nog niet lang bondscoach in het land der Belgen, werd bekend dat hij een soort bv heeft opgericht om als spelersmakelaar op te treden. Voor het gemak heeft hij vrouw en kinderen daar formeel ook bij betrokken, misschien om als doofpot voor eigen activiteiten op dit gebied te dienen, misschien om vader te ontlasten. Want de eerste baan is die van bondscoach, hoewel de Belgen niet naar het EK in Zweden mogen gaan. Voorlopig kan "Polleke', zoals hij in zijn spelerstijd liefkozend werd genoemd, dus in betrekkelijke rust creatief bezig zijn voor een ploeg die de eindronden van het wereldkampioenschap in Amerika moet zien te halen.

Intussen was hij als voetballer zonder mankeren een grote. Hij werd 81 maal in het nationale elftal gekozen, won met Anderlecht acht keer de nationale titel, drie maal de Belgische beker en kreeg vier maal de Gouden Schoen overhandigd - het laatst in 1974, toen hij 31 was. In het boek "Onze Rode Duivels' werd aan dit geduchte erelijstje de volgende opmerking vastgeplakt: “Niet slecht voor een voetballer die voortdurend moest horen en lezen dat hij mentaal veel te week was en fysiek niet kon vechten.” Verderop in dat boek werd hij trouwens een "veel te brave jongen' genoemd. Inderdaad maakte hij die indruk. Zelden heb ik vriendelijker ogende internationals geïnterviewd als deze Brusselaar. Gezegend met een prachtige techniek en een flinke schotvaardigheid zou hij een absolute vedette zijn geweest als hij ook nog een bijtertje was geweest, maar in zijn geval was dat het onmogelijke verlangen.

Frappant-duidelijk kwamen zijn handicaps tot uiting bij het wereldkampioenschap van 1970 in Mexico, waar de Belgen zichzelf uitschakelden door toe te geven aan de verveling van een blijkbaar gebrekkig georganiseerd trainingskamp. Vooral de softe jongens, onder leiding van de naar vrouw en kroost hunkerende Van Himst, gingen mentaal door de knieën, waardoor de Rode Duivels bijna al hun "duivelse' vaardigheden in de kleedkamers achterlieten en snel werden uitgeschakeld. Van Himst was aanvoerder, maar toonde weinig ruggegraat. Wat bleef was de herinnering aan zijn technische vaardigheden, plus de reputatie een aardige jongen te zijn. Kan zo iemand slagen als bondscoach? Niet gemakkelijk. En zeker niet nu hij een ijzer in het vuur wil hebben, waar hij zijn voordeel mee kan doen indien het als coach mis zou gaan.

Hoe moeten we ons dat voorstellen, die spelersmakelaardij? Iemand in België wil van club veranderen. In principe wil bijna iedereen dat, gegeven een fraai aanbod. Stel: Van Himst heeft zijn contacten en meldt een door hem begeleide speler, dat club A in de markt is. Maar die voetballer zit contractueel vast aan club B. Nu hoeft dat nog geen bezwaar te zijn, want contracten zijn vaak de inkt niet waard waarmee de handtekeningen geschreven zijn. Het gaat om het geld, dat A bereid is te betalen en hier moet Pol bemiddelen. Krijgt hij het voor elkaar dan is er allerwegen vreugdegeschal, maar mislukt de deal, dan kan er bij clubs en speler wrevel ontstaan. Van Himst heeft het spel niet goed gespeeld (zo oordeelt men) en de bondscoach zit dan met een verziekte sfeer en een betwiste reputatie, waarvan de nationale ploeg de wrange vruchten kan plukken. Ik zeg niet, dat het aldus zal gaan, maar het kan. Hij komt dan terecht in een wereld, die ondoorzichtig is, waar van alles gebeurt, zeker in het geruchtencircuit en waar hij als bondsfunctionaris die boven de partijen moet staan, niet thuishoort. Vandaar mijn verbazing over het oordeel van het Belgisch bondsbestuur, dat glashard meldt, Van Himsts handelwijze "bonafide' te achten.

Stel u Michels voor in zo'n rol. Tamelijk ondenkbaar.